Atheense democratie
Atheense vrije mannen stemrecht -> 10 rechters en 10 leiders moesten het dan
uitvoeren
Raad ban 500 -> jaarlijks vervangen
1 x per jaar iemand verbannen -> tegen alleen heerserij
Romeins bestuur
Oligarchie -> rijke groep van 300 (senaat) -> veto recht op de beslissingen van de
volksvergadering
Vroegere middeleeuwen
Leenstelsel -> land uitlenen in ruil voor pacht -> steeds door gegeven aan een lager klasse ->
steeds minder trouw aan de vorst
Late middeleeuwen
Vorsten hadden hun macht teruggekregen door centralisatie -> leenmannen moest hun
macht afstaan (soms in opstand)
Machiavelli
Leider moedig/machtig -> de baas -> mag liegen en bedriegen om zijn doel te bereiken
Hobbes:
iedereen vrij en gelijk
sterk en effectief gezag -> om oorlog te voorkomen -> door onderling contract
(tussen bevolking) recht op zelfverdediging aan een absoluut vorst
Locke
iedereen vrij en gelijk
tijdelijk macht aan de vorst -> berust op wederzijds vertrouwen -> mag afgezet
worden
motisque:
monarchie en machtenscheiding -> controleerde elkaar -> afgevaardigde bevolking te
dom
Uitvoerende
Wetgevende
Uitvoerende
Rousseau:
Iedereen vrij en gelijk
Sociaal contract: volk en volksvergadering het belangrijkst -> alles en iedereen
ondergeschikt aan de algemene wil
Smith
Iedereen vrij en je eigen doelen na jagen
Vrije economie -> weinig overheidsbemoeienis
Marx
Bourgeoisie maakt gebruik van het proletariaat -> proletariaat in verenigde opstand ->
proletariaat heersers -> doel is een klasseloze maatschappij
Atheense vrije mannen stemrecht -> 10 rechters en 10 leiders moesten het dan
uitvoeren
Raad ban 500 -> jaarlijks vervangen
1 x per jaar iemand verbannen -> tegen alleen heerserij
Romeins bestuur
Oligarchie -> rijke groep van 300 (senaat) -> veto recht op de beslissingen van de
volksvergadering
Vroegere middeleeuwen
Leenstelsel -> land uitlenen in ruil voor pacht -> steeds door gegeven aan een lager klasse ->
steeds minder trouw aan de vorst
Late middeleeuwen
Vorsten hadden hun macht teruggekregen door centralisatie -> leenmannen moest hun
macht afstaan (soms in opstand)
Machiavelli
Leider moedig/machtig -> de baas -> mag liegen en bedriegen om zijn doel te bereiken
Hobbes:
iedereen vrij en gelijk
sterk en effectief gezag -> om oorlog te voorkomen -> door onderling contract
(tussen bevolking) recht op zelfverdediging aan een absoluut vorst
Locke
iedereen vrij en gelijk
tijdelijk macht aan de vorst -> berust op wederzijds vertrouwen -> mag afgezet
worden
motisque:
monarchie en machtenscheiding -> controleerde elkaar -> afgevaardigde bevolking te
dom
Uitvoerende
Wetgevende
Uitvoerende
Rousseau:
Iedereen vrij en gelijk
Sociaal contract: volk en volksvergadering het belangrijkst -> alles en iedereen
ondergeschikt aan de algemene wil
Smith
Iedereen vrij en je eigen doelen na jagen
Vrije economie -> weinig overheidsbemoeienis
Marx
Bourgeoisie maakt gebruik van het proletariaat -> proletariaat in verenigde opstand ->
proletariaat heersers -> doel is een klasseloze maatschappij