INTRODUCTIE PSYCHOBIOLOGIE
HOOFDSTUK 6
Een drug = een chemische verbinding die wordt toegediend om een gewenste verandering in het
lichaam teweeg te brengen
Psychoactive drugs = stoffen die de stemming, het denken of het gedrag beïnvloeden
Route of administration = de manier waarop een medicijn het lichaam binnenkomt en passeert om
het doelwit te bereiken
Figuur 6.1: verschillen manier van het innemen van een medicijn
- Oraal
- Inhaleren
- Rectale zetpillen
- Geabsorbeerd uit patches op je huid
- Geïnjecteerd in de bloedbaan
- Geïnjecteerd in een spier
- Geïnjecteerd in de hersenen
Het bloed heeft een hoge concentratie water het medicijn moet dus HYDROFIEL zijn
Het medicijn moet van het bloed in de extracellulaire ruimte komen medicijn moet dus klein
genoeg zijn om door de poriën van de bloedvaten te kunnen
Nadat het medicijn is aangebracht en zijn werk heeft gedaan, moet het lichaam het medicijn
afbreken en weggooien
LEVER speelt een belangrijke rol bij het afbreken van medicijnen
Figuur 6.2:
Stoffen kunnen maar op deze twee manieren door het bloedvat heen:
- Kleine moleculen die niet geïoniseerd zijn kunnen door de bloedvatwand heen
- Andere moleculen kunnen door het bloedvat heen via actieve transport systemen;
gespecialiseerde pompen
Figuur 6.3: deze hersengebieden hebbe GEEN bloed-hersen barrière
- Pituitary gland (hypofyse)
- Area postrema
- Pineal gland (pijnappelklier)
Hoe minder obstakels het medicijn ondervindt voordat het zijn doelwit bereikt, hoe kleiner de
hoeveelheid is die je van het medicijn moet innemen
Tabel 6.1!
Figuur 6.4: 7 major gebeurtenissen die deel uitmaken aan synaptische neurotransmissie
1. Neurotransmitter synthese
HOOFDSTUK 6
Een drug = een chemische verbinding die wordt toegediend om een gewenste verandering in het
lichaam teweeg te brengen
Psychoactive drugs = stoffen die de stemming, het denken of het gedrag beïnvloeden
Route of administration = de manier waarop een medicijn het lichaam binnenkomt en passeert om
het doelwit te bereiken
Figuur 6.1: verschillen manier van het innemen van een medicijn
- Oraal
- Inhaleren
- Rectale zetpillen
- Geabsorbeerd uit patches op je huid
- Geïnjecteerd in de bloedbaan
- Geïnjecteerd in een spier
- Geïnjecteerd in de hersenen
Het bloed heeft een hoge concentratie water het medicijn moet dus HYDROFIEL zijn
Het medicijn moet van het bloed in de extracellulaire ruimte komen medicijn moet dus klein
genoeg zijn om door de poriën van de bloedvaten te kunnen
Nadat het medicijn is aangebracht en zijn werk heeft gedaan, moet het lichaam het medicijn
afbreken en weggooien
LEVER speelt een belangrijke rol bij het afbreken van medicijnen
Figuur 6.2:
Stoffen kunnen maar op deze twee manieren door het bloedvat heen:
- Kleine moleculen die niet geïoniseerd zijn kunnen door de bloedvatwand heen
- Andere moleculen kunnen door het bloedvat heen via actieve transport systemen;
gespecialiseerde pompen
Figuur 6.3: deze hersengebieden hebbe GEEN bloed-hersen barrière
- Pituitary gland (hypofyse)
- Area postrema
- Pineal gland (pijnappelklier)
Hoe minder obstakels het medicijn ondervindt voordat het zijn doelwit bereikt, hoe kleiner de
hoeveelheid is die je van het medicijn moet innemen
Tabel 6.1!
Figuur 6.4: 7 major gebeurtenissen die deel uitmaken aan synaptische neurotransmissie
1. Neurotransmitter synthese