Samenvatting Biologie H13.1 t/m 13.4
13.1
Dieren eten
● Plantaardig voedsel is moeilijk te verteren door celwanden.
● Kiezen en darmen van dieren zijn aangepast aan het voedsel:
- Planteneters: plooikiezen (harde riegels op het kauwvlak) en een lang
verteringsstelsel
- Vleeseters: knipkiezen (grote scherpe hoektanden) en een kort
verteringsstelsel
- Alleseters: knobbelkiezen (kunnen voedsel goed pletten en malen, snij- en
hoektanden bijten eten af) en een middellang verteringsstelsel
Katten zijn slanker dan koeien
Vergeleken met een koe, is een kat slank. Ook dat komt door het verschil in voedsel.
Voldoende energie
● Dieren hebben energie uit voedsel (E) nodig voor:
- bewegen (B)
- op temperatuur blijven (T)
- nieuwe cellen produceren (P)
Een deel verdwijnt als poep en afvalstoffen (U).
● De energiebalans: E = B+T+P+U.
Organismen voorkomen opeten
1. goede zintuigen (grote ogen en oren aan de zijkant) en snel kunnen vluchten
2. camouflage: niet opvallen in de omgeving
3. mimicry: lijken op een gevaarlijk dier
* Eencellige dieren eten
● Ze vouwen een deel van het celmembraan om het eencellige plantje en
nemen het in het lichaam op, dat noem je endocytose.
● Het blaasje met de gevangen alg wordt vervolgens in het dier verteerd. Een
eencellig dier kan onverteerde resten of andere grote stoffen afgeven door ze
te verpakken in een blaasje. Het blaasje vloeit samen met het celmembraan
en de inhoud gaat naar buiten: exocytose
, 13.2
Insecten ademen
● Insecten hebben zuurstof nodig voor de verbranding.
● Insecten ademen via buizen: tracheeën. Aan de zijkant van het lijf zitte kleine
gaatjes: stigmata (enkv. stigma).
● Insecten ademen door hun achterlijf langer en korter te maken:
1. Spieren trekken samen →achterlijf korter → tracheeën nauwer → lucht
wordt via stigmata naar buiten geperst.
2. Spieren ontspannen → achterlijf langer → tracheeën wijder → lucht
stroomt via de stigmata naar binnen.
● Koolstofdioxide en zuurstof worden met de omgeving uitgewisseld door
diffusie: de stof gaat van een hoge naar een lage concentratie.
Vissen ademen
● Vissen halen met hun kieuwen zuurstof uit het water en geven er
koolstofdioxide aan af.
● Een vis laat steeds vers water langs de kieuwplaatjes stromen. Dat gaat zo:
● 1.De vis opent zijn bek en neemt een hap water. De kieuwdeksels zijn dan
dicht.
● 2.De vis sluit zijn bek, de kieuwdeksels gaan open. Het water wordt langs de
kieuwplaatjes naar buiten geperst.
● In de kieuwplaatjes gaat door diffusie zuurstof naar het bloed en
koolstofdioxide naar het water.
● De gaswisseling verloopt goed door het tegenstroomprincipe: bloed en water
stromen in tegengestelde richting.
* Eencelligen kunnen soms zonder zuurstof
● Rottings- en darmbacteriën leven zonder zuurstof.
- Bij de afbraak van dode resten zonder zuurstof ontstaan methaangas en
stinkende gassen.
● Gistcellen kunnen met en zonder zuurstof leven.
- met zuurstof: verbranding van glucose
- zonder zuurstof: gistcellen breken glucose af tot alcohol en koolstofdioxide:
glucose → alcohol + koolstofdioxide + energie
● Melkzuurbacteriën leven zonder zuurstof.
- melkzuurgisting: suiker → melkzuur + energie
13.1
Dieren eten
● Plantaardig voedsel is moeilijk te verteren door celwanden.
● Kiezen en darmen van dieren zijn aangepast aan het voedsel:
- Planteneters: plooikiezen (harde riegels op het kauwvlak) en een lang
verteringsstelsel
- Vleeseters: knipkiezen (grote scherpe hoektanden) en een kort
verteringsstelsel
- Alleseters: knobbelkiezen (kunnen voedsel goed pletten en malen, snij- en
hoektanden bijten eten af) en een middellang verteringsstelsel
Katten zijn slanker dan koeien
Vergeleken met een koe, is een kat slank. Ook dat komt door het verschil in voedsel.
Voldoende energie
● Dieren hebben energie uit voedsel (E) nodig voor:
- bewegen (B)
- op temperatuur blijven (T)
- nieuwe cellen produceren (P)
Een deel verdwijnt als poep en afvalstoffen (U).
● De energiebalans: E = B+T+P+U.
Organismen voorkomen opeten
1. goede zintuigen (grote ogen en oren aan de zijkant) en snel kunnen vluchten
2. camouflage: niet opvallen in de omgeving
3. mimicry: lijken op een gevaarlijk dier
* Eencellige dieren eten
● Ze vouwen een deel van het celmembraan om het eencellige plantje en
nemen het in het lichaam op, dat noem je endocytose.
● Het blaasje met de gevangen alg wordt vervolgens in het dier verteerd. Een
eencellig dier kan onverteerde resten of andere grote stoffen afgeven door ze
te verpakken in een blaasje. Het blaasje vloeit samen met het celmembraan
en de inhoud gaat naar buiten: exocytose
, 13.2
Insecten ademen
● Insecten hebben zuurstof nodig voor de verbranding.
● Insecten ademen via buizen: tracheeën. Aan de zijkant van het lijf zitte kleine
gaatjes: stigmata (enkv. stigma).
● Insecten ademen door hun achterlijf langer en korter te maken:
1. Spieren trekken samen →achterlijf korter → tracheeën nauwer → lucht
wordt via stigmata naar buiten geperst.
2. Spieren ontspannen → achterlijf langer → tracheeën wijder → lucht
stroomt via de stigmata naar binnen.
● Koolstofdioxide en zuurstof worden met de omgeving uitgewisseld door
diffusie: de stof gaat van een hoge naar een lage concentratie.
Vissen ademen
● Vissen halen met hun kieuwen zuurstof uit het water en geven er
koolstofdioxide aan af.
● Een vis laat steeds vers water langs de kieuwplaatjes stromen. Dat gaat zo:
● 1.De vis opent zijn bek en neemt een hap water. De kieuwdeksels zijn dan
dicht.
● 2.De vis sluit zijn bek, de kieuwdeksels gaan open. Het water wordt langs de
kieuwplaatjes naar buiten geperst.
● In de kieuwplaatjes gaat door diffusie zuurstof naar het bloed en
koolstofdioxide naar het water.
● De gaswisseling verloopt goed door het tegenstroomprincipe: bloed en water
stromen in tegengestelde richting.
* Eencelligen kunnen soms zonder zuurstof
● Rottings- en darmbacteriën leven zonder zuurstof.
- Bij de afbraak van dode resten zonder zuurstof ontstaan methaangas en
stinkende gassen.
● Gistcellen kunnen met en zonder zuurstof leven.
- met zuurstof: verbranding van glucose
- zonder zuurstof: gistcellen breken glucose af tot alcohol en koolstofdioxide:
glucose → alcohol + koolstofdioxide + energie
● Melkzuurbacteriën leven zonder zuurstof.
- melkzuurgisting: suiker → melkzuur + energie