SAMENVATTING VERANDERING
Hoofdstuk 1, 2 en 3
Paragraaf 1.1: Rationalisering
RATIONALISERING is het proces van het ordenen en systematiseren van
de werkelijkheid met de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te
maken en van het doelgericht inzetten van middelen ten einde zo efficiënt
en effectief mogelijke resultaten te bereiken. Hierbij werden oude
traditionele opvattingen en handelswijzen vervangen door een
weloverwogen doelgericht handelen.
Het wereldbeeld veranderde van een theocentrisch wereldbeeld (God
staat centraal) naar een antropocentrisch wereldbeeld (de mens staat
centraal). Het tijdperk van de Verlichting was onder andere een reden voor
deze omslag. De Verlichting was een cultureel-filosofische en
intellectuele stroming in Europa die ruwweg samenviel met de 18 e eeuw.
Het verstand stond hierbij centraal. De verlichting stond aldus voor
bevordering van de wetenschap en intellectuele uitwisseling.
Paragraaf 1.2: Individualisering
Eén van de meest in het oog springende ontwikkelingen van de moderne
westerse samenleving is het proces van individualisering.
INDIVIDUALISERING is het proces waarbij individuen in toenemende
mate hun zelfstandigheid op verschillende gebieden kunnen vergroten.
Mensen kunnen hun eigen leven nu plannen en inrichten. Ook hebben veel
mensen hun afhankelijkheid van o.a. het gezin, de kerk en het huwelijk
weten te verminderen. Individuen zijn door dit proces veel meer zelf
verantwoordelijk voor hun handelen en het aangaan van sociale
betrekkingen dan vroeger.
SOCIALE INSTITUTIES is een complex van min of meer geformaliseerde
regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond een
bepaald facet van het sociale leven reguleren.
We kunnen individualisering zien als een positief en als negatief effect.
Wat is er positief?:
Associatie met een emancipatieproces dat gekenmerkt wordt door
een toename van individuele vrijheid;
De vrijheid om een eigen weg te gaan;
De wil om veelal onbeperkt van het leven te genieten.
Als negatief proces wordt individualisering in verband gebracht met:
Een vermindering van maatschappelijke integratie;
, Een toenemend egoïsme;
Een totaal losgeslagen verzelfstandiging van mensen in de zin van
het losraken van de bindingen met andere mensen en groepen;
Een toename van eenzaamheid.
Je moet individualisering zien als een verruiming van de
keuzemogelijkheden, een vermindering van stabilitiet van bepaalde
bindingen en een waardeverandering in de richting van een grotere
nadruk op individuele autonomie. Ondanks de roep om SOCIALE
COHESIE (het aantal en de kwaliteit van de bindingen die mensen in een
ruimer sociaal kader met elkaar hebben, het gevoel een groep te zijn en
samen iets te beleven, het gevoel lid te zijn van een gemeenschap, de
mate van verantwoordelijkheid voor elkaars lot, in het bijzonder elkaars
welzijn, en de mate waarin andere daar ook een beroep op kunnen doen)
willen de meeste mensen in onze huidige samenleving niet terug naar een
leven in stabiele en hechte gemeenschappen, waarin nauwelijks ruimte is
voor individuele keuzes.
Paragraaf 1.3: Institutionalisering
INSTITUTIONALISERING is het proces waarbij een complex van waarden
en min of meer geformaliseerde regels vastgelegd wordt in
standaardgedragspatronen, die het gedrag van mensen en hun onderlinge
relaties reguleren. Deze waarden en normen bezitten voor mensen een
zekere geldigheid. Mensen conformeren zich ernaar. De normen en
warden worden meestal ook wel aangehouden.
In Nederland is er ook sprake van institutionalisering van de
arbeidsverhoudingen, het zogenaamde poldermodel. In dit model wordt
d.m.v. overleg naar compromissen gezocht. Er is sprake van een
overlegeconomie. De afspraken hierover worden vaak opgenomen in een
CAO, een Collectieve Arbeidsovereenkomst.
Pargraaf 2.1: Staatsvorming
STAATSVORMING is de institutionalisering van politieke macht tot een
staat. Het proces van staatsvorming is een combinatie van economische,
culturele en poltieke ontwikkelingen. In de late middeleeuwen was er in de
West-Europese landen sprake van een aantal ontwikkelingen. Onder
andere urbanisatie, een toename van de handel en groei van de
stadsbevolking.
