Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Seneca hoofdstuk 12 t/m 16 + onderzoeksvaardigheden

Rating
-
Sold
-
Pages
44
Uploaded on
19-04-2021
Written in
2020/2021

Alle stof die je nodig hebt om je schoolexamens en eindexamens van maatschappijwetenschappen te halen. Het is gebaseerd op het boek van Seneca, maar je kunt het ook gewoon gebruiken als je een andere methode hebt. Per hoofdstuk is er een samenvatting dus je kunt het ook gebruiken als je maar een deel hoeft te leren. Daarna komen er ook nog los alle hoofd- en kernconcepten en dan ook nog los de onderzoeksvaardigheden. Alle belangrijke begrippen zijn dikgedrukt of cursief en zo zie je duidelijk wat er belangrijk is. Als je nog vragen zou hebben over het bestand kun je dat ook altijd nog vragen aan mij! Hopelijk heb je er wat aan.

Show more Read less
Level
Course

Content preview

Hoofdstuk 12: Politiek

Dominante cultuur:
De overheersende waarden en normen in een samenleving die de meeste invloed
hebben op het economische en politieke leven.
→ Cultuurdimensies van Hofstede:
● Machtsafstand:
De mate waarin minder machtige leden (gezin, school of organisatie)
verwachten en accepteren dat de macht ongelijk is verdeeld.
● Individualistisch versus collectivistisch:
Er is sprake van een collectivistische samenleving als het groepsbelang voor
het individuele belang wordt gesteld + individuen vanaf hun geboorte
opgenomen worden in sterke, hechte groepen.
● Onzekerheidsvermijding:
De mate waarin mensen in een cultuur zich bedreigd voelen door onzekere of
onbekende situaties; behoefte aan voorspelbaarheid = formele en informele
regels
● Termijngerichtheid:
De mate waarin mensen in een cultuur meer gericht zijn op een toekomstige
beloning door volharding + spaarzaamheid (=langetermijngerichtheid) of meer
gericht is op respect voor traditie + het voorkomen van gezichtsverlies + het
voldoen aan sociale verplichtingen (=kortetermijngerichtheid).
● Masculien versus feminien:
De mate waarin er in een cultuur meer gescheiden sekserollen (=masculien)
of meer overlappende sekserollen (=feminien) zijn tussen mannen en
vrouwen.

Kritiek op theorie van Hofstede: (statisch en stigmatiserend)
Culturen zijn tijd- en plaatsgebonden en veranderen onder invloed van veranderende
politieke en economische omstandigheden
—> effect op socialisatieprocessen
—> effect op culturele veranderingen
Subcultuur:
Een cultuur die waarden en normen heeft die samenvallen met de dominante
cultuur, maar op onderdelen wel afwijkend zijn van de dominante cultuur.
Tussencultuur:
(Im)migranten die hun eigen cultuur meenemen.
Tegencultuur:
Een cultuur die waarden en normen heeft die fundamenteel afwijkend zijn en zich
verzetten tegen de dominante cultuur.

Socialisatie:
Proces van overdracht:
Gedrag aanleren door socialisatoren (= ouders, leraren, vriendengroep).


1

,Proces van verwerving:
Internaliseren = gedrag verwerven van de groep of samenleving.

Socialisatieprocessen:
● Acculturatie:
Het internaliseren van een nieuwe cultuur.
● Enculturatie
Het internaliseren van de cultuur waarin je opgroeit.
● Economisch kapitaal:
Vermogen en inkomen.
● Sociaal kapitaal:
Netwerk, connecties en graad van eer en respect voor een bepaalde groep
● Cultureel kapitaal:
Kennis, opvattingen en smaak.

Legitiem politiek systeem =
Een politiek regime dat geaccepteerd wordt door de bevolking (democratie).
→ geweldsmonopolie
→ De democratische spelregels worden in Nederland door de meeste kiezers
geaccepteerd juist omdat het zo makkelijk is een nieuwe politieke partij op te richten
die representatief is voor het deel van de kiezers dat ontevreden is met de andere
partijen.
Legitimiteit van de democratische rechtsstaat =
De burgers ervaren de besluiten door de rechterlijke macht als onafhankelijk +
vertrouwen erop dat de overheid zich aan de wet houdt en rechtmatig handelt
Paradigma’s:

Politieke socialisatie:
Mensen internaliseren politiek gedrag en opvattingen door media + onderwijs +
leden vd eigen klasse.
→ beïnvloed door politieke systeem:
Parlementaire democratie = representatie democratie = indirecte democratie;
opvoeding met relatief veel positieve sancties op weg naar zelfstandigheid:
→ volkssoevereiniteit (= Het volk is officieel de baas): representatie =
Het volk kiest volksvertegenwoordigers in het parlement die op hun beurt het volk
representeren in dit parlement.

