Markt vormen:
Monopolie: 1. Wettelijk (octrooi) 2. Maar ruimte voor 1 aanbieder (OV)
Veel vragers, 1 aanbieder
Homogeen (hetzelfde)
Doorzichtig
Zeer moeilijke toetreding
Hoge invloed prijs (te hoog? -> substitutie goed)
Monopolistische concurrentie
Veel vragers, veel aanbieders
Heterogeen (een ander product) -> ander product voor de vragers
(productdifferentiatie)
Niet echt doorzichtig
Redelijke toetreding
Kiest op eigen GO-lijn + rekening houden met andere
Volkomen concurrentie P=GO=MO
Veel vragers, veel aanbieders
Homogeen (hetzelfde)
Doorzichtig
Makkelijke toetreding
Vaste prijs die wordt bepaald
Oligopolie -> prijzenoorlog (vaak vermeden want gaat tot MK)
Veel vragers, veel aanbieders
Heterogeen (anders) soms homogeen (hetzelfde)
Niet echt doorzichtig bij hetero, bij homo wel
Lastige toetreding -> door: grote schaal produceren (verzonken kosten)
MO=MK -> prijsstarheid -> concurrentie door: productdifferentiatie, promotie, plaats
Strategieën:
Gevangenen dilemma: beide dominant en wantrouwen elkaar -> vaak nadelig
Simultaan -> tegelijk
Sequentieel -> na elkaar
Tit for tat: zelfde strategie als je tegenstander
Nash effect: geen speler kan zich verbeteren
Voordeel 1ste zet: als er 2 nash’s zijn
Battle of the sexes: 1 krijgt niet zijn zin en legt zich er bij neer i.v.m. relatie
Chicken game: als beide niet willen toegeven -> slechte uitkomst alle andere zijn beter
Laagste prijsgarantie: zelfbinding -> kan leiden door samenwerking
Monopolie: 1. Wettelijk (octrooi) 2. Maar ruimte voor 1 aanbieder (OV)
Veel vragers, 1 aanbieder
Homogeen (hetzelfde)
Doorzichtig
Zeer moeilijke toetreding
Hoge invloed prijs (te hoog? -> substitutie goed)
Monopolistische concurrentie
Veel vragers, veel aanbieders
Heterogeen (een ander product) -> ander product voor de vragers
(productdifferentiatie)
Niet echt doorzichtig
Redelijke toetreding
Kiest op eigen GO-lijn + rekening houden met andere
Volkomen concurrentie P=GO=MO
Veel vragers, veel aanbieders
Homogeen (hetzelfde)
Doorzichtig
Makkelijke toetreding
Vaste prijs die wordt bepaald
Oligopolie -> prijzenoorlog (vaak vermeden want gaat tot MK)
Veel vragers, veel aanbieders
Heterogeen (anders) soms homogeen (hetzelfde)
Niet echt doorzichtig bij hetero, bij homo wel
Lastige toetreding -> door: grote schaal produceren (verzonken kosten)
MO=MK -> prijsstarheid -> concurrentie door: productdifferentiatie, promotie, plaats
Strategieën:
Gevangenen dilemma: beide dominant en wantrouwen elkaar -> vaak nadelig
Simultaan -> tegelijk
Sequentieel -> na elkaar
Tit for tat: zelfde strategie als je tegenstander
Nash effect: geen speler kan zich verbeteren
Voordeel 1ste zet: als er 2 nash’s zijn
Battle of the sexes: 1 krijgt niet zijn zin en legt zich er bij neer i.v.m. relatie
Chicken game: als beide niet willen toegeven -> slechte uitkomst alle andere zijn beter
Laagste prijsgarantie: zelfbinding -> kan leiden door samenwerking