•••
Onderwerpen:
• Pijnmedicatie 3
o Paracetamol 3
o NSAID’s 3
o Opioïden 4
• Antistolling 6
o Hemostase 6
o Anticoagulantia 6
▪ Trombocytenaggregatieremmers 6
▪ Coumarinederivaten 7
▪ Heparines 8
▪ Directe orale anticoagulantia 8
• Cardiovasculaire middelen 9
o Antihypertensiva 9
▪ Diuretica 9
▪ Sympatholytica 10
▪ Calciumantagonisten 10
▪ RAS-remmers 11
o Hartglycosiden 12
o Nitraten 12
• Antidiabetica 13
o Pathofysiologie 13
o Antidiabetica 13
• Antidepressiva 15
o Antidepressiva 15
▪ Tricyclische antidepressiva 15
▪ Serotonineheropnameremmers 15
o Lithium 16
• Benzodiazepines 17
• Antibiotica 18
o β-lactamantibiotica 18
o Tetracyclinen 18
o Aminoglycosiden 19
o Macroliden 19
o Co-trimoxazol 19
o Chinolonen 20
o UWI’s 20
o Anaerobe infecties 20
• Farmacokinetiek 21
o Absorptie 21
o Distributie 21
o Metabolisme 21
o Eliminatie 21
• Geneesmiddelenreactie 22
o Anafylaxie 22
o Trombocytopenie 22
o Anemie 22
o Huidreacties 22
,• Wet- en regelgeving 24
o Recepten schrijven 24
o Verkeersdeelname 24
• Goed geneesmiddelengebruik 25
o WHO 6-step 25
o Overdracht van medicatiegegevens 25
• Zwangerschap en lactatie 26
o Zwangerschap 26
o Lactatie 26
2
, Er zijn 2 soorten pijnprikkels. Soorten analgetica:
Direct Indirect • Niet-opioïden:
Betekenis activatie van noci- verhogen van ge- o Paracetamol
ceptoren voeligheid voor di- o Prostaglandinesynthestaseremmers (NSAID’s)
recte prikkels • Opioïden: zwakwerkend en sterkwerkend
Stoffen histamine, serotonine, prostaglandinen Pijnmedicatie wordt voorgeschreven volgens de WHO-
prostaglandine pijnladder.
Stap Medicatie Maximale dosering
1 paracetamol paracetamol (pcm) 3-4dd 500-1.000 mg (maximaal 1 maand), bij
leverziekte maximaal 2 g/dag
2 NSAID in combinatie naproxen 2dd 250-500 mg ≤ 750 mg/dag
met paracetamol ibuprofen 3-4dd 400-600 mg ≤ 1.200 mg/dag
diclofenac 2-3dd 25-50 mg
3 zwakwerkend opioïd tramadol 1-2dd 50 mg start, maximaal 1-4dd 100mg
4 sterkwerkend opioïd ta- morfine (tablet met gereguleerde afgifte) 2dd 10-30 mg start ≤ 20 mg/dag
blet/transdermaal fentanyl (pleister) 12 μg/uur start
5 sterkwerkend opioïd medicatie valt buiten eindtermen
subcutaan/intraveneus
Het exacte werkingsmechanisme van paracetamol is on- Risicofactoren voor leverschade door paracetamol:
bekend. • Alcoholisme: inductie CYP2E1-enzymen → omzetting
Klinische effecten van paracetamol: pcm in NAPQI → overtroffen bindingscapaciteit gluta-
• Analgetisch thion → onvolledige conjugatie → leverschade
• Antipyretisch: koortsverlagend • Leverfalen/-cirrose: verhoogde vorming van hepato-
toxische metabolieten
• Slechte voedingstoestand: glutathion ↓ → conjugatie
De belangrijkste bijwerking is leverbeschadiging (dosis van gevaarlijke metabolieten (NAPQI) ↓ → lever-
150 mg/kg/dag). schade
Non-steroidal anti-inflammatory drugs (NSAID’s) zijn pros-
taglandinesynthetaseremmers.
Klinische effecten van NSAID’s:
• Analgetisch
• Antipyretisch
• Anti-inflammatoir
NSAID’s remmen het enzym cyclo-oxygenase (COX), no-
dig voor de omzetting van arachidonzuur in prostaglan-
dine H2.
Er zijn 2 soorten COX-enzymen.
