MGZ – College 13: Spieren
Soorten spierweefsel
Willekeurige beheersing
o Skeletspieren
Het spierstelsel
Onwillekeurige beheersing
o Hartspier
Hartwand
o Gladden spieren
Inwendige organen
Overzicht van het spierstelsel
Skeletspieren zijn direct of indirect met de botten verbonden
Hebben 5 functies
o Bewegingen van het skelet
o Behoud van houding en lichaamspositie
o Steun aan weke delen
o Beschermen van in- en uitgangen
o Behoud lichaamstemperatuur
Bloedvaten en zenuwen
Tussen de spiervezel -> bloedvaten en zenuwen
Zuurstof voor spiercontracties
Voedingsstoffen
Afvoeren van afvalstoffen
Skeletspieren -> onbewuste en bewuste aansturing vanuit het zenuwstelsel
o Zenuwvezels lopen door het epimysium
Anatomie van skeletspieren
Microscopische anatomie van een spiervezel
o Sarcolemma
Spiercelmembraan
o Sarcoplasma
Spiercelcytoplasma
o Sarcoplasmatisch
reticulum (SR)
Is een soort glad
ER
o Myofibrillen
(contractieorganellen)
Actine en myosine
Dunne en dikke
filamenten
, Sarcomeren -> de kleinste contractie eenheid
Het contractieproces
Interactie tussen actieve plaatsen actine en myosine ->
kruisbruggen
Calcium ionen initiëren de interactie tussen actine en
myosine
o Calciumionen worden afgegeven vanuit het
sarcoplasmatisch reticulum
Contractie start
Dunne filamenten glijden langs dikke filamenten
o Sarcomeer contractie -> theorie van de glijdende
elementen
Na de contractie -> rust -> interactie tussen actine en
myosine wordt verbroken en men keert terug naar de
oorspronkelijke positie in rust
Aanhechten, (glijden) draaien, losmaken en terugkeren
Aansturing van spiercontractie
Vanuit het zenuwstelsel -> verbinding tussen het
zenuwstelsel en skeletspier -> neuromusculaire functie
o Synapsknop bevindt zich op de spiervezel
o Synapsknop uiteinde van een axon (zenuwvezel van
een zenuwcel = motorisch neuron)
o Synapsknop -> bevat acetylcholine
(neurotransmitter)
o Acetylcholine wordt door de synapsknop afgegeven
-> door een actiepotentiaal (elektrisch signaal van
het zenuwstelsel)
o Motorische eindplaat -> waar acetylcholine vrijkomt en gebonden wordt op
receptoren van de skeletspiercel
Acetylcholine -> activeert het sarcoplasmatisch reticulum tot het afgegeven
van calciumionen
Begin contractie
Einde contractie
Acetylcholine wordt verwijderd
o Enzymen -> acetylcholine-esterasen
o Calciumionen worden terug opgenomen in sarcoplasmatisch reticulum
o Kruisbruggen (interacties) tussen actine en myosine worden verbroken
o Dunne en dikke filamenten gaan uit elkaar
o Relaxatie -> rustlengte
Soorten spierweefsel
Willekeurige beheersing
o Skeletspieren
Het spierstelsel
Onwillekeurige beheersing
o Hartspier
Hartwand
o Gladden spieren
Inwendige organen
Overzicht van het spierstelsel
Skeletspieren zijn direct of indirect met de botten verbonden
Hebben 5 functies
o Bewegingen van het skelet
o Behoud van houding en lichaamspositie
o Steun aan weke delen
o Beschermen van in- en uitgangen
o Behoud lichaamstemperatuur
Bloedvaten en zenuwen
Tussen de spiervezel -> bloedvaten en zenuwen
Zuurstof voor spiercontracties
Voedingsstoffen
Afvoeren van afvalstoffen
Skeletspieren -> onbewuste en bewuste aansturing vanuit het zenuwstelsel
o Zenuwvezels lopen door het epimysium
Anatomie van skeletspieren
Microscopische anatomie van een spiervezel
o Sarcolemma
Spiercelmembraan
o Sarcoplasma
Spiercelcytoplasma
o Sarcoplasmatisch
reticulum (SR)
Is een soort glad
ER
o Myofibrillen
(contractieorganellen)
Actine en myosine
Dunne en dikke
filamenten
, Sarcomeren -> de kleinste contractie eenheid
Het contractieproces
Interactie tussen actieve plaatsen actine en myosine ->
kruisbruggen
Calcium ionen initiëren de interactie tussen actine en
myosine
o Calciumionen worden afgegeven vanuit het
sarcoplasmatisch reticulum
Contractie start
Dunne filamenten glijden langs dikke filamenten
o Sarcomeer contractie -> theorie van de glijdende
elementen
Na de contractie -> rust -> interactie tussen actine en
myosine wordt verbroken en men keert terug naar de
oorspronkelijke positie in rust
Aanhechten, (glijden) draaien, losmaken en terugkeren
Aansturing van spiercontractie
Vanuit het zenuwstelsel -> verbinding tussen het
zenuwstelsel en skeletspier -> neuromusculaire functie
o Synapsknop bevindt zich op de spiervezel
o Synapsknop uiteinde van een axon (zenuwvezel van
een zenuwcel = motorisch neuron)
o Synapsknop -> bevat acetylcholine
(neurotransmitter)
o Acetylcholine wordt door de synapsknop afgegeven
-> door een actiepotentiaal (elektrisch signaal van
het zenuwstelsel)
o Motorische eindplaat -> waar acetylcholine vrijkomt en gebonden wordt op
receptoren van de skeletspiercel
Acetylcholine -> activeert het sarcoplasmatisch reticulum tot het afgegeven
van calciumionen
Begin contractie
Einde contractie
Acetylcholine wordt verwijderd
o Enzymen -> acetylcholine-esterasen
o Calciumionen worden terug opgenomen in sarcoplasmatisch reticulum
o Kruisbruggen (interacties) tussen actine en myosine worden verbroken
o Dunne en dikke filamenten gaan uit elkaar
o Relaxatie -> rustlengte