Hoofdstuk - 1 Schaarste en welvaart
Index van het reële inkomen (reële inkomensindex):
Indexcijfer reëel inkomen = Indexcijfer nominaal inkomen X 100
Consumentenprijsindexcijfer
Welvaart → De welvaart geeft de mate aan waarin je kunt voorzien in je behoeften.
Schaarste → Hoe schaarser een product (dus hoe minder ze er van hebben) hoe
duurder het product is
Welzijn → Is de mate waarin je je gelukkig voelt
Welvaart in enge zin → De koopkracht van het gemiddelde inkomen per inwoner
Welvaart in ruime zin → De mate waarin mensen (gemiddeld) kunnen voorzien in
hun behoeften. Hierbij telt niet alleen de koopkracht mee, maar ook bijvoorbeeld
vrijwilligerswerk in het milieu.
Hoofdstuk 2 - Consumentengedrag
Inferieure producten → Producten waarvan consumenten bij stijging van het
inkomen minder kopen
Elasticiteit:
Inkomenselasticiteit → Getal dat aangeeft hoeveel procent de gevraagde
hoeveelheid verandert als het inkomen met 1% verandert
Prijselasticiteit van de vraag → Getal dat aangeeft hoeveel procent de gevraagde
hoeveelheid van een product verandert als gevolg van een prijsverandering met 1
procent.