★ Informeren
★ Beïnvloeden
★ Entertainen
Turow (2023)
● Enjoyment: media brengen ons vermaak
● Companionship: we kunnen ons verbonden voelen met media-personen
● Surveillance: we blijven via media op de hoogte van wat er gaande is
● Interpretation: we leren van de media wat passend gedrag is
Uses and Gratifications perspectief (Katz, et al., 1974)
Vijf soorten gratificaties:
● Bevrediging van cognitieve behoeften; kennis, begrip
● Bevredigen van affectieve behoeften; plezier, schoonheid, emotie (regulatie)
● Bevredigen van persoonlijke integratieve behoeften: eigen
geloofwaardigheid en status, zelfvertrouwen, onszelf vergelijken met
favoriete karakters om te evalueren waar we ‘staan’
● Bevrediging van contactbehoeften; met familie, vrienden en de wereld
● Bevrediging van de behoefte om te ontspannen en ontvluchten aan stress
,Media systems dependency theory (Ball-Rokeach & DeFleur, 1976)
“Onder welke maatschappelijke en individuele omstandigheden hebben media
wel/geen substantiële effecten?”
“Het idee is dat hoe meer iemand afhankelijk is van het bevredigen van behoeften
door mediagebruik, hoe belangrijker de rol van de media in het leven van die
persoon zal zijn, en dus hoe meer invloed de media zullen hebben” (Baran & Davis,
2006, p. 324).
● Het maatschappelijke systeem bepaalt de context en de doelen van het
publiek
● Het mediasysteem levert de middelen om deze doelen te bereiken
● Het publiek gebruikt de media en is afhankelijk van hen voor informatie en
interpretatie
● Effecten zijn de uitkomsten van deze afhankelijkheid op kennis, houding en
gedrag
,Wetenschap: systematische en georganiseerde hoeveelheid kennis op bepaald
onderzoeksgebied, verkregen met behulp van de ‘wetenschappelijke methode’.
● Wetenschappers gaan systematisch te werk, gebruiken vaste modules en
methodes, doen observaties om op ideeën te komen en testen die ideeën obv
nieuwe observaties, streven naar cumulatief bewijs, proberen op elkaar voort
te bouwen
● Onderzoekers streven naar het veranderen van de status quo, altijd
proberen veranderen of uit te breiden van wat er al is
● Consensus, kunnen we obv meerdere onderzoeken tot dezelfde kennis komen
○ Natuurwetenschap: de wetenschap van natuurlijk voorkomende objecten of
verschijnselen; heel exact en precies
○ Sociale Wetenschappen: de wetenschap van mensen of verzamelingen van
mensen; onvoorspelbaar, minder exact
Wat is kennis en wat zijn theorie en wetmatigheden?
- Wetmatigheden: geobserveerde patronen tussen fenomenen, kenmerken of
gedragingen, bijv, seizoenen; in de winter wordt het altijd kouder, of de
zwaartekrachtwet
- Theorie: verklaring van een onderliggende fenomeen of gedraging binnen
een bepaalde context; een idee en hoeft niet altijd waar te zijn; gebaseerd op
de wetenschap is het de beste verklaring tot nu toe; bijv. de theorie waarom
er zwaartekracht is op aarde
Bijv; hoe langer iemand scrolt, hoe negatiever het zelfbeeld wordt=wetmatigheid
wij hebben allemaal de neiging om ons te vergelijken met anderen, om zo te weten
waar we in de groep staan en hoe we ons moeten gedragen, want vroeger was dat
van belang om te overleven (evolutie) = theorie die het fenomeen (wetmatigheid)
zou kunnen verklaren; sociale vergelijkingstheorie
● Neerwaartse vergelijking
● Opwaartse vergelijking
De empirische cyclus
, Legt uit hoe je aan theorie komt
Inductief onderzoek: Bij inductief onderzoek is het doel van een onderzoeker om
theoretische concepten en patronen af te leiden uit waargenomen gegevens.
● wat je doet als je nog niet goed weet hoe iets zit. Er is een kennisprobleem
● Van specifiek naar algemeen
● Stukje theorie ontwikkelen
● Theorievormend
Deductief onderzoek: Bij deductief onderzoek is het doel van de onderzoeker om
concepten en patronen die bekend zijn uit de theorie te testen met behulp van
nieuwe empirische gegevens.
● Verifiërend toetsend onderzoek
● Hypothesen opstellen obv wat we al weten
● van algemeen naar specifiek
● Doel: stukje theorie toetsen in specifieke context
● Theorietoetsend
Het resultaat van empirisch onderzoek is nooit een complete theorie maar het
vinden van een stukje theorie (inductief onderzoek) of de toetsing van een stukje
theorie (deductief onderzoek)
● Concept: Een stuk theorie. Concepten kun je definiëren als generaliseerbare
eigenschappen of kenmerken die geassocieerd worden met objecten,
gebeurtenissen of mensen. bijv. groepsdruk in het onderzoeken van Danielle
Bleize
● Construct: Een abstract concept dat wordt gekozen of gevonden om een
bepaald fenomeen te verklaren
● Model: als we meerdere concepten vinden (inductief onderzoek) of meerdere
concepten toetsen (deductief onderzoek) kunnen, is er vaak een idee over
hoe die concepten samenhangen. We kunnen concepten en hun samenhang
visueel weergeven. Dit noemen we dan een conceptueel model. Een
conceptueel model gaat vaak over een specifieke situatie of context.
Wat is een paradigma?
● Manier van denken een model of een verzameling van ideeen die veel
onderzoekers aanhangen
● Manier van denken, een model of een verzameling ideeën en aannames die
bepalen hoe we de wereld waarnemen, interpreteren en begrijpen
● Wetenschappers die een bepaald paradigma hanteren, kijken door ‘dezelfde
bril’ naar de wereld
● Dat betekent niet dat ze allemaal dezelfde concepten of theorieën
onderzoeken/bedenken
● Bieden wel een gemakkelijkere manier om theorieën te ordenen