Inhoud
Oefententamen 1................................................................................................................ 2
Oefententamen 2................................................................................................................ 9
, Oefententamen 1
TENTAMEN 23 MAART 2021
VRAAG 1
Naar aanleiding van de Toeslagenaffaire probeert de wetgever op allerlei
manieren om herhaling te voorkomen. Meer maatwerk en betere
rechtsbescherming voor burgers is het devies. Dat heeft soms verrassende
resultaten. De Tweede Kamer vroeg op 19 januari 2021 bij unanieme motie aan
de regering om in iedere wet een hardheidsclausule op te nemen, en om alle
bestaande wetgeving in deze zin aan te passen. Als de regering aan deze motie
gehoor geeft, betekent dit dat dwingend recht steeds door de rechter buiten
beschouwing kan worden gelaten als de concrete toepassing van een regel zou
leiden tot een onbillijk resultaat.
Bespreek in hoeverre deze techniek van invoeging van
hardheidsclausules in alle wetgeving past bij de juridische culturen van
de civil Law en de common law. Besteed hierbij ook aandacht aan het
geldende Nederlandse recht dienaangaande en in het bijzonder aan de
Wet Algemene Bepalingen. (15p)
Civil law en het Nederlandse recht
In de civil law heeft de rechter traditioneel de positie van spreekbuis van de wet.
Hij moet de wet toepassen op het aan hem voorgelegde geval en mag niet uit
eigen beweging besluiten om een bepaalde wettelijke bepaling buiten toepassing
te laten omdat dit in zijn ogen mogelijk zou leiden tot een onbillijk resultaat. In
het Nederlandse recht is dit uitgangspunt vastgelegd in art. 11 Wet AB: 'DE
regter moet volgens de wet regt spreken: hij mag in geen geval de innerlijke
waarde of billijkheid der wet beoordeelen.'. De in de motie voorgestelde
hardheidsclausules staan op gespannen voet met dit beginsel. Een dergelijke
clausule geeft immers nu juist aan de rechter de bevoegdheid om wel een
oordeel te vellen over de billijkheid van (de toepassing van) de wet. Een dergelijk
systeem van hardheidsclausules, dat de rechter in de gelegenheid stelt om de
wet in concrete gevallen buiten toepassing te laten, past dus niet bij de
grondbeginselen van de civil law.
Common law
In de common law heeft de rechter een andere positie dan in de civil law. De
common law is rechtersrecht, rechtspraak vormt de belangrijkste rechtsbron in
dit systeem. De rechter is dus, anders dan in de civil Law, bij uitstek een
rechtsvormer. Dit brengt mee dat rechters in de common Law vrijer zijn om hun
eigen weg te gaan en vaker een beslissing kunnen nemen die sterk is
toegesneden op de omstandigheden van het individuele geval. Daarbij kunnen zij
bijvoorbeeld oordelen dat precedenten niet van toepassing zijn op een
voorliggend geval omdat het feitencomplex niet overeenkomt met dat van deze
oudere beslissingen ('distinguishing'). Ook wordt de wet door common Law-
rechters in beginsel restrictief uitgelegd ('presumption against alteration of the
common law'), waardoor haar toepassingsgebeid in de regel beperkt is.
Daarnaast is de common Law reeds bekend met het concept van beslissingen op
basis van billijkheid in gevallen waarin het geldende recht aanvulling of
verbetering behoeft. Dit is immers de kern van het equityrecht: wanner de