, Alle antwoorden apart einde
10 open vragen
Hoofdstuk 1 – Financiële analyse en verslaggeving
1. Leg uit hoe de liquiditeitspositie van een onderneming kan worden beoordeeld aan de hand van de
current ratio en de quick ratio. Bespreek ook de beperkingen van deze kengetallen.
2. Analyseer hoe veranderingen in werkkapitaalbeheer (zoals debiteurenbeheer, voorraadbeheer en
crediteurenbeheer) de kaspositie en winstgevendheid van een organisatie kunnen beïnvloeden.
3. Een onderneming laat een sterke stijging van de omzet zien, maar de nettowinst groeit nauwelijks.
Analyseer minimaal drie mogelijke bedrijfseconomische oorzaken voor dit verschil.
4. Leg uit hoe afschrijvingsmethoden (bijvoorbeeld lineair versus degressief) de winst- en
verliesrekening en de balans beïnvloeden. Betrek daarbij ook de invloed op investeringsbeslissingen.
5. Analyseer hoe een onderneming kan beoordelen of haar vermogensstructuur gezond is. Betrek in je
antwoord minimaal twee relevante solvabiliteitsratio’s en de interpretatie daarvan.
Hoofdstuk 2 – Investeringen, kosten en besluitvorming
6. Leg uit hoe een organisatie de netto contante waarde (NCW) kan gebruiken bij
investeringsbeslissingen. Bespreek ook wanneer deze methode mogelijk minder geschikt is.
7. Analyseer het verschil tussen vaste kosten en variabele kosten en leg uit hoe dit onderscheid wordt
gebruikt bij het berekenen van het break-evenpunt.
8. Beschrijf hoe kostprijsberekening kan bijdragen aan strategische prijsbeslissingen. Betrek in je
antwoord minimaal twee verschillende kostprijssystemen.
9. Leg uit hoe budgettering kan worden gebruikt als managementinstrument voor planning en controle
binnen een organisatie. Bespreek ook mogelijke nadelen van budgettering.
10. Analyseer hoe financieringskeuzes (bijvoorbeeld eigen vermogen versus vreemd vermogen) de
rentabiliteit van het eigen vermogen kunnen beïnvloeden. Betrek in je antwoord het hefboomeffect.