MGZ – College 20 en 21: Zenuwstelsel deel 1 en 2
Het zenuwstelsel
• Twee orgaanstelsels coördineren alle andere orgaanstelsels
o Kenmerken zenuwstelsel
▪ Snelle response
▪ Korte duur
o Kenmerken hormoonstelsel
▪ Tragere response
▪ Lange duur
• Neuronen
o Registratie interne en externe milieu
o Verwerkt zintuigelijke informatie
o Coördineert gewilde en ongewilde acties
Zenuwstelsel – twee anatomische gebieden
• Centraal zenuwstelsel (CZS)
o Hersenen en ruggenmerg
▪ Verwerking van sensorische informatie
• Wat wij zien, voelen, horen, ruiken, smaken, beleven
▪ Geeft informatie die verwerkt is door aan alle spierweefsel (motorische
impulsen)
▪ Intelligentie, geheugen en emoties
• Perifeer zenuwstelsel (PZS)
o Al het zenuwweefsel buiten het CZS
o Communicatie tussen CZS en het lichaam
o Afferent gedeelte -> voert sensorische info vanuit het lichaam naar het CZS
o Efferent gedeelte -> voert motorische info vanuit het CZS naar het lichaam
o Somatisch zenuwstelsel
o Autonoom zenuwstelsel
Perifeer zenuwstelsel = PZS
• Somatische zenuwstelsel (bewust)
o Onderdeel PZS
o Motorische impulsen vanuit het CZS leiden naar de skeletspieren
• Autonoom zenuwstelsel (onbewust)
o Onderdeel PZS
o Parasympatisch en sympatisch
o Motorische impulsen vanuit het CZS leiden naar de gladden spieren (organen),
hartspier, klieren en vetweefsel
,Celorganisatie in zenuwweefsel
• Twee soorten cellen:
o Neuronen:
▪ Voor overdracht, verwerking en opslag van informatie
o Neuroglia:
▪ Ondersteunend netwerk voor neuronen
Drie soorten neuronen
• Sensorische neuronen
o Leveren informatie aan het CZS
o Sensorische of sensibele informatie
• Motorische neuronen
o Stimuleren of remmen perifeer weefsel
o Leveren motorische impulsen naar het lichaam
o Motoriek
• Sensorische neuronen
o Perifeer zenuwstelsel
o Zinteugcellen die informatie ontvangen vanuit het interne en externe milieu en
doorsturen naar het CZS
o Sturen sensorische info van het lichaam naar het CZS
, Motorische neuronen in het CZS
• Multipolaire neuronen
o Geven motorische impulsen vanuit het CZS naar het lichaam
o Motorische impulsen worden geleid naar de spieren -> sturen spierweefsel aan
o Somatische motorische neuronen van het somatisch zenuwstelsel die skeletspieren
aansturen
o Visceromotorische neuronen van het autonoom zenuwstelsel die glad spierweefsel
van de organen, hartspierweefsel, klieren en vetweefsel aansturen
Neuroglia van het CZS
• Astrocyten
o Onderdeel van bloed-hersenbarrière
o Vorming en handhaving van de bloed-hersenbarrière
o Voorzien de zenuwcellen van glucose en groeifactoren
• Oligodendrocyten
o Verantwoordelijk voor myeline schede rondom axonen en productie van myeline
• Microgliacellen
o Fagocyterende afweercellen
• Ependymcellen
o Bekleden holten in hersenen en ruggenmerg
o Bron van cerebrospinale vloeistof (liquor)
Ondersteunende zenuwcellen PZS
• Twee soorten neurogliacellen in PZS
o Satellietcelen
▪ Omringen cellichamen
▪ Voorzien de zenuwcellen van het PZS van
voedsel en groeifactoren
o Schwann-cellen
▪ Omringen alle perifere axonen
▪ Vormen myelineschede van
gemyelineerde axonen
▪ Vormen myeline
Signaaloverdracht axon
• Geleiding van een actiepotentiaal over een axon
o Ononderbroken geleiding
▪ Betreft het gehele membraanoppervlak
▪ Gaat met ‘kleine stapjes’ (trager)
