Biologie H6 en H8
Hoofdstuk 6 Paragraaf 1
Kenmerken van soorten
Soms lijken dieren op elkaar maar blijken ze geen soortgenoten te zijn. Hun gedrag,
voedsel, voortplanting tijdstip of leefgebied zijn verschillend. Biologen gebruiken 2 criteria
om vast te stellen of individuen tot dezelfde soort behoren: Overeenkomst in uiterlijk of
uiterlijke kenmerken en de mogelijkheid om vruchtbare nakomelingen te krijgen.
Honden kunnen heel erg van elkaar verschillen in uiterlijk maar toch vruchtbare
nakomelingen krijgen. Ze behoren tot dezelfde soort. Tegenwoordig gebruiken biologen een
DNA-onderzoek als aanvulling om het vast te stellen. Een soort beschrijven aan de hand
van het uiterlijk heet en voorbeeldexemplaar.
Soortnamen en indeling
Als een soort beschreven is krijgt deze een wetenschappelijke naam→ Geslachtsnaam en
soortaanduiding. Dit heet een binomiale naamgeving.
Ondersoort→ geografisch afgescheiden groep soortgenoten met afwijkende kenmerken.
Taxonomie→ indelen van individuen in groepen.
Groepen: Organismen→ Soorten→ geslachten→ families→ orden→ klassen→
afdelingen→ rijken→ domeinen
Door het fokken van dieren ontstaan nieuwe rassen.
Taxonomen gebruiken tegenwoordig domeinen als hoogste groep→ De archaea, de
bacteriën en de eukaryoten.
De bouw van een celmembraan bij earache wijkt af van dat bij de andere groepen bestaat
uit een enkele laag fosfolipiden.
DNA
Biologen gebruiken DNA onderzoek om tot een meer betrouwbare indeling van soorten te
komen.
Moleculaire klok→ ze kunnen vaststellen welke soorten verwant zijn en hoelang die
soorten al op de aarde zijn. Nauw verwante soorten hebben vrijwel gelijk hemoglobine gen.
Hoe meer verschillende mutaties hoe minder nauw verwant de soorten zijn. en hoe langer
geleden ze van gemeenschappelijk voorouder zijn afgesplitst.
Soorten houden zich niet aan menselijke regels
Wij bepalen wat soorten zijn en hoeveel ze van elkaar mogen verschillen in uiterlijk en DNA,
de natuur darentegen houd zich niet aan menselijke regels. Soms kruisen soorten met
elkaar en ontstaan er nieuwe soorten.
Hybriden→ Levensverwantbare nakomelingen
Ezels en zebra’s kunnen bijvoorbeeld ook nakomelingen krijgen. Ze zijn dus nauw verwant.
Meestal zijn deze dan onvruchtbaar.
Ongeslachtelijke voortplanting→ Vrouwtjes kunnen vruchtbare jongen krijgen zonder een
paring.
, Hoofdstuk 6 Paragraaf 2
De grootte van populaties
Populaties→ Groepen organismen van dezelfde soort in een bepaald gebied.
Om de populatiegrootte te bepalen kun je de dieren tellen. Het is moeilijk om bij kleine
organismen de dieren te tellen. Daarom kun je beter schatten.
Vangst terugvangst methode (bij bijvoorbeeld muizen)
N1→ Muizen worden gevangen
N2→ Ze worden losgelaten en opnieuw gevangen
N3→ Een paar hebben het merkteken
N→ Totale populatie bosmuizen
N=(N1xN2) / N3
Ook met een DNA-onderzoek kan je informatie over de populatiegrootte achterhalen.
Groei van populaties
In 1999 kwam er een jachtverbod op ganzen, hierdoor nam de populatie in het begin
langzaam toe. Door geboorte en immigratie nam de populatiegrootte steeds sneller toe.
In 2014 was de jacht weer toegestaan hierdoor moest de groei afremmen. Sterfte en
emigratie verkleinen de populatiegrootte.
Gezonde populaties
In het voorjaar zetten mannetjes hun territorium uit.
Territorium→ Het gebied wat een mannetje verdedigt tegen andere mannetjes.
Het aantal territoria bepaald de populatiegrootte.
De beperkte factor→Van alle factoren die de populatiegrootte het meest bepalen is er altijd
één die de groei het meest belemmerd.
Jonge koolmezen kunnen ook wegtrekken en in een andere populatie terecht komen.
Ze dragen dan bij een een genetische diversiteit→ Genetische variatie in een populatie.
Inbreng van andere genen maakt de kans dat een populatie een ziekte overleeft groter.
Als jonge koolmezen in een nest blijven dan kunnen ze een territorium bemachtigen. Ze
vergroten de oorspronkelijke populatie.
Nadelen: Ze paren met individuen die direct familie zijn, dit kan de populatie kwetsbaar
maken voor een ziekte en kan de populatie verdwijnen.
Inteelt→ Kruisen binnen een soort
Gescheiden populaties
Voor dassen is de weg bijna altijd dodelijk, er is vrijwel geen contact tussen dassen aan
beide kanten. Dit noem je versnippering→ Opdelen van leefgebied van een soort.
Er komt geen vers-bloed meer in de populatie blijkt uit DNA-Onderzoek.
Ontsnippering→ Door middel van bijvoorbeeld bruggen over een weg weer contact tussen
de populaties leggen.
