Geschiedenis samenvatting
Historische context: Duitsland.
1871-1945
2.1 Het Duitse keizerrijk (1871 - 1919)
Na het Congres van Wenen (1814/1815):
-> Pruisen grote gebieden in West-Duitsland erbij.
-> Frankrijk economisch meer ontwikkeld + meer inwoners.
● Pruisische bevolkingsgroei + industrialisatie > sterk leger en wapenindustrie.
● Franse industrie ontwikkelde traag.
Otto von Bismarck
- 1862 Rijkskanselier (leider vd regering) van Pruisen.
- Doel: Duitse eenheid van bovenaf opleggen o.l.v Pruisen met militaire middelen, want een oorlog
tussen Oostenrijk en Frankrijk is toch onvermijdelijk.
● Von Bismarck maakte gebruik van de kleinere Duitse staatjes, deze wilde allemaal één
grote staat.
De Franse keizer Napoleon III keek toe hoe Pruisen machtiger werd in Europa.
- 1870: Prins Leopold (familielid pruisische koning), dreigde op de Spaanse troon te komen.
- Gevolg: 19 juli 1870 verklaring van de oorlog aan Pruisen.
1870 - 1871: Frans-Duitse oorlog.
-> Slag bij Sedan Franse leger verslagen en Napoleon III gevangen genomen.
-> Capitulatie Parijs.
● Gevolg: 18-1-1871: Duitse keizerrijk wordt uitgeroepen in het Paleis van Versailles.
- Koning Wilhelm I van Pruisen wordt nu keizer van Duitsland.
Gevolgen Frans-Duitse Oorlog:
Duitsland
● Politiek:
1. Duitse eenwording.
2. Keizerrijk o.l.v Wilhelm I (Pruisen).
● Economisch:
1. Economische grootmacht door snelle industrialisatie.
Frankrijk:
● Politiek:
1. Einde keizerrijk
2. Verdeeldheid in de samenleving
3. Elzas-Lotharingen afstaan aan Duitsland.
● Economisch:
1. Schadevergoeding betalen aan Duitsland.
>> Frankrijk is dominantie in Europa kwijt, ‘revanchegedachte’.
Duitse politiek in handen Von Bismarck (1871-1890).
● Andere mogendheden (Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije en Rusland) mogelijke bedreiging.
● Gevolg: buitenlands beleid > Alliantiepolitiek 1871.
, Alliantiepolitiek:
1. Politiek die zich richt op het behouden van het bestaande machtsevenwicht, nieuwe Duitse
grenzen.
2. Voorkomen van samenspannen Frankrijk + O-H of Rusland.
3. Bescheiden koloniale rol om GB te vriend te houden.
● Hij sluit allianties met beide landen > helpen op neutraal tijdens oorlog.
De snelle industrialisatie in vele landen > zoektocht naar gebieden met grondstoffen.
- Sterk gevoel van nationalisme dat invloed uitoefent.
- Gevaar: Europese concurrentieslag om Afrika kan leiden tot conflicten.
● Von Bismarck > Conferentie van Berlijn 1884-1885
● Onderhandelingen over toekomst Afrika: niet-gekoloniseerde gebieden verdeeld,
grenzen.
Conferentie van Berlijn (1884-1885).
- KA: De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
- KA: De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme,
socialisme, confessionnalisme.
1888: overlijden Wilhelm I, overname macht Wilhelm II.
● Wilhelm II was niet tevreden met het machtsevenwicht + wilde Duitsland meer macht en
aanzien geven.
● Gevolg: ontsloeg Von Bismarck 1890 + voerde nieuwe buitenlands beleid: Weltpolitik.
Weltpolitik:
1. Vestiging wereldimperium met overzeese kolonies.
2. Duitsland meer macht en aanzien > wereldmacht.
● Instelling vloot wetten (1898) en bouw van de marine door Wilhelm II, wilde concurreren met
GB.
● GB was in die tijd de grootste zeemacht, dus voelde zich bedreigd.
● = Wapenwedloop Duitsland en Groot-Brittanië.
Vlootwet (1898)
- KA: De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
- KA: De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme,
socialisme, confessionnalisme en feminisme.
- KA: De rol van moderne propaganda en communicatiemiddelen en vormen van
massaorganisatie.
> GB won de wapenwedloop + Weltpolitik geen succes.
● Gevolg: DU richtte zich in het begin van 20e eeuw op Europa.
- Duitsland zou naar het Oosten moeten uitbreiden.
Verdere militarisering plaats onder Wilhelm II:
● Hoge waardering voor militairen
● Veel mannen menen roem & kunnen eer verdienen door te dienen.
