biologie
Eiproductie
Eierstok:
Begint bij één van de 3000 tot 4000 onbevruchte eicellen die de hen
heeft meegekregen bij haar geboorte.
Als de hen geslachtsrijp is geworden, worden deze eicellen één voor
één rijp om zich binnen 7 tot 10 dagen te ontwikkelen tot de dooier.
Als de dooier gevormd is vindt de ovulatie plaats.
o Zodra de volledige dooier is gevormd en de eicel zich daarin
heeft genesteld wordt de dooier losgelaten van de eierstok.
De genestelde eicel met dooier bevindt zich nu aan het begin van de
trechtervormige opening van de eileider (infunndibulum).
Hennen hebben maar één eierstok.
Eileider:
Verplaats het ei/embryo naar baarmoeder
Zorgt voor het eiwit
Vind bevruchting plaats
Door ronde vorm van eileider ontstaat ronde vorm van ei
Infundibulum:
Is de trechtervormige opening van de eileider.
Bij de eisprong komt de rijpe (geovuleerde) eicel
vrij uit de eierstok en komt terecht in de
infundibulum.
Bevruchting (verblijfsduur is 15-30 min)
Magnum:
Ter hoogte van het magnum wordt het ei voorzien
van eiwit (duur is 2-3 uur)
Isthmus:
In het isthmus worden de twee dunne schaalmembranen tegen
elkaar afgezet en in de uterus wordt de harde
eierschaal met porieën aangemaakt
Deze schaal bestaat voornamelijk uit calciumcarbonaat.
Zo'n 24-28 uur na de bevruchting wordt het ei
gelegd. (duur is 2 – 3 uur)
Baarmoeder:
Aanmaak van de schaal (duur 18 – 26)
24 – 28 uur na de bevruchting wordt het ei gelegd.
Vagina:
Opslag van sperma maar geen rol in aanmaken van het ei