Hoofdstuk 6 Paragraaf 1
Kenmerken van soorten
Soms lijken dieren op elkaar maar blijken ze geen soortgenoten te zijn. Hun gedrag,
voedsel, voortplanting tijdstip of leefgebied zijn verschillend. Biologen gebruiken 2 criteria
om vast te stellen of individuen tot dezelfde soort behoren: Overeenkomst in uiterlijk of
uiterlijke kenmerken en de mogelijkheid om vruchtbare nakomelingen te krijgen.
Honden kunnen heel erg van elkaar verschillen in uiterlijk maar toch vruchtbare
nakomelingen krijgen. Ze behoren tot dezelfde soort. Tegenwoordig gebruiken biologen een
DNA-onderzoek als aanvulling om het vast te stellen. Een soort beschrijven aan de hand
van het uiterlijk heet en voorbeeldexemplaar.
Soortnamen en indeling
Als een soort beschreven is krijgt deze een wetenschappelijke naam→ Geslachtsnaam en
soortaanduiding. Dit heet een binomiale naamgeving.
Ondersoort→ geografisch afgescheiden groep soortgenoten met afwijkende kenmerken.
Taxonomie→ indelen van individuen in groepen.
Groepen: Organismen→ Soorten→ geslachten→ families→ orden→ klassen→
afdelingen→ rijken→ domeinen
Door het fokken van dieren ontstaan nieuwe rassen.
Taxonomen gebruiken tegenwoordig domeinen als hoogste groep→ De archaea, de
bacteriën en de eukaryoten.
De bouw van een celmembraan bij earache wijkt af van dat bij de andere groepen bestaat
uit een enkele laag fosfolipiden.
DNA
Biologen gebruiken DNA onderzoek om tot een meer betrouwbare indeling van soorten te
komen.
Moleculaire klok→ ze kunnen vaststellen welke soorten verwant zijn en hoelang die
soorten al op de aarde zijn. Nauw verwante soorten hebben vrijwel gelijk hemoglobine gen.
Hoe meer verschillende mutaties hoe minder nauw verwant de soorten zijn. en hoe langer
geleden ze van gemeenschappelijk voorouder zijn afgesplitst.
Soorten houden zich niet aan menselijke regels
Wij bepalen wat soorten zijn en hoeveel ze van elkaar mogen verschillen in uiterlijk en DNA,
de natuur darentegen houd zich niet aan menselijke regels. Soms kruisen soorten met
elkaar en ontstaan er nieuwe soorten.
Hybriden→ Levensverwantbare nakomelingen
Ezels en zebra’s kunnen bijvoorbeeld ook nakomelingen krijgen. Ze zijn dus nauw verwant.
Meestal zijn deze dan onvruchtbaar.
Ongeslachtelijke voortplanting→ Vrouwtjes kunnen vruchtbare jongen krijgen zonder een
paring.
, Hoofdstuk 6 Paragraaf 2
De grootte van populaties
Populaties→ Groepen organismen van dezelfde soort in een bepaald gebied.
Om de populatiegrootte te bepalen kun je de dieren tellen. Het is moeilijk om bij kleine
organismen de dieren te tellen. Daarom kun je beter schatten.
Vangst terugvangst methode (bij bijvoorbeeld muizen)
N1→ Muizen worden gevangen
N2→ Ze worden losgelaten en opnieuw gevangen
N3→ Een paar hebben het merkteken
N→ Totale populatie bosmuizen
N=(N1xN2) / N3
Ook met een DNA-onderzoek kan je informatie over de populatiegrootte achterhalen.
Groei van populaties
In 1999 kwam er een jachtverbod op ganzen, hierdoor nam de populatie in het begin
langzaam toe. Door geboorte en immigratie nam de populatiegrootte steeds sneller toe.
In 2014 was de jacht weer toegestaan hierdoor moest de groei afremmen. Sterfte en
emigratie verkleinen de populatiegrootte.
Gezonde populaties
In het voorjaar zetten mannetjes hun territorium uit.
Territorium→ Het gebied wat een mannetje verdedigt tegen andere mannetjes.
Het aantal territoria bepaald de populatiegrootte.
De beperkte factor→Van alle factoren die de populatiegrootte het meest bepalen is er altijd
één die de groei het meest belemmerd.
Jonge koolmezen kunnen ook wegtrekken en in een andere populatie terecht komen.
Ze dragen dan bij een een genetische diversiteit→ Genetische variatie in een populatie.
Inbreng van andere genen maakt de kans dat een populatie een ziekte overleeft groter.
Als jonge koolmezen in een nest blijven dan kunnen ze een territorium bemachtigen. Ze
vergroten de oorspronkelijke populatie.
Nadelen: Ze paren met individuen die direct familie zijn, dit kan de populatie kwetsbaar
maken voor een ziekte en kan de populatie verdwijnen.
Inteelt→ Kruisen binnen een soort
Gescheiden populaties
Voor dassen is de weg bijna altijd dodelijk, er is vrijwel geen contact tussen dassen aan
beide kanten. Dit noem je versnippering→ Opdelen van leefgebied van een soort.
Er komt geen vers-bloed meer in de populatie blijkt uit DNA-Onderzoek.
Ontsnippering→ Door middel van bijvoorbeeld bruggen over een weg weer contact tussen
de populaties leggen.