De Wcs heeft richtlijnen opgesteld voor het goed verzorgen van een wond. Het classificatiemodel van
de Wcs is toepasbaar op de meeste wonden. Vaak is een wond twee kleuren en bij de behandeling ga
je hierbij uit van het meest ongunstige. Het model is niet toepasbaar op brandwonden en
oncologische wonden. Naast kleurindeling kun je in observatie en behandeling van complexe wonden
het Time model gebruiken. Dit helpt om een beschrijving te geven van het wondbed, zodat je deze
kunt klaarmaken voor genezing. Dit noem je wondbedpreparatie. De letters van Time staan voor =
- T : Tissue / weefsel = Bevat de wond niet levensvatbaar of necrotisch weefsel, hoe groot en
diep is de wond en welke kleur is de wond.
- I : Infection / infectie = Verwoont de wond ontstekingen en in welke maten dan.
- M : Moisture / vocht = Is de wond en omgeving nat, vochtig of droog en is er oedeem.
- E : Edge / wondranden of wondomgeving = Zijn de randen teruggetrokken, ondermijn of sluit
de epidermis zich niet over het granulerende weefsel.
Er zijn een aantal belangrijke aandachtspunten bij acute wondzorg =
- Reiniging van de wond = Bij iedere open wond is er een mate van contaminatie met micro
organismen. Acute wonden zijn vaak zichtbaar vuil. Dit moet gereinigd worden en dit kan het
beste door lauwwarm schoon kraanwater. Chronische wonden kunnen sterk ruiken door
infecties, necrose en ontstekingsprocessen. Aseptisch werken is altijd noodzakelijk.
- Pijnbestrijding = Door verdoving en het innemen van pijnstillers wordt acute pijn verminderd.
Pijn kan belemmerend zijn voor de wondgenezing. Dit kan pijn verminderen =
1 = Bied pijnstilling aan ruim voordat je begint.
2 = Vraag aan de zorgvrager wat jij kunt doen om de pijn te verminderen.
3 = Maak gebruik van verbandmaterialen die niet vastplakken aan het wondbed.
4 = Verwissel verbanden niet onnodig.
5 = Leg duidelijk uit wat je gaat doen en doe dat ook zo.
6 = Zorg dat de zorgvrager ontspannen is net als jij bent.
7 = Geef de zorgvrager het gevoel dat hij of zij de behandeling onder controle heeft.
8 = Rapporteer welke maatregelen tegen de pijn effectief waren en welke niet.
- Instructies aan de zorgvrager = Geef instructies over de volgende zaken bij wondzorg, want
veel mensen denken te weten hoe je een wond moet verzorgen, maar dat is niet zo.
- Wondmaterialen = Kies het juiste product bij de juist wond.
- Organisatie rondom de wondzorg = Zorg dat alle personen die bij de zorg betrokken zijn
dezelfde terminologie gebruiken bij het rapporteren van de wond.
Bij de start van een wondbehandeling is een volledige wondregistratie van belang, zodat in verloop
van de behandeling de resultaten goed zichtbaar worden. Hiervoor kan je Altis gebruiken =
- A : Aard van de wond = Elke soort wond geneest op een andere manier.
- L : Locatie van de wond = Waar zit de wond.
- T : Tijd = Wanneer is de wond ontstaan.
- I : Intensiteit = Hoe groot is de wond.
- S : Samenhang van de wond = Wat verergert het en wat verzacht het.
Het verbandmateriaal geeft ook informatie over de wondgenezing =
- De hoeveelheid gebruikt verband en de verzadiging daarvan = Je kan hierdoor de
hoeveelheid van de productie van het wondvocht zien.
- Soort gebruikt verband = Geeft indicatie over de verwachte productie van het wondvocht.
- De geur van het verband = Wel of geen infectie.
de Wcs is toepasbaar op de meeste wonden. Vaak is een wond twee kleuren en bij de behandeling ga
je hierbij uit van het meest ongunstige. Het model is niet toepasbaar op brandwonden en
oncologische wonden. Naast kleurindeling kun je in observatie en behandeling van complexe wonden
het Time model gebruiken. Dit helpt om een beschrijving te geven van het wondbed, zodat je deze
kunt klaarmaken voor genezing. Dit noem je wondbedpreparatie. De letters van Time staan voor =
- T : Tissue / weefsel = Bevat de wond niet levensvatbaar of necrotisch weefsel, hoe groot en
diep is de wond en welke kleur is de wond.
- I : Infection / infectie = Verwoont de wond ontstekingen en in welke maten dan.
- M : Moisture / vocht = Is de wond en omgeving nat, vochtig of droog en is er oedeem.
- E : Edge / wondranden of wondomgeving = Zijn de randen teruggetrokken, ondermijn of sluit
de epidermis zich niet over het granulerende weefsel.
Er zijn een aantal belangrijke aandachtspunten bij acute wondzorg =
- Reiniging van de wond = Bij iedere open wond is er een mate van contaminatie met micro
organismen. Acute wonden zijn vaak zichtbaar vuil. Dit moet gereinigd worden en dit kan het
beste door lauwwarm schoon kraanwater. Chronische wonden kunnen sterk ruiken door
infecties, necrose en ontstekingsprocessen. Aseptisch werken is altijd noodzakelijk.
- Pijnbestrijding = Door verdoving en het innemen van pijnstillers wordt acute pijn verminderd.
Pijn kan belemmerend zijn voor de wondgenezing. Dit kan pijn verminderen =
1 = Bied pijnstilling aan ruim voordat je begint.
2 = Vraag aan de zorgvrager wat jij kunt doen om de pijn te verminderen.
3 = Maak gebruik van verbandmaterialen die niet vastplakken aan het wondbed.
4 = Verwissel verbanden niet onnodig.
5 = Leg duidelijk uit wat je gaat doen en doe dat ook zo.
6 = Zorg dat de zorgvrager ontspannen is net als jij bent.
7 = Geef de zorgvrager het gevoel dat hij of zij de behandeling onder controle heeft.
8 = Rapporteer welke maatregelen tegen de pijn effectief waren en welke niet.
- Instructies aan de zorgvrager = Geef instructies over de volgende zaken bij wondzorg, want
veel mensen denken te weten hoe je een wond moet verzorgen, maar dat is niet zo.
- Wondmaterialen = Kies het juiste product bij de juist wond.
- Organisatie rondom de wondzorg = Zorg dat alle personen die bij de zorg betrokken zijn
dezelfde terminologie gebruiken bij het rapporteren van de wond.
Bij de start van een wondbehandeling is een volledige wondregistratie van belang, zodat in verloop
van de behandeling de resultaten goed zichtbaar worden. Hiervoor kan je Altis gebruiken =
- A : Aard van de wond = Elke soort wond geneest op een andere manier.
- L : Locatie van de wond = Waar zit de wond.
- T : Tijd = Wanneer is de wond ontstaan.
- I : Intensiteit = Hoe groot is de wond.
- S : Samenhang van de wond = Wat verergert het en wat verzacht het.
Het verbandmateriaal geeft ook informatie over de wondgenezing =
- De hoeveelheid gebruikt verband en de verzadiging daarvan = Je kan hierdoor de
hoeveelheid van de productie van het wondvocht zien.
- Soort gebruikt verband = Geeft indicatie over de verwachte productie van het wondvocht.
- De geur van het verband = Wel of geen infectie.