Naam: -
Studentennummer: -
Klas: PLG37
Studieonderdeel: PLP1 module 2: werken aan gezondheid
Docentbegeleider: -
Stagebegeleider: -
Instituut: Hanzehogeschool Groningen
Stageplek: Kloosterakker
Inleverdatum: 26-05-2024
,Inleiding
In dit verslag wordt er een preventieplan gemaakt voor mevrouw X. Mevrouw X is
gediagnosticeerd met de ziekte van Alzheimer en zit momenteel in fase 3.
In de gezondheidszorg is het essentieel dat zorgprofessionals vaardigheden ontwikkelen om
risicovolle en potentiële patiëntproblemen op methodische en verantwoorde wijze te
identificeren en aan te pakken.
Dit verslag laat zien hoe duidelijke risicodiagnoses worden geformuleerd op basis van een
kritische analyse.
Verder worden er passende doelen geformuleerd bij de risicodiagnoses en wordt en wordt
er één risicodiagnose verder uitgewerkt.
Er wordt beschreven hoe interventies planmatig en aansluitend op mevrouw X worden
uitgevoerd, waarbij rekening wordt gehouden met de wensen van mevrouw X en haar
naasten. Daarnaast zal er ook een moreel-ethisch dilemma uit worden gelicht en wordt er de
rol van de mantelzorger besproken en wat er in de praktijk al gebeurt voor preventie.
Ten slotte zal er beschreven worden hoe de interventies worden geëvalueerd.
,Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................................................................................................ 2
1. Dataverzameling........................................................................................................................................ 4
1.1 Algemene gegevens.......................................................................................................................................4
1.2 Ziektebeeld.....................................................................................................................................................4
1.3 Medicatielijst..................................................................................................................................................4
1.4 Anamnese.......................................................................................................................................................5
2. Risicodiagnoses.......................................................................................................................................... 6
2.1 Analyse...........................................................................................................................................................6
2.1.1 Clusteren.................................................................................................................................................6
2.1.2 Zorg inventarisatie..................................................................................................................................6
2.2 Risicodiagnoses..............................................................................................................................................7
2.3 Gekozen risicodiagnose..................................................................................................................................7
2.3.1 ABC’s-Methode.......................................................................................................................................8
3. Interventies............................................................................................................................................... 9
3.1 Evidentie.......................................................................................................................................................10
3.2 Mantelzorg...................................................................................................................................................10
3.3 Moreel-ethische aspecten............................................................................................................................11
3.4 Zelfmanagement..........................................................................................................................................11
3.5 In de praktijk.................................................................................................................................................11
4. Uitvoering interventies............................................................................................................................. 12
4.1 Wensen en behoeften van bewoner en naasten..........................................................................................12
4.2 Gezamenlijke besluitvorming.......................................................................................................................13
5. Evaluatie interventies............................................................................................................................... 14
5.1 Interventies in de praktijk.............................................................................................................................14
Literatuurlijst............................................................................................................................................... 15
Bijlage 1: medicatielijst................................................................................................................................ 15
, 1. Dataverzameling
1.1 Algemene gegevens
Naam: Mevrouw X
Leeftijd: rond de 80 jaar
Geslacht: vrouw
Woonplaats: Assen
Burgerlijke staat: weduwe
1.2 Ziektebeeld
Mevrouw heeft de ziekte van Alzheimer en zit momenteel in fase 3: de verborgen ik. In deze
fase weet iemand vaak niet meer goed wie hij/zij is. Besef van plaats, tijd en persoon is de
persoon vaak kwijt. Ook is het persoon vaak niet meer goed te begrijpen. (Uwcompaan, z.d.)
70% van alle mensen met dementie hebben de ziekte van Alzheimer. Iemand met Alzheimer
krijgt problemen met het geheugen. Naarmate de ziekte erger wordt, krijgt iemand steeds
meer moeite met dagelijkse vaardigheden en wordt niet meer beter.
Symptomen:
- Geheugenstoornissen
- Moeite met alledaagse handelingen
- Veranderingen in karakter en gedrag
- Problemen met taal
In het begin van de ziekte van Alzheimer zijn de verschijnselen vaak niet duidelijk aanwezig.
De verschijnselen worden duidelijker naarmate de dementie erger wordt. Sommige mensen
met alzheimer gaan snel achteruit. Anderen hebben nog lang een redelijk gewoon leven.
Bij de ziekte van Alzheimer gaan de zenuwcellen in de hersenen kapot. Dit komt doordat
bepaalde eiwitten zich ophopen in de zenuwcellen. Ook kunnen bepaalde vezels zich in de
cellen ophopen. Deze ophopingen verstoren de onderlinge communicatie. (Alzheimer-
nederland, z.d.)
1.3 Medicatielijst
Te vinden in bijlage 1
, 1.4 Anamnese
Aan de hand van het zorgleefplan uit het dossier is de anamnese gemaakt. Op de
praktijkleerplaats wordt gebruikt gemaakt van de 4 levensdomeinen.
Lichamelijk welbevinden - Mevrouw haar bloedsuikers zijn stabiel acceptabel.
- Mevrouw is tevreden met de dagelijkse algehele
verzorging waarbij mw. er netjes en verzorgd uitziet.
- Mevrouw haar huid is intact en ziet er verzorgd uit.
- Mevrouw krijgt haar medicatie aangeboden op de
aangegeven tijdstippen volgens deellijst.
- Mevrouw heeft een stabiele bloeddruk.
- Mevrouw is bekend met wegrakingen.
- Mevrouw staat bekend met defecatie tussen de billen.
Mentaal welbevinden - Mevrouw wordt begeleid in haar dagelijks functioneren
en mevrouw begrijpt wat er van haar gevraagd wordt,
waardoor zij haar autonomie behoudt.
- Mevrouw kan overprikkeld worden raken door de
drukte van een aantal medebewoners, waardoor
mevrouw snel geagiteerd is, of boos wordt.
- Mevrouw is de laatste tijd wat vaker verdrietig,
hierdoor kan mevrouw depressieve gedachten
ontwikkelen.
Participatie - Mevrouw geniet zichtbaar en is tevreden na bezoek en
activiteiten van en met familie.
- Mevrouw heeft een passende dagbesteding.
Woon- en - Mevrouw voelt zich veilig in haar beschermde
leefomstandigheden woonomgeving en heeft aangepaste bewegingsvrijheid.