MGZ – College 12: Botten en gewrichten
Het beenderenstelsel omvat:
• Botten
• Kraakbeen
• Gewrichten – bewegen
• Spieren
Functies van het skelet
• Steun tegen zwaartekracht
• Opslag
o Calcium, fosfor
o Vet (geel beenmerg)
• Bloedcelproductie (rood beenmerg)
• Bescherming van de zachte inwendige organen (schedel, ribben, bekken)
• Hefboomwerking voor spierbewegingen
De botstructuur
• Macroscopische kenmerken van de botten
o Algemene vormen van botten
▪ Lange botten (bijv. dijbeen)
▪ Korte botten (bijv.
handwortelbeentjes)
▪ Platte botten (bijv. ribben,
schedel en schouderbladen)
▪ Onregelmatige botten (bijv.
ruggenwervels)
Kenmerken van een lang bot
• Diafyse (schacht)
o Compact (dicht) botweefsel
o Omgeeft de mergholte
o Mergholte -> beenmerg
• Epifysen (uiteinden)
o Spongieus botweefsel
o Bedekt met gewrichtskraakbeen
• Periost (beenvlies)
o Vermengd met pezen en gewrichtsbanden
o Verbinding met de spieren
• Endost (binnenbekleding)
o Bekleedt de mergholte
o Botgroei en botherstel
, Een overzicht van het skelet
Botmarkering
• Langebotten
o Trochanter = ruw en groot uitsteeksel
o Kop en hals
o Fossa = ondiepe instulping
o Facet = gewrichtsvlak
o Sulcus = smalle groeve
o Gewrichtsknobbel
• Schedel
o Sinus = holte met lucht gevuld
o Kanaal = doorgang door het
botweefsel
o Foramen = ronde doorging voor
bloedvaten en zenuwen
o Fissuur = langwerpige spleet
o Processus = uitsteeksel of
bobbel
• Bekken
o Crista = opvallende rand
o Linea = lage rand
o Ramus = verleging van een bot met een hoek
o Spina = puntig uitsteeksel
o Fossa = ondiepe instulping
Indeling skelet
• Het axiale skelet (80 beenderen)
o Schedel
o Borstkas en borstbeen
o Wervelkolom
• Appendiculair skelet (126 beenderen)
o Armen, benen
o Schoudergordel
o Bekkengordel
Axiaal -> schedel (cranium)
• Cranium -> 22 beenderen
o 8 ter hoogte van
hersenschedel
o 14 aangezichtsbeenderen
• Gehoorbeentjes -> 6
• Os hyoideum -> tongbeen
• Totaal 29 beenderen
Het beenderenstelsel omvat:
• Botten
• Kraakbeen
• Gewrichten – bewegen
• Spieren
Functies van het skelet
• Steun tegen zwaartekracht
• Opslag
o Calcium, fosfor
o Vet (geel beenmerg)
• Bloedcelproductie (rood beenmerg)
• Bescherming van de zachte inwendige organen (schedel, ribben, bekken)
• Hefboomwerking voor spierbewegingen
De botstructuur
• Macroscopische kenmerken van de botten
o Algemene vormen van botten
▪ Lange botten (bijv. dijbeen)
▪ Korte botten (bijv.
handwortelbeentjes)
▪ Platte botten (bijv. ribben,
schedel en schouderbladen)
▪ Onregelmatige botten (bijv.
ruggenwervels)
Kenmerken van een lang bot
• Diafyse (schacht)
o Compact (dicht) botweefsel
o Omgeeft de mergholte
o Mergholte -> beenmerg
• Epifysen (uiteinden)
o Spongieus botweefsel
o Bedekt met gewrichtskraakbeen
• Periost (beenvlies)
o Vermengd met pezen en gewrichtsbanden
o Verbinding met de spieren
• Endost (binnenbekleding)
o Bekleedt de mergholte
o Botgroei en botherstel
, Een overzicht van het skelet
Botmarkering
• Langebotten
o Trochanter = ruw en groot uitsteeksel
o Kop en hals
o Fossa = ondiepe instulping
o Facet = gewrichtsvlak
o Sulcus = smalle groeve
o Gewrichtsknobbel
• Schedel
o Sinus = holte met lucht gevuld
o Kanaal = doorgang door het
botweefsel
o Foramen = ronde doorging voor
bloedvaten en zenuwen
o Fissuur = langwerpige spleet
o Processus = uitsteeksel of
bobbel
• Bekken
o Crista = opvallende rand
o Linea = lage rand
o Ramus = verleging van een bot met een hoek
o Spina = puntig uitsteeksel
o Fossa = ondiepe instulping
Indeling skelet
• Het axiale skelet (80 beenderen)
o Schedel
o Borstkas en borstbeen
o Wervelkolom
• Appendiculair skelet (126 beenderen)
o Armen, benen
o Schoudergordel
o Bekkengordel
Axiaal -> schedel (cranium)
• Cranium -> 22 beenderen
o 8 ter hoogte van
hersenschedel
o 14 aangezichtsbeenderen
• Gehoorbeentjes -> 6
• Os hyoideum -> tongbeen
• Totaal 29 beenderen