2.1: Wetenschap en politiek in de Griekse stadsstaat
o Griekenland was een verzameling aan verschillende stadsstaten (poleis).
o Een stadstaat is een stad + omringende land.
o Dus landbouwstedelijke samenleving.
o Kenmerk stadstaat:
- Eigen bestuur. Elke stad was dus eigenlijk een ander land.
De Atheense democratie
o De Grieken hadden veel verschillende bestuursvormen:
- Democratie (het volk regeert)
- Monarchie (alleen heerschappij, bv. Koning)
- Tirannie (tiran regeert: onwettig)
- Aristocratie (regering v/d ‘besten’ = adel)
- Oligarchie (regering van weinigen)
o 507 v.Chr.: De Atheense tirannie wordt omvergeworpen. Athene wordt een democratie.
o Hoogste macht lag bij de volksvergadering (ekklesia).
o Iedereen met het Atheense burgerschap mocht meestemmen in de volksvergadering.
o Maar dit waren alleen mannen van 18+.
o Dus geen:
- Vrouwen
- Slaven
- Kinderen
- Immigranten
Politieke discussies
o Voor de Grieken was democratie niet vanzelf sprekend het beste politieke systeem.
o Sparta was bv. een dubbelmonarchie (2 koningen).
Filosofie
o De meesten mensen hielden vast aan het godengeloof, maar filosofen gingen rationeel denken.
o Filosofen: stellen kritische vragen over het leven. Waarom doen we dit?
o Uit de filosofie ontstonden aparte takken van wetenschap, zoals wiskunde, natuurkunde, de
medische wetenschap en de geschiedenis wetenschap.
o De belangrijkste filosofen uit de klassieke oudheid waren Socrates, Plato en Aristoles.
- Socrates: zelf denken, kritische vragen stellen.
- Aristoles: verandering – streven naar perfectie –
- Geluk – hoogste doel
, 2.2: Het Romeinse imperium
Rome
o Romulus en Remus
o Rome in 754 v.Chr. gesticht als monarchie.
o Vanwege machtsmisbruik door koningen wordt Rome in 509 v.Chr. een republiek.
(aristocratie met een beetje democratie)
o Uiteindelijk wordt Augustus in 27 v.Chr. De eerste keizer – terug bij monarchie.
Bestuur
o Centraal bestuur vanuit Rome.
o Rijk opgedeeld in provincies, bestuurd door gouverneur.
o Belastingen om het leger en infrastructuur te betalen.
o Uitgebreid wegennetwerk om het enorme rijk te verbinden.
Let op:
o Het romeinse rijk blijft de inspiratie voor alle vorsten/leiders daarna.
o Het voorbeeld van macht en verovering.
o Karel de Grote, Napoleon, Mussolini, Hitler.
2.5: Jodendom en Christendom
Jodendom
o Monotheïstisch (een god)
o God: Jahweh
o Abraham werd als stichter gezien.
o Rond 1000 v.Chr. Koning David.
Rijk waar joden verenigd waren – Palestina / Kanaän
o Joodse wetten en leefregels: Tenach.
o Diaspora: over de hele wereld.
o Sabbat: vrijdag/zaterdag is de rustdag.
o Thora: lezen van het heilige boek.
o Bezoek synagoge.
o Liberale en orthodoxe joden.
o Heilige plekken:
- Het land Israël.
- De Klaagmuur.
Uitbreiding Christendom
Ontstaan Christendom
o Joden geloofden in een terugkeer van het Joodse rijk in Israël.
o Jezus van Nazareth, werd hij gestuurd door god?
o Afsplitsing van het Jodendom – de volgers van Christus.