Spreekt het leven als VOC-matroos tot de verbeelding?
weer landen
ziet men
“Ziet, dus wel voorzien
de schepen stranden, hoort een woord,
van de Indiaanse
hoort goe
liên, “Oost-Indischvaarders
in Holland, een schone buit, uit genomen,
met de vromen zijn hier Het leven als matroos, zo dapper en heldhaftig.
hoeren voort,
zo gij dus vaart met
geladen en gezegend
behoudenen uit.”
‘t leven komen.” Kordate mannen, onthaald als helden,
zo zult gij haast om
in
gevaren
maar was het wel zo krachtig?
Het spreekt tot de verbeelding,
zijt.
maar écht heroïsch was het zelden.
“Oorlof meisjes, wie gij
gevrijd:
Die van een jonkman wordt
een soldaat,
word een matroosje of
en verlaat!
dat gij uw liefje toch nooit
kwam aan de wal,
Want eer het scheepje
al.”
zo was er een jong matroosje
“Al viel het schoon mijn beurt,
ik ben ter dood bereid, “Toen zag men Godes gunst
een stenen hart dat treurt’, en zijn genade groot.
het de schipper gezeid, Een grote sterke wind
‘tza, smijt ze uit de hand met hoge watervloed;
twee visioenen mee,
en dat voor ons allen als engels hoog verheven.
en wie het droevig lot Die hielpen ons van daar.
van ons zal overvallen.” Toen zijn wij weg gedreven.”
Samuel van Dijk & Bas Durinck
weer landen
ziet men
“Ziet, dus wel voorzien
de schepen stranden, hoort een woord,
van de Indiaanse
hoort goe
liên, “Oost-Indischvaarders
in Holland, een schone buit, uit genomen,
met de vromen zijn hier Het leven als matroos, zo dapper en heldhaftig.
hoeren voort,
zo gij dus vaart met
geladen en gezegend
behoudenen uit.”
‘t leven komen.” Kordate mannen, onthaald als helden,
zo zult gij haast om
in
gevaren
maar was het wel zo krachtig?
Het spreekt tot de verbeelding,
zijt.
maar écht heroïsch was het zelden.
“Oorlof meisjes, wie gij
gevrijd:
Die van een jonkman wordt
een soldaat,
word een matroosje of
en verlaat!
dat gij uw liefje toch nooit
kwam aan de wal,
Want eer het scheepje
al.”
zo was er een jong matroosje
“Al viel het schoon mijn beurt,
ik ben ter dood bereid, “Toen zag men Godes gunst
een stenen hart dat treurt’, en zijn genade groot.
het de schipper gezeid, Een grote sterke wind
‘tza, smijt ze uit de hand met hoge watervloed;
twee visioenen mee,
en dat voor ons allen als engels hoog verheven.
en wie het droevig lot Die hielpen ons van daar.
van ons zal overvallen.” Toen zijn wij weg gedreven.”
Samuel van Dijk & Bas Durinck