De feodale samenlevingen veranderden in premoderne staten. Dit
kwam onder andere door vernieuwingen op technologisch gebied, een
ontwikkeling van vuurwapens en kanonnen en de ophef van
Hoofdstuk 1, 2 en 3
Paragraaf 1.1: Rationalisering
RATIONALISERING is het proces van het ordenen en systematiseren van
de werkelijkheid met de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te
maken en van het doelgericht inzetten van middelen ten einde zo efficiënt
en effectief mogelijke resultaten te bereiken. Hierbij werden oude
traditionele opvattingen en handelswijzen vervangen door een
weloverwogen doelgericht handelen.
Het wereldbeeld veranderde van een theocentrisch wereldbeeld (God
staat centraal) naar een antropocentrisch wereldbeeld (de mens staat
centraal). Het tijdperk van de Verlichting was onder andere een reden voor
deze omslag. De Verlichting was een cultureel-filosofische en
intellectuele stroming in Europa die ruwweg samenviel met de 18 e eeuw.
Het verstand stond hierbij centraal. De verlichting stond aldus voor
bevordering van de wetenschap en intellectuele uitwisseling.
Paragraaf 1.2: Individualisering
Eén van de meest in het oog springende ontwikkelingen van de moderne
westerse samenleving is het proces van individualisering.
INDIVIDUALISERING is het proces waarbij individuen in toenemende
mate hun zelfstandigheid op verschillende gebieden kunnen vergroten.
Mensen kunnen hun eigen leven nu plannen en inrichten. Ook hebben veel
mensen hun afhankelijkheid van o.a. het gezin, de kerk en het huwelijk
weten te verminderen. Individuen zijn door dit proces veel meer zelf
verantwoordelijk voor hun handelen en het aangaan van sociale
betrekkingen dan vroeger.
SOCIALE INSTITUTIES is een complex van min of meer geformaliseerde
regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond een
bepaald facet van het sociale leven reguleren.
We kunnen individualisering zien als een positief en als negatief effect.
Wat is er positief?:
Associatie met een emancipatieproces dat gekenmerkt wordt door
een toename van individuele vrijheid;
De vrijheid om een eigen weg te gaan;
De wil om veelal onbeperkt van het leven te genieten.
Als negatief proces wordt individualisering in verband gebracht met:
Een vermindering van maatschappelijke integratie;
, Een toenemend egoïsme;
Een totaal losgeslagen verzelfstandiging van mensen in de zin van
het losraken van de bindingen met andere mensen en groepen;
Een toename van eenzaamheid.
Je moet individualisering zien als een verruiming van de
keuzemogelijkheden, een vermindering van stabilitiet van bepaalde
bindingen en een waardeverandering in de richting van een grotere
nadruk op individuele autonomie. Ondanks de roep om SOCIALE
COHESIE (het aantal en de kwaliteit van de bindingen die mensen in een
ruimer sociaal kader met elkaar hebben, het gevoel een groep te zijn en
samen iets te beleven, het gevoel lid te zijn van een gemeenschap, de
mate van verantwoordelijkheid voor elkaars lot, in het bijzonder elkaars
welzijn, en de mate waarin andere daar ook een beroep op kunnen doen)
willen de meeste mensen in onze huidige samenleving niet terug naar een
leven in stabiele en hechte gemeenschappen, waarin nauwelijks ruimte is
voor individuele keuzes.
Paragraaf 1.3: Institutionalisering
INSTITUTIONALISERING is het proces waarbij een complex van waarden
en min of meer geformaliseerde regels vastgelegd wordt in
standaardgedragspatronen, die het gedrag van mensen en hun onderlinge
relaties reguleren. Deze waarden en normen bezitten voor mensen een
zekere geldigheid. Mensen conformeren zich ernaar. De normen en
warden worden meestal ook wel aangehouden.
In Nederland is er ook sprake van institutionalisering van de
arbeidsverhoudingen, het zogenaamde poldermodel. In dit model wordt
d.m.v. overleg naar compromissen gezocht. Er is sprake van een
overlegeconomie. De afspraken hierover worden vaak opgenomen in een
CAO, een Collectieve Arbeidsovereenkomst.
Pargraaf 2.1: Staatsvorming
STAATSVORMING is de institutionalisering van politieke macht tot een
staat. Het proces van staatsvorming is een combinatie van economische,
culturele en poltieke ontwikkelingen. In de late middeleeuwen was er in de
West-Europese landen sprake van een aantal ontwikkelingen. Onder
andere urbanisatie, een toename van de handel en groei van de
stadsbevolking.
De feodale samenlevingen veranderden in premoderne staten. Dit
kwam onder andere door vernieuwingen op technologisch gebied, een
ontwikkeling van vuurwapens en kanonnen en de ophef van