Theorie
Infinitief→ oppassen, spelen
gebiedende wijs→ loop eens door!
Onvoltooid deelwoord→ kijkend, lopend
Voltooid deelwoord→ Ik had de brief al verstuurd
persoonsvorm verleden tijd→ rende, liep
Persoonsvorm tegenwoordige tijd→ Rennen, Lopen
bijvoeglijk naamwoord→ De rode auto
Formuleren
Hen / hun / zij
zij
- Onderwerp
Hun
- Bezittelijk voornaamwoord→ Hun boek
- Meewerkend voorwerp zonder voorzetsel→ Ik geef hun een voldoende
Hen
- Meewerkend voorwerp met voorzetsel→ Ik geef aan hen een voldoende
- Altijd na een voorzetsel
- Lijdend voorwerp→ Ik zie hen staan
Die of Dat, Deze of Dit
- Die en dat verwijzen naar de-woorden
- Deze en dit verwijzen naar het-woorden
Dat of Wat
- Dat bij een het-woord
- Wat bij een overtreffende trap, onbepaald voornaamwoord (Alles, iets, niets),
- slaat op een hele zin
Wie of waar
- Bij personen voorzetsel + wie
- Bij zaken waar + voorzetsel
Onduidelijk verwijzen
- Een verwijswoord verwijzen naar iets wat niet in de tekst staat.
Onjuist→ Alexandra slaat ons altijd om de oren met bijbelse uitspraken. Maar ze heeft hem
zelf nooit gelezen
Juist→ Alexandra slaat ons altijd om de oren met bijbels uitspraken, maar ze heeft de bijbel
zelf nooit gelezen
Infinitief→ oppassen, spelen
gebiedende wijs→ loop eens door!
Onvoltooid deelwoord→ kijkend, lopend
Voltooid deelwoord→ Ik had de brief al verstuurd
persoonsvorm verleden tijd→ rende, liep
Persoonsvorm tegenwoordige tijd→ Rennen, Lopen
bijvoeglijk naamwoord→ De rode auto
Formuleren
Hen / hun / zij
zij
- Onderwerp
Hun
- Bezittelijk voornaamwoord→ Hun boek
- Meewerkend voorwerp zonder voorzetsel→ Ik geef hun een voldoende
Hen
- Meewerkend voorwerp met voorzetsel→ Ik geef aan hen een voldoende
- Altijd na een voorzetsel
- Lijdend voorwerp→ Ik zie hen staan
Die of Dat, Deze of Dit
- Die en dat verwijzen naar de-woorden
- Deze en dit verwijzen naar het-woorden
Dat of Wat
- Dat bij een het-woord
- Wat bij een overtreffende trap, onbepaald voornaamwoord (Alles, iets, niets),
- slaat op een hele zin
Wie of waar
- Bij personen voorzetsel + wie
- Bij zaken waar + voorzetsel
Onduidelijk verwijzen
- Een verwijswoord verwijzen naar iets wat niet in de tekst staat.
Onjuist→ Alexandra slaat ons altijd om de oren met bijbelse uitspraken. Maar ze heeft hem
zelf nooit gelezen
Juist→ Alexandra slaat ons altijd om de oren met bijbels uitspraken, maar ze heeft de bijbel
zelf nooit gelezen