▪ Vindt plaats in gemyelineerde axonen
Het zenuwstelsel
• Twee orgaanstelsels coördineren alle andere orgaanstelsels
o Kenmerken zenuwstelsel
▪ Snelle response
▪ Korte duur
o Kenmerken hormoonstelsel
▪ Tragere response
▪ Lange duur
• Neuronen
o Registratie interne en externe milieu
o Verwerkt zintuigelijke informatie
o Coördineert gewilde en ongewilde acties
Zenuwstelsel – twee anatomische gebieden
• Centraal zenuwstelsel (CZS)
o Hersenen en ruggenmerg
▪ Verwerking van sensorische informatie
• Wat wij zien, voelen, horen, ruiken, smaken, beleven
▪ Geeft informatie die verwerkt is door aan alle spierweefsel (motorische
impulsen)
▪ Intelligentie, geheugen en emoties
• Perifeer zenuwstelsel (PZS)
o Al het zenuwweefsel buiten het CZS
o Communicatie tussen CZS en het lichaam
o Afferent gedeelte -> voert sensorische info vanuit het lichaam naar het CZS
o Efferent gedeelte -> voert motorische info vanuit het CZS naar het lichaam
o Somatisch zenuwstelsel
o Autonoom zenuwstelsel
Perifeer zenuwstelsel = PZS
• Somatische zenuwstelsel (bewust)
o Onderdeel PZS
o Motorische impulsen vanuit het CZS leiden naar de skeletspieren
• Autonoom zenuwstelsel (onbewust)
o Onderdeel PZS
o Parasympatisch en sympatisch
o Motorische impulsen vanuit het CZS leiden naar de gladden spieren (organen),
hartspier, klieren en vetweefsel
,Celorganisatie in zenuwweefsel
• Twee soorten cellen:
o Neuronen:
▪ Voor overdracht, verwerking en opslag van informatie
o Neuroglia:
▪ Ondersteunend netwerk voor neuronen
Drie soorten neuronen
• Sensorische neuronen
o Leveren informatie aan het CZS
o Sensorische of sensibele informatie
• Motorische neuronen
o Stimuleren of remmen perifeer weefsel
o Leveren motorische impulsen naar het lichaam
o Motoriek
• Sensorische neuronen
o Perifeer zenuwstelsel
o Zinteugcellen die informatie ontvangen vanuit het interne en externe milieu en
doorsturen naar het CZS
o Sturen sensorische info van het lichaam naar het CZS
, Motorische neuronen in het CZS
• Multipolaire neuronen
o Geven motorische impulsen vanuit het CZS naar het lichaam
o Motorische impulsen worden geleid naar de spieren -> sturen spierweefsel aan
o Somatische motorische neuronen van het somatisch zenuwstelsel die skeletspieren
aansturen
o Visceromotorische neuronen van het autonoom zenuwstelsel die glad spierweefsel
van de organen, hartspierweefsel, klieren en vetweefsel aansturen
Neuroglia van het CZS
• Astrocyten
o Onderdeel van bloed-hersenbarrière
o Vorming en handhaving van de bloed-hersenbarrière
o Voorzien de zenuwcellen van glucose en groeifactoren
• Oligodendrocyten
o Verantwoordelijk voor myeline schede rondom axonen en productie van myeline
• Microgliacellen
o Fagocyterende afweercellen
• Ependymcellen
o Bekleden holten in hersenen en ruggenmerg
o Bron van cerebrospinale vloeistof (liquor)
Ondersteunende zenuwcellen PZS
• Twee soorten neurogliacellen in PZS
o Satellietcelen
▪ Omringen cellichamen
▪ Voorzien de zenuwcellen van het PZS van
voedsel en groeifactoren
o Schwann-cellen
▪ Omringen alle perifere axonen
▪ Vormen myelineschede van
gemyelineerde axonen
▪ Vormen myeline
Signaaloverdracht axon
• Geleiding van een actiepotentiaal over een axon
o Ononderbroken geleiding
▪ Betreft het gehele membraanoppervlak
▪ Gaat met ‘kleine stapjes’ (trager)
▪ Vindt plaats in gemyelineerde axonen