1948 – 2008
Paragraaf 3.1
Na WOII
- Oude situatie: werd hersteld
= Verzuiling
- Grotere populariteit voor sociaaldemocraten (PvdA)
Samenwerking met Katholieken
= Rooms-Rode Katholieke
Rood = de kleur van de socialisten
Rooms = Rooms=Katholieken
- Ook opgave neutrale positie: aansluiting bij NAVO
Economische groei
1945 – 1848: Economie komt niet op gang:
Oorzaken:
1. Industrie en infrastructuur vernietigd
2. Landbouwgrond onder water (inundatie)
Gevolgen:
1. Export lager dan de import
2. Import van grondstoffen voor industrie kon niet betaald worden
Oplossing:
- Marshallhulp accepteren (keerpunt van Nederland)
Met Marshallhulp
Industrialisatie op gang:
Voorbeelden:
- Botlekgebied (Rotterdam): petrochemie (producten van aardolie)
- AKZO/Chemiebedrijf (Emmen)
- Hoogovens (IJmuiden): Staal en aluminium
Helpende factoren:
- Wirschaftwunder > export naar Duitsland
- Geleide loonpolitiek > lonen niet te snel laten stijgen > lage productiekosten >
concurrerende productieprijs internationaal
, Verzorgingsstaat
Jaren’60 > enorme welvaartsstijging
Oorzaken:
- 1960: Einde geleide loonpolitiek > vanaf 1963 Loonexplosie
- 1959: Ontdekking aardgas in Noord-Nederland
Gevolg:
- Uitbouw verzorgingsstaat: (Willem Drees: man met snor en bril)
1952: WW (Werkloosheidswet)
1957: AOW (Algemene Ouderdomswet)
1963: Bijstand
1967: WAO (Wet op Arbeidsongeschiktheid)
Poldermodel
Het poldermodel is een voorwaarde voor functionerende verzorgingsstaat =
Overleg tussen overheid en sociale partners:
1. Werkgevers
2. Vakbonden (namens de werknemers)
Redenen:
- Voorkomt stakingen
- Werknemers en werkgevers dragen bij aan de kosten van de verzorgingsstaat
(afdragen premies)
- Verhoogt draagvlak in de samenleving
Uitgangspunten:
1. Samenleving = maakbaar
2. Streven naar sociaaleconomische gelijkheid
Maatschappelijke veranderingen – welvaart
Consumptiemaatschappij
1. Luxe producten
2. Opkomst supermarkten
3. Vakanties
4. Auto’s
Mobiliteit > infrastructuur, forenzensteden (groeiende steden) en
buitenwijken