Instuuropdracht cursus Ziektebeleving en patiëntbegeleiding (PM1602)
Naam student:
Studentnummer:
Inleverdatum: 09-01-2026
, Stap 1: Gedrag kiezen
Om therapietrouw bij glaucoom te kunnen verbeteren, is het eerst noodzakelijk om het probleem te
vertalen naar concreet te observeren gedrag. In deze stap worden daarom twee specifieke
gedragingen geformuleerd die bijdragen aan lage therapietrouw bij oudere patiënten met glaucoom.
Deze gedragingen vormen het uitgangspunt voor de verdere analyse en de ontwikkeling van de
interventie.
Gedrag 1: medicatie (oogdruppels)
Het huidige (ongewenste) gedrag: De patiënt druppelt de voorgeschreven oogmedicatie
onregelmatig, slaat doses over of druppelt niet op de voorgeschreven tijdstippen.
Het gewenst gedrag: De patiënt dient dagelijks op vaste tijdstippen de voorgeschreven
oogdruppels toe, volgens het voorgeschreven schema (juiste frequentie en timing).
Gedrag 2: controle en communicatie
Het huidige (ongewenste) gedrag: De patiënt komt wel op controle, maar bespreekt
problemen met het gebruik van oogdruppels niet, stelt vragen niet of meldt bijwerkingen of
praktische knelpunten onvoldoende.
Het gewenst gedrag: De patiënt neemt actief deel aan controleconsulten door op tijd op
controle te verschijnen, én problemen met het druppelen, bijwerkingen of twijfel over het
gebruik actief te bespreken met de zorgverlener.
Stap 2: Analyse van determinanten
Hoewel de gewenste gedragingen duidelijk te formuleren zijn, blijkt het voor veel patiënten lastig om
deze in de dagelijkse praktijk vol te houden. In deze stap wordt daarom geanalyseerd welke
psychosociale en gedragsmatige determinanten een rol spelen bij het niet uitvoeren van de gekozen
gedragingen. Deze analyse is gebaseerd op relevante literatuur en vormt de basis voor het
interventievoorstel in de volgende stappen.
Determinanten voor gedrag 1 (dagelijks druppelen volgens voorschrift)
Naam student:
Studentnummer:
Inleverdatum: 09-01-2026
, Stap 1: Gedrag kiezen
Om therapietrouw bij glaucoom te kunnen verbeteren, is het eerst noodzakelijk om het probleem te
vertalen naar concreet te observeren gedrag. In deze stap worden daarom twee specifieke
gedragingen geformuleerd die bijdragen aan lage therapietrouw bij oudere patiënten met glaucoom.
Deze gedragingen vormen het uitgangspunt voor de verdere analyse en de ontwikkeling van de
interventie.
Gedrag 1: medicatie (oogdruppels)
Het huidige (ongewenste) gedrag: De patiënt druppelt de voorgeschreven oogmedicatie
onregelmatig, slaat doses over of druppelt niet op de voorgeschreven tijdstippen.
Het gewenst gedrag: De patiënt dient dagelijks op vaste tijdstippen de voorgeschreven
oogdruppels toe, volgens het voorgeschreven schema (juiste frequentie en timing).
Gedrag 2: controle en communicatie
Het huidige (ongewenste) gedrag: De patiënt komt wel op controle, maar bespreekt
problemen met het gebruik van oogdruppels niet, stelt vragen niet of meldt bijwerkingen of
praktische knelpunten onvoldoende.
Het gewenst gedrag: De patiënt neemt actief deel aan controleconsulten door op tijd op
controle te verschijnen, én problemen met het druppelen, bijwerkingen of twijfel over het
gebruik actief te bespreken met de zorgverlener.
Stap 2: Analyse van determinanten
Hoewel de gewenste gedragingen duidelijk te formuleren zijn, blijkt het voor veel patiënten lastig om
deze in de dagelijkse praktijk vol te houden. In deze stap wordt daarom geanalyseerd welke
psychosociale en gedragsmatige determinanten een rol spelen bij het niet uitvoeren van de gekozen
gedragingen. Deze analyse is gebaseerd op relevante literatuur en vormt de basis voor het
interventievoorstel in de volgende stappen.
Determinanten voor gedrag 1 (dagelijks druppelen volgens voorschrift)