Belevenissen van een joods meisje
Het huisje aan de sloot is een verhalenbundel, alle hoofstukken vertellen een belevenis of
herinnering uit het leven van een joods meisje. Het verhaal begint bij het Chanoekafeest. Het feest
wordt gevierd en de kaarsjes mogen worden ontstoken voor de kinderen. Het meisje heeft een
leermoment wanneer ze een weddenschap houden over welke kaars het langst zal branden. Deze
weddenschap verliest ze. Op school heeft het meisje goede cijfers. Haar oude juffrouw maakte haar
belachelijk met slechte cijfers voor handwerk. De nieuwe juffrouw gelooft wel in haar. Later neemt
de nieuwe juffrouw het voor haar op als de directeur weer een onaardige opmerking maakt. Bij het
feest van de Driekoningen is het duidelijk voor het meisje dat christenen en joden eigen feesten
hebben, waarbij je niet bij beide mee kan doen. Van haar moeder moet ze kiezen of delen. Na vijf uur
mag een kind op sabbat niet meer snoepen en ze had een snoepje in haar mond gedaan. Dat is een
zonde. Ze moet hem uitspugen en voelt zich heel schuldig.
Godsdienst en strenge godsdienstige rituelen is een literair-historisch motief in het boek. Het jood
zijn is in het hele boek erg duidelijk. In de tijd waarin het boek zich afspeelt, is een godsdienst erg
belangrijk. Er zijn veel verschillende geloven, maar door de ouders wordt hun geloof duidelijk
bijgebracht aan de kinderen en moeten ze zich ook overal aan houden. Een ander motief is het
schoolleven. Vroeger op school was het veel strenger, en werden kinderen die iets niet goed konden,
sneller uitgelachen dan nu. In de tijd waarin het boek werd geschreven was school al heel erg
belangrijk voor de kinderen. Ze wilden of moesten goede prestaties halen en deden er vaak ook veel
voor om dit te bereiken. Deze twee motieven geven aan dat het boek echt bij de tijd past waarin het
zich afspeelt.
Het boek is geschreven door Carry van Bruggen, een Nederlandse romanschrijfster. Van Bruggen
schreef een groot aantal autobiografische romans.1 Het huisje aan de sloot is een veelgelezen boek,
gebaseerd op haar jeugd in Zaandam. Het boek was in de tijd dat het is geschreven erg bekend. Het
behoort tot de literaire stroming het Realisme. Realisme is ontstaan uit de romantiek. De
werkelijkheid wordt zo natuurgetrouw mogelijk beschreven. Het was zo dat er maar één objectieve
waarheid is die je kunt waarnemen en ervaren. In het boek is het erg duidelijk dat het geschreven is
tijdens het Realisme. In het boek worden vaak de waarnemingen van het meisje met de emoties erbij
uitgebreid beschreven. Dit is typisch voor de literaire stroming het Realisme.
De bundel is in 1921 geschreven. Dit zie je heel goed terug in het taalgebruik. In de bundel komen
veel woorden voor die tegenwoordig niet meer gebruikt worden. Joodse woorden en uitdrukkingen
worden erg veel gebruikt. Een aantal daarvan worden met voetnoten verwezen naar achterin het
1
Dautzenberg, J. A. (2017, 8 februari). Carry van Bruggen. Geraadpleegd op 12 juni 2020, van
https://www.ensie.nl/literatuur/carry-van-bruggen