Nederlands H6 Argumenteren
6.1 Argumenten, tegenargumenten en weerleggingen
Standpunt:
- Feitelijk argument = feit (kun je controleren)
- Waarderend argument = mening (kunt met anderen verschillen)
Tegenargument = argument tegen het standpunt
Weerlegging = argument ontkrachten
6.2 Argumen- tatiestructuren
Enkelvoudige ar- gumentatie:
Onder-
schikkende argu- mentatie:
Nevenschikkende argumentatie met
onafhankelijke argumenten:
Argumenten zijn onafhankelijk als
ieder op zich het standpunt onders-
teunen
Nevenschikkende argumentatie met
afhankelijke argumenten:
Argumenten zijn afhankelijk als ze in
combinatie met elkaar werken. Ze
zijn samen nodig om het standpunt
te ondersteunen
6.3 Argumentatieschema’s
- Oorzaak en gevolg
6.1 Argumenten, tegenargumenten en weerleggingen
Standpunt:
- Feitelijk argument = feit (kun je controleren)
- Waarderend argument = mening (kunt met anderen verschillen)
Tegenargument = argument tegen het standpunt
Weerlegging = argument ontkrachten
6.2 Argumen- tatiestructuren
Enkelvoudige ar- gumentatie:
Onder-
schikkende argu- mentatie:
Nevenschikkende argumentatie met
onafhankelijke argumenten:
Argumenten zijn onafhankelijk als
ieder op zich het standpunt onders-
teunen
Nevenschikkende argumentatie met
afhankelijke argumenten:
Argumenten zijn afhankelijk als ze in
combinatie met elkaar werken. Ze
zijn samen nodig om het standpunt
te ondersteunen
6.3 Argumentatieschema’s
- Oorzaak en gevolg