Maatschappijleer SE H 1t/m9
Hoofdstuk 1:
Een staat waarin de burgers met grondrechten worden beschermd voor machtsmisbruik en
willekeur van de overheid, wordt en rechtsstaat genoemd. Daarnaast heb je ook de sociale
rechtsstaat, waarin allerlei wetten en voorzieningen zijn om de welvaart en het welzijn van de
burgers te bevorderen. In een rechtsstaat is er sprake van vertrouwen en wederkerigheid,
voor wat hoort wat. Een sociaal contract is een contract waarin er afspraken komen om in
natuurlijke vrijheid en gelijkheid te kunnen leven.
Beginselen van de rechtsstaat
- Beginsel van de grondrechten: alle mensen zijn in vrijheid en gelijkheid geboren en
moeten zo ook kunnen samenleven.
- Soevereiniteits- en democratiebeginsel: de mensen sluiten gezamenlijk een
vredesakkoord, een sociaal contract.
- Legaliteitsbeginsel: Een persoon kan alleen gehouden worden aan wetsbepalingen die al
bestonden op het moment dat die persoon datgene doet waarop die wet betrekking
heeft. Het voorkomt dat de wetgever met terugwerkende kracht regels kan opleggen.
- Beginsel van de trias politica: de macht van de staat wordt voor de zekerheid verder
begrensd door interne scheiding van de staatsmacht. Wetgevende-, uitvoerende- en
rechterlijke macht.
Hoofdstuk 2:
De grondwet zorgt ervoor dat de macht van de staat begrensd wordt en zorgt daarmee voor de
vrijheden van burgers. Daarnaast legt het fundamentele rechten van burgers vast en geeft het
aan hoe de belangrijkste organen zoals koning en ministers zijn georganiseerd. Ook drukt het
eenheid van de natie uit.
Nederland werd in 1814 een constitutionele monarchie, dus een koninkrijk met een grondwet.
Later werd de koning onschendbaar en werden de grondrechten ook uitgebreid. De democratie
was uitgebreid, maar toch mochten alleen bepaalde mannen nog maar stemmen:
censuskiesrecht.
De klassieke grondrechten worden gevormd op basis van v rijheid en gelijkheid van de
burgers → kenmerken van sociaal contract.
- Recht op gelijke behandeling: niemand mag gediscrimineerd worden.
- Persoonlijke vrijheid: gaat samen met recht op privacy, onaantastbaarheid van het
lichaam, vrijheid van godsdienst/onderwijs en het recht op eigendom.
- Politieke vrijheid: in het algemene kiesrecht en in grondrechten die het publieke debat
stimuleren, zoals vrijheid van meningsuiting.
Hoofdstuk 1:
Een staat waarin de burgers met grondrechten worden beschermd voor machtsmisbruik en
willekeur van de overheid, wordt en rechtsstaat genoemd. Daarnaast heb je ook de sociale
rechtsstaat, waarin allerlei wetten en voorzieningen zijn om de welvaart en het welzijn van de
burgers te bevorderen. In een rechtsstaat is er sprake van vertrouwen en wederkerigheid,
voor wat hoort wat. Een sociaal contract is een contract waarin er afspraken komen om in
natuurlijke vrijheid en gelijkheid te kunnen leven.
Beginselen van de rechtsstaat
- Beginsel van de grondrechten: alle mensen zijn in vrijheid en gelijkheid geboren en
moeten zo ook kunnen samenleven.
- Soevereiniteits- en democratiebeginsel: de mensen sluiten gezamenlijk een
vredesakkoord, een sociaal contract.
- Legaliteitsbeginsel: Een persoon kan alleen gehouden worden aan wetsbepalingen die al
bestonden op het moment dat die persoon datgene doet waarop die wet betrekking
heeft. Het voorkomt dat de wetgever met terugwerkende kracht regels kan opleggen.
- Beginsel van de trias politica: de macht van de staat wordt voor de zekerheid verder
begrensd door interne scheiding van de staatsmacht. Wetgevende-, uitvoerende- en
rechterlijke macht.
Hoofdstuk 2:
De grondwet zorgt ervoor dat de macht van de staat begrensd wordt en zorgt daarmee voor de
vrijheden van burgers. Daarnaast legt het fundamentele rechten van burgers vast en geeft het
aan hoe de belangrijkste organen zoals koning en ministers zijn georganiseerd. Ook drukt het
eenheid van de natie uit.
Nederland werd in 1814 een constitutionele monarchie, dus een koninkrijk met een grondwet.
Later werd de koning onschendbaar en werden de grondrechten ook uitgebreid. De democratie
was uitgebreid, maar toch mochten alleen bepaalde mannen nog maar stemmen:
censuskiesrecht.
De klassieke grondrechten worden gevormd op basis van v rijheid en gelijkheid van de
burgers → kenmerken van sociaal contract.
- Recht op gelijke behandeling: niemand mag gediscrimineerd worden.
- Persoonlijke vrijheid: gaat samen met recht op privacy, onaantastbaarheid van het
lichaam, vrijheid van godsdienst/onderwijs en het recht op eigendom.
- Politieke vrijheid: in het algemene kiesrecht en in grondrechten die het publieke debat
stimuleren, zoals vrijheid van meningsuiting.