- Scouting Verenigingen
Historische context: Duitsland.
1871-1945
2.1 Het Duitse keizerrijk (1871 - 1919)
Na het Congres van Wenen (1814/1815):
-> Pruisen grote gebieden in West-Duitsland erbij.
-> Frankrijk economisch meer ontwikkeld + meer inwoners.
● Pruisische bevolkingsgroei + industrialisatie > sterk leger en wapenindustrie.
● Franse industrie ontwikkelde traag.
Otto von Bismarck
- 1862 Rijkskanselier (leider vd regering) van Pruisen.
- Doel: Duitse eenheid van bovenaf opleggen o.l.v Pruisen met militaire middelen, want een oorlog
tussen Oostenrijk en Frankrijk is toch onvermijdelijk.
● Von Bismarck maakte gebruik van de kleinere Duitse staatjes, deze wilde allemaal één
grote staat.
De Franse keizer Napoleon III keek toe hoe Pruisen machtiger werd in Europa.
- 1870: Prins Leopold (familielid pruisische koning), dreigde op de Spaanse troon te komen.
- Gevolg: 19 juli 1870 verklaring van de oorlog aan Pruisen.
1870 - 1871: Frans-Duitse oorlog.
-> Slag bij Sedan Franse leger verslagen en Napoleon III gevangen genomen.
-> Capitulatie Parijs.
● Gevolg: 18-1-1871: Duitse keizerrijk wordt uitgeroepen in het Paleis van Versailles.
- Koning Wilhelm I van Pruisen wordt nu keizer van Duitsland.
Gevolgen Frans-Duitse Oorlog:
Duitsland
● Politiek:
1. Duitse eenwording.
2. Keizerrijk o.l.v Wilhelm I (Pruisen).
● Economisch:
1. Economische grootmacht door snelle industrialisatie.
Frankrijk:
● Politiek:
1. Einde keizerrijk
2. Verdeeldheid in de samenleving
3. Elzas-Lotharingen afstaan aan Duitsland.
● Economisch:
1. Schadevergoeding betalen aan Duitsland.
>> Frankrijk is dominantie in Europa kwijt, ‘revanchegedachte’.
Duitse politiek in handen Von Bismarck (1871-1890).
● Andere mogendheden (Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije en Rusland) mogelijke bedreiging.
● Gevolg: buitenlands beleid > Alliantiepolitiek 1871.
, Alliantiepolitiek:
1. Politiek die zich richt op het behouden van het bestaande machtsevenwicht, nieuwe Duitse
grenzen.
2. Voorkomen van samenspannen Frankrijk + O-H of Rusland.
3. Bescheiden koloniale rol om GB te vriend te houden.
● Hij sluit allianties met beide landen > helpen op neutraal tijdens oorlog.
De snelle industrialisatie in vele landen > zoektocht naar gebieden met grondstoffen.
- Sterk gevoel van nationalisme dat invloed uitoefent.
- Gevaar: Europese concurrentieslag om Afrika kan leiden tot conflicten.
● Von Bismarck > Conferentie van Berlijn 1884-1885
● Onderhandelingen over toekomst Afrika: niet-gekoloniseerde gebieden verdeeld,
grenzen.
Conferentie van Berlijn (1884-1885).
- KA: De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
- KA: De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme,
socialisme, confessionnalisme.
1888: overlijden Wilhelm I, overname macht Wilhelm II.
● Wilhelm II was niet tevreden met het machtsevenwicht + wilde Duitsland meer macht en
aanzien geven.
● Gevolg: ontsloeg Von Bismarck 1890 + voerde nieuwe buitenlands beleid: Weltpolitik.
Weltpolitik:
1. Vestiging wereldimperium met overzeese kolonies.
2. Duitsland meer macht en aanzien > wereldmacht.
● Instelling vloot wetten (1898) en bouw van de marine door Wilhelm II, wilde concurreren met
GB.
● GB was in die tijd de grootste zeemacht, dus voelde zich bedreigd.
● = Wapenwedloop Duitsland en Groot-Brittanië.
Vlootwet (1898)
- KA: De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
- KA: De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme,
socialisme, confessionnalisme en feminisme.
- KA: De rol van moderne propaganda en communicatiemiddelen en vormen van
massaorganisatie.
> GB won de wapenwedloop + Weltpolitik geen succes.
● Gevolg: DU richtte zich in het begin van 20e eeuw op Europa.
- Duitsland zou naar het Oosten moeten uitbreiden.
Verdere militarisering plaats onder Wilhelm II:
● Hoge waardering voor militairen
● Veel mannen menen roem & kunnen eer verdienen door te dienen.
- Scouting Verenigingen