Oncologie
Kanker is een verzamelnaam voor verschillende ziektes waarbij abnormale celdelingen organen
verstoren en aantasten. Een aantal factoren vergroten de kans op kanker :
- Leefstijl.
- Injectieziekten.
- Erfelijkheid.
- Leefomgeving en beroep.
- Voeding.
Om kanker vroegtijdig op te sporen zijn er bevolkingsonderzoeken. Verdere onderzoeken gebeuren
in het ziekenhuis :
- Uitgebreid lichamelijk onderzoek.
- Bloedonderzoek.
- Radiologisch onderzoek.
- Nucleair onderzoek.
- Punctie.
- Cytologisch en histologisch onderzoek.
- Scopie.
De behandeling die wordt gebruikt hangt af van :
- Om welke cellen het gaat.
- De kwaadaardigheid.
- Het stadium van de ziekte.
- De plaats en grootte van de tumor.
- Mogelijke uitzaaiingen / metastasen.
- De wens en conditie van een zorgvrager.
- De aanwezigheid van meerdere ziektes.
Er zijn verschillende behandeldoelen :
- Curatief : Erop gericht om iemand te genezen.
- Adjuvant : Een toegevoegde behandeling.
- Palliatief : Gericht op het verminderen van klachten als het niet meer te genezen is.
Het gewenste effect van de behandeling gaat vaak gepaard met bijwerkingen, zoals vermoeidheid,
kaal worden, vruchtbaarheidsproblemen, pijn, jeuk, koorts en maag of darmklachten. Daarnaast zijn
mensen bang voor de terugkomst van kanker.
Vormen van behandeling
Chirurgie : De tumor en eventueel omringend weefsel wordt verwijderd. Ook kan een orgaan volledig
verwijderd worden. Opereren kan ook gedaan worden om te diagnosticeren of klachten te minderen.
Radiotherapie : Er wordt radio actieve straling gebruikt om kwaadaardige cellen te vernietigen. Dit
kan uitwendig en inwendig. Uitwendig wordt het meest gebruikt.
Chemotherapie : Er wordt cytostatica gebruikt om de groei van kankercellen tot stilstand te brengen.
Via het bloed verspreidt cytostatica zich door het lichaam. Chemo wordt toegediend via een infuus of
via de orale manier.
Kanker is een verzamelnaam voor verschillende ziektes waarbij abnormale celdelingen organen
verstoren en aantasten. Een aantal factoren vergroten de kans op kanker :
- Leefstijl.
- Injectieziekten.
- Erfelijkheid.
- Leefomgeving en beroep.
- Voeding.
Om kanker vroegtijdig op te sporen zijn er bevolkingsonderzoeken. Verdere onderzoeken gebeuren
in het ziekenhuis :
- Uitgebreid lichamelijk onderzoek.
- Bloedonderzoek.
- Radiologisch onderzoek.
- Nucleair onderzoek.
- Punctie.
- Cytologisch en histologisch onderzoek.
- Scopie.
De behandeling die wordt gebruikt hangt af van :
- Om welke cellen het gaat.
- De kwaadaardigheid.
- Het stadium van de ziekte.
- De plaats en grootte van de tumor.
- Mogelijke uitzaaiingen / metastasen.
- De wens en conditie van een zorgvrager.
- De aanwezigheid van meerdere ziektes.
Er zijn verschillende behandeldoelen :
- Curatief : Erop gericht om iemand te genezen.
- Adjuvant : Een toegevoegde behandeling.
- Palliatief : Gericht op het verminderen van klachten als het niet meer te genezen is.
Het gewenste effect van de behandeling gaat vaak gepaard met bijwerkingen, zoals vermoeidheid,
kaal worden, vruchtbaarheidsproblemen, pijn, jeuk, koorts en maag of darmklachten. Daarnaast zijn
mensen bang voor de terugkomst van kanker.
Vormen van behandeling
Chirurgie : De tumor en eventueel omringend weefsel wordt verwijderd. Ook kan een orgaan volledig
verwijderd worden. Opereren kan ook gedaan worden om te diagnosticeren of klachten te minderen.
Radiotherapie : Er wordt radio actieve straling gebruikt om kwaadaardige cellen te vernietigen. Dit
kan uitwendig en inwendig. Uitwendig wordt het meest gebruikt.
Chemotherapie : Er wordt cytostatica gebruikt om de groei van kankercellen tot stilstand te brengen.
Via het bloed verspreidt cytostatica zich door het lichaam. Chemo wordt toegediend via een infuus of
via de orale manier.