Micro-niveau Meso-niveau Macro-niveau
Verschillen vanuit individuele Verschillen vanuit sociale Verschillen vanuit samenleving
kenmerken groepen/organisaties
Mediagebruik Redacties Economische structuren
Identiteitsvorming Mediabedrijven Politiek
Beïnvloeding Sociale groepen Cultuur
Waarom is dit belangrijk?
● Media zijn alom aanwezig
● Media zijn overal beschikbaar
● Alledaagse leven omringd door media content en platforms
● Iedereen kan bijdragen
Probleem
Van oudsher twee typen communicatie
1. Interpersoonlijke communicatie
Sender → Message → Medium → Receiver
2. Massacommunicatie
Sender → Message → Medium → Receiver x heel veel
→ Grenzen vervagen door internet
➔ Faciliteert zowel interpersoonlijke als massacommunicatie
➔ Prosumers: actieve actoren produceren en consumeren content
Nieuw dynamisch model
Modellen passen niet meer in de moderne tijd: nieuw model nodig om relevante
actoren en factoren te visualiseren:
Alles is steeds met elkaar in interactie.
● Sender = Industrie → Vanwege de professionele en commerciële aard van
mediaorganisaties die content produceren
● Message = Content → Vanwege de omvang, diversiteit en complexiteit van
het boodschap systeem
● Medium = Technologie → Omvat grote variëteit en diversiteit aan platforms
(traditioneel - interactief)
● Ontvanger = Users → Die zowel consumeren als produceren
, Social world vertegenwoordigt de invloedrijke factoren buiten het individu en
media zoals culturele normen en regulering overheid
1. De social world wordt dus gezien als de kern van het model!
2. Aandacht voor media als onderdeel van onze sociale wereld
3. Media daarmee in een grote sociale context geplaatst
Verschillende dimensies/invalshoeken om het mediasysteem te begrijpen:
Economisch Content
Industrie als verdienmodel - met beperkingen/toezicht Diversiteit, representatie en inclusiviteit in het
van de overheid boodschapsysteem
Technologisch Publiek/Users
Technologie die beperkingen verlicht maar ook oplegt en Wensen, verwachtingen van individuen en sociale
niet voor iedereen toegankelijk is groepen (leefstijlen en generaties)
Hoe gaan we daarmee om?
Structure vs Agency: Spanning tussen eigen individuele authentieke wensen en
doelen en de beperkingen die de sociale structuur al of niet oplegt (waar media
onderdeel van vormen)
→ Structure: Niet tastbaar, maar: Verwijst naar sociale systemen en instituties die
individueel gedrag beïnvloeden of beperken
→ Wetten economische systemen, media-instellingen, algoritmes, cultuur
→ Agency: Verwijst naar het vermogen van individuen of groepen om bewust eigen
keuzes te maken en te handelen
→ Gebruikers die content maken of boycotten, journalisten die onafhankelijk zijn
Schema media in 2035
Media en samenleving zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden
Een wereld zonder media zou geen internet, sociale media, tv, radio, boeken of
games hebben
Gevolgen voor het dagelijks leven:
● Ander entertainment
● Minder snelle en minder brede informatie
● Kleinere en tragere wereldbeleving
Gevolgen voor zelfbeeld:
, ● Minder sociale vergelijking
● Minder focus op uiterlijk, mode en beroemdheden
Sociale relaties zouden veranderen:
● Meer face-to-face contact
● Sterkere lokale banden, zwakkere verre relaties
Ook instituties zouden veranderen:
● Politiek, economie, onderwijs, religie en sociale bewegingen
Conclusie: Media maken onze wereld niet per se beter of slechter, maar zonder
media zou de samenleving radicaal anders en nauwelijks herkenbaar zijn
Kenmerken van traditionele massamedia
● Bekende afzenders (auteurs, journalisten, filmmakers)
● Anonieme ontvangers
● Inhoud wordt geproduceerd door professionals
● Publiek interpreteert de boodschap actief, maar kan beperkt reageren
● Mediaonderzoek is interdisciplinair: sociologie, politicologie, psychologie,
literatuurwetenschap en communicatie.
● Sociologisch perspectief: individuen leven in een sociale context en worden
beïnvloed door economie, cultuur, overheid, familie en media.
● Socialisatie ontwikkelt identiteit en zelfbeeld via interactie met anderen.
● Rollen binnen groepen en instituties (familie, school, werk) brengen
verwachtingen met zich mee.
● Om media te begrijpen, moet je ze zien als sociale instituties die interactie
hebben met andere sociale elementen
Niveaus van structuur en agency in media
Tussen instituties:
● Media beïnvloedt en wordt beïnvloed door overheid, economie, maatschappij.
● Spanningen ontstaan door conflicterende verwachtingen van verschillende
groepen.
Binnen instituties:
● Structuur van mediabedrijven beïnvloedt mediaprofessionals en content.
● Mediapersoneel kan de structuren zelf deels veranderen.
● Autonomie varieert per functie, organisatie en medium.
Tussen instituut en publiek:
● Media beïnvloedt gebruikers (informatie, entertainment).
● Gebruikers zijn actief: kiezen, delen, reageren, creëren, interpreteren.
● Interpretatie wordt beïnvloed door sociale factoren (klasse, ras, gender,
opleiding).
● Interactie is minder direct dan in persoonlijke communicatie.
Rollen van media
, ● Gebruikers: informatie en entertainment
● Adverteerders/politici/sociale bewegingen: invloed en
gedragsbeïnvloeding
● Mediawerkers: werk, inkomen, prestige, professionele identiteit
● Eigenaren: winst, politieke macht
● Maatschappij: socialisatie, controle van macht
Een model van media en de sociale wereld
Vier kerncomponenten van het model:
● Media-industrie: producent van content, beïnvloedt en wordt beïnvloed door
technologie.
● Gebruikers: actief interpreteren, reageren en creëren content; internet
versterkt deze rol.
● Technologie: mediakanalen en -apparaten; gebruik bepaalt impact, creëert
verschillende gebruikerservaringen.
● Mediacontent: beïnvloed door industrie, gebruikers, technologie en sociale
context.
→ Sociale wereld: context van alle niet-mediale factoren (overheid, economie,
cultuur) die het hele systeem beïnvloeden.
→ Dynamiek van het model:
● Circulair, niet-lineair
● Dubbele pijlen: relaties kunnen in beide richtingen werken
● Componenten beïnvloeden elkaar voortdurend
→ Actieve rol van gebruikers:
● Betekenis construeren uit media (sociale constructie van realiteit)
● Content negeren, delen, bekritiseren, creëren
● Interactie beperkt vergeleken met face-to-face, maar toch invloedrijk
→ Technologie beïnvloedt gebruikerservaring:
● Film vs. muziek vs. streaming: verschillende mate van aandacht vereist
● Succes van technologie afhankelijk van gebruikersacceptatie
→ Doel van het model:
● Belangrijke componenten en relaties in de sociologie van media identificeren
● Helpt media-analyse en begrip van sociale betekenis te structureren
● Houdt rekening met structuur-agency dynamiek en feedback loops
Toepassing van het model: burgerrechten in twee media-era’s