COX Systeem Effecten
COX-1 weefselhomeostase renale perfusie, gastro-
via prostaglandine- protectie en trombocy- Bijwerkingen van NSAID’s:
productie tenaggregatie • Gastro-intestinaal: prostaglandineproductie ↓ → be-
COX-2 autoregulatie renale perfusie, inflam- scherming maagslijmvlies → ulcus pepticum (→
matie, ovulatie, sluiting maagbloeding en/of maagperforatie)
ductus Botalli • Renaal: prostaglandineproductie ↓ → dilatatie affe-
centraal zenuwstel- koortsinductie, pijnwaar- rente arteriole ↓ → renale perfusie ↓ → vochtretentie
sel neming en cognitieve en acute nierinsufficiëntie
functies
• Cardiovasculair: water- en zoutretentie → decompen-
NSAID’s remmen zowel COX-1 als COX-2. Meer selectieve
satio bij pre-existent hartfalen, perifeer oedeem en hy-
COX-2-remmers, zoals celecoxib, geven minder gastro-
pertensie
intestinale bijwerkingen
3
Onderwerpen:
• Pijnmedicatie 3
o Paracetamol 3
o NSAID’s 3
o Opioïden 4
• Antistolling 6
o Hemostase 6
o Anticoagulantia 6
▪ Trombocytenaggregatieremmers 6
▪ Coumarinederivaten 7
▪ Heparines 8
▪ Directe orale anticoagulantia 8
• Cardiovasculaire middelen 9
o Antihypertensiva 9
▪ Diuretica 9
▪ Sympatholytica 10
▪ Calciumantagonisten 10
▪ RAS-remmers 11
o Hartglycosiden 12
o Nitraten 12
• Antidiabetica 13
o Pathofysiologie 13
o Antidiabetica 13
• Antidepressiva 15
o Antidepressiva 15
▪ Tricyclische antidepressiva 15
▪ Serotonineheropnameremmers 15
o Lithium 16
• Benzodiazepines 17
• Antibiotica 18
o β-lactamantibiotica 18
o Tetracyclinen 18
o Aminoglycosiden 19
o Macroliden 19
o Co-trimoxazol 19
o Chinolonen 20
o UWI’s 20
o Anaerobe infecties 20
• Farmacokinetiek 21
o Absorptie 21
o Distributie 21
o Metabolisme 21
o Eliminatie 21
• Geneesmiddelenreactie 22
o Anafylaxie 22
o Trombocytopenie 22
o Anemie 22
o Huidreacties 22
,• Wet- en regelgeving 24
o Recepten schrijven 24
o Verkeersdeelname 24
• Goed geneesmiddelengebruik 25
o WHO 6-step 25
o Overdracht van medicatiegegevens 25
• Zwangerschap en lactatie 26
o Zwangerschap 26
o Lactatie 26
2
, Er zijn 2 soorten pijnprikkels. Soorten analgetica:
Direct Indirect • Niet-opioïden:
Betekenis activatie van noci- verhogen van ge- o Paracetamol
ceptoren voeligheid voor di- o Prostaglandinesynthestaseremmers (NSAID’s)
recte prikkels • Opioïden: zwakwerkend en sterkwerkend
Stoffen histamine, serotonine, prostaglandinen Pijnmedicatie wordt voorgeschreven volgens de WHO-
prostaglandine pijnladder.
Stap Medicatie Maximale dosering
1 paracetamol paracetamol (pcm) 3-4dd 500-1.000 mg (maximaal 1 maand), bij
leverziekte maximaal 2 g/dag
2 NSAID in combinatie naproxen 2dd 250-500 mg ≤ 750 mg/dag
met paracetamol ibuprofen 3-4dd 400-600 mg ≤ 1.200 mg/dag
diclofenac 2-3dd 25-50 mg
3 zwakwerkend opioïd tramadol 1-2dd 50 mg start, maximaal 1-4dd 100mg
4 sterkwerkend opioïd ta- morfine (tablet met gereguleerde afgifte) 2dd 10-30 mg start ≤ 20 mg/dag
blet/transdermaal fentanyl (pleister) 12 μg/uur start
5 sterkwerkend opioïd medicatie valt buiten eindtermen
subcutaan/intraveneus
Het exacte werkingsmechanisme van paracetamol is on- Risicofactoren voor leverschade door paracetamol:
bekend. • Alcoholisme: inductie CYP2E1-enzymen → omzetting
Klinische effecten van paracetamol: pcm in NAPQI → overtroffen bindingscapaciteit gluta-
• Analgetisch thion → onvolledige conjugatie → leverschade
• Antipyretisch: koortsverlagend • Leverfalen/-cirrose: verhoogde vorming van hepato-
toxische metabolieten
• Slechte voedingstoestand: glutathion ↓ → conjugatie
De belangrijkste bijwerking is leverbeschadiging (dosis van gevaarlijke metabolieten (NAPQI) ↓ → lever-
150 mg/kg/dag). schade
Non-steroidal anti-inflammatory drugs (NSAID’s) zijn pros-
taglandinesynthetaseremmers.
Klinische effecten van NSAID’s:
• Analgetisch
• Antipyretisch
• Anti-inflammatoir
NSAID’s remmen het enzym cyclo-oxygenase (COX), no-
dig voor de omzetting van arachidonzuur in prostaglan-
dine H2.
Er zijn 2 soorten COX-enzymen.
COX Systeem Effecten
COX-1 weefselhomeostase renale perfusie, gastro-
via prostaglandine- protectie en trombocy- Bijwerkingen van NSAID’s:
productie tenaggregatie • Gastro-intestinaal: prostaglandineproductie ↓ → be-
COX-2 autoregulatie renale perfusie, inflam- scherming maagslijmvlies → ulcus pepticum (→
matie, ovulatie, sluiting maagbloeding en/of maagperforatie)
ductus Botalli • Renaal: prostaglandineproductie ↓ → dilatatie affe-
centraal zenuwstel- koortsinductie, pijnwaar- rente arteriole ↓ → renale perfusie ↓ → vochtretentie
sel neming en cognitieve en acute nierinsufficiëntie
functies
• Cardiovasculair: water- en zoutretentie → decompen-
NSAID’s remmen zowel COX-1 als COX-2. Meer selectieve
satio bij pre-existent hartfalen, perifeer oedeem en hy-
COX-2-remmers, zoals celecoxib, geven minder gastro-
pertensie
intestinale bijwerkingen
3