tijdvak 5 t/m 10
De juiste manier om deze stof efficiënt
en doelgericht te leren voor je centraal
eindexamen!
Per kenmerkende
aspect de
belangrijkste
informatie
Belangrijke tips over
het eindexamen!
,Inleiding
In je schoolexamens en in je eindexamen krijg je veel vragen over de stof uit tijdvak 5 t/m 10.
Dat is soms best wel complex bij het leren: wat moet je nou precies kennen? En wat doe je
als de stof van tijdvak 5 t/m 10 raakvlakken heeft met een paragraaf uit de historische
contexten? In dit handboek krijg je alle relevante informatie en heeft MRS voor jou de
belangrijkste zaken op een rij gezet over de stof van tijdvak 5 t/m 10. Hierbij is uiteraard ook
gekeken naar de examensyllabus.
Wat is de truc?
De stof van tijdvak 5 t/m 10 leren betekent eigenlijk dat je telkens per kenmerkend aspect de
belangrijkste informatie en voorbeelden kent en herkent (in een bron, afbeelding of
gegeven). Je gaat niet alle stof uit het tijdvakkenboek leren. Dat is veel te veel werk en je
wordt bovendien niet op die manier op het eindexamen getoetst. Onnodig dus.
De truc is dus: ken het kenmerkend aspect door-en-door. Dat wil zeggen:
- Je kan per kenmerkend aspect uitleggen waarover het gaat.
- Je bent je bewust dat sommige kenmerkende aspecten bestaan uit meerdere
onderdelen. Je kan ook per onderdeel uitleggen waarover het gaat.
- Je kan kenmerkende aspecten plaatsen in de tijd. Dus je weet in welke periode
(eeuw) het kenmerkende aspect zich bevindt. Op het eindexamen krijg je hier al een
beetje hulp (bijvoorbeeld met de vraag: leg uit bij welk kenmerkende aspect uit de
zeventiende eeuw deze bron past).
Het grootste gedeelte van het eindexamen bestaat weliswaar uit de drie historische
contexten, maar de overige stof van tijdvak 5 t/m 10 kunnen we niet onderschatten!
Veel succes!
Maarten Roos
2
, 3