College 1 Waarneming:
Invloed van onze hersenen op de waarneming:
Alles wat we zien komt binnen via ons netvlies.
Hoewel 2 mensen die naar hetzelfde kijken en de afbeelding die binnenkomt identiek is, kunnen zij
toch 2 verschillende dingen ‘zien’.
Hoe kan dit?
Interferentie van hersenen: hersenen geven betekenis aan datgene dat wordt waargenomen.
- Iedereen ziet dingen anders.
- Hoe je iets opslaat in je hersenen heeft te maken met je cultuur.
- Hou er rekening mee dat niet iedereen ziet wat jij ziet.
- Altijd je reclame testen.
Filosofische basisprincipes:
Aristoteles: “de geest is een ongeschreven blad” als we geboren worden weten we niks, dat is ons
aangeleerd door de ervaringen die we hebben.
Wat je ziet word beïnvloed door de cultuur waar je in opgroeit. Bijvoorbeeld wij kunnen snel verkeer
spotten.
Nature vs. Nurture: Plato en Socrates staan hier echter lijnrecht tegenover. ‘’de zintuigen staan de
eigenlijke waarneming in de weg.’’
McGurk-effect: onze hersenen doen een aanname door datgene dat ze zien en daardoor gaan ze zelfs
dingen letterlijk anders horen.
Priming: hoe vaker je iets ziet hoe leuker je het vind en hoe positiever je daarover wordt.
Immanuel kant:
Er zijn 2 werelden:
De noumenale wereld: de wereld zoals die in de werkelijkheid is.
De fenomenale wereld: de wereld zoals die in ons bewustzijn wordt waargenomen.
Associatiefilosofie (David Hume): mensen zijn geneigd om ideeën met elkaar te associëren. Als twee
waarnemingen gelijktijdig optreden, dan wordt de associatie hierbij versterkt.
, Gestalttheorie: waarneming vindt direct plaats. De omgeving wordt in gehelen waargenomen.
Bijvoorbeeld een groep mensen zie je als geheel.
4 wetten binnen gestalttheorie:
De wet van nabijheid:
Dingen die dicht bij elkaar staan die horen bij elkaar. Zoals mensen die bij elkaar staan die
horen bij elkaar. Ook bijvoorbeeld vormen die bij elkaar horen.
De wet van gelijkheid:
Dingen die op elkaar lijken horen bij elkaar.
Zoals zwitsal allemaal een gele verpakking dus horen bij elkaar.
De wet van goede voortzetting (continuïteit):
We trekken lijnen door.
We gaan er bijvoorbeeld vanuit dat als je een cirkel half ziet het een hele cirkel is of dat je
iemand half boven tafel ziet de benen onder tafel doorlopen.
De wet van aanvulling (geslotenheid):
We vullen dingen zelf aan. De ontbrekende delen worden door de hersenen zelf aangevuld.
Bijvoorbeeld we zien alleen die bovenkant van iemands lijf maar we gaan er vanuit dat daar
ook nog de onderkant (benen) aan zitten.
Iedereen ziet de wereld op ze eigen manier. Door allerlei ervaringen bepaald hoe jij de wereld ziet en
hoe je hersenen gevormd zijn.
Ames room:
Dat is een scheve kamer.
We hebben 2 sterke aannames:
- Ruimtes zijn recht en parallel. (sterkste aanname)
- Mensen veranderen niet van vorm.
Ook een sterke aanname in ons hoofd is gezichten zijn bol.