Visies op de representatie in een democratie:
- Afspiegelingsmodel: volksvertegenwoordiging moet zoveel mogelijk lijken
op de samenstelling van het volk zelf.
- Rolmodel: volksvertegenwoordiger heeft een volmacht om zijn eigen mening
te vormen.
- Partijenmodel: verschillende partijprogramma’s die verschillende
volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen.


2

,Politieke vereisten democratie:
1. Gekozen volksvertegenwoordigers die de regering controleren
2. Vrije, eerlijke en regelmatige verkiezingen
3. Vrijheid van meningsuiting
4. Vrijheid van vereniging
5. Onafhankelijke informatiebronnen: geen censuur + geen monopolie voor
staatsmedia
6. Inclusief burgerschap: alle volwassenen hebben dezelfde rechten

Functionalisme-paradigma:
Actoren vervullen een bepaalde functie in de samenleving en vertonen onderling
samenhang, en er wordt gekeken hoe deze samenleving bij elkaar blijft.
—> structuur: macroniveau + consensus
● De politieke socialisatie zorgt voor continuïteit vd politieke cultuur; individuen
kunnen niet ontsnappen aan de dwingende waarden en normen.

Conflict-paradigma:
Het zien van ongelijkheid als motor in de samenleving, conflicten leiden tot
noodzakelijke veranderingen.
—> structuur: macroniveau + conflict
● Het gaat om de effecten van socialisatie op de ongelijke verdeling van
maatschappelijke posities.

Sociaal-constructivisme-paradigma:
Het gedrag van mensen wordt vooral bepaald door hoe mensen zelf de werkelijkheid
zien, kan wel veranderen door anderen.
—> actoren: microniveau + consensus
● Mensen spelen obv hun positie rollen; mensen hebben verwachtingen die
horen bij maatschappelijke rollen.

Rationele-actor-paradigma:
Er is weinig onderzoek naar gedaan.

Politieke cohesie =
De binding met de staat en natie waartoe men behoort.
→ Probleemgebieden: = bindingsproblemen
- Politieke betrokkenheid: kloof tussen burger en politiek
- Bestuurlijke schaalvergroting: regionaal in Den Haag, maar landelijk in
Brussel
- Gemankeerde communicatie: bestuurders en politici spreken jargon (= eigen
vaktaal)
→ Politieke instituties (rechtsstaat, grondwet en onafhankelijke rechterlijke macht):
bepalen deels het gedrag van actoren waar het gaat om politieke bindingen, in hoofd
en hart van mensen.


3

, Politieke organisatie = verbanden tussen mensen die een gemeenschappelijk doel
nastreven (Eerste en Tweede kamer, politieke partij), instelling met adres.

Staatsvorming =
De institutionalisering van politieke macht tot een staat.

Poldermodel =
De Nederlandse variant van het consensus- of harmoniemodel; conflicten behoren te
worden opgelost door compromissen te sluiten in onderhandelingen

Elke politieke partij heeft een andere mate macht + een eigen ideologie over de
meest wenselijke maatschappelijke en politieke verhoudingen.
- Coalitiepartijen (VVD, CDA, D66, ChristenUnie) = Partijen in de regering die
samenwerken voor een gemeenschappelijk doel; bij samenwerking vaak iets
opgeven van hun idealen.
- Oppositiepartijen = Partijen die niet in de regering zitten, maar wel in de
Tweede Kamer; hun idealen minder kunnen realiseren op hun plek.

Politieke partijen:
Progressief: SP, GL, PvdD, PvdA Conservatief: VVD, CDA, SGP, PVV,
Vooruitstrevend; geloven in de CU, FvD. DENK
maakbaarheid van de samenleving Behoudend; houden vast aan
traditionele waarden in de samenleving

Links: SP, GL, PvdD, PvdA Rechts: D66, VVD, CDA, SGP, PVV,
De overheid moet een actief beleid FvD
voeren tov zwakkeren in de De overheid moet een passief beleid
samenleving voeren tov zwakkeren in de
samenleving → nadruk op orde +
veilgheid

Postmaterialisme: Materialisme:
Gefocust op abstracte zaken Gefocust op tastbare zaken

Pragmatisten: geen vast beeld van de ideale samenleving, maar bepalen per
maatschappelijk probleem de beste oplossing.
Populisme (PVV, FvD, SP): Spreken de taal van de “gewone burger” en laten hun
oren hangen naar de korte-termijn- belangen; soms rechts, soms links.
Single-issuepartijen (Piratenpartij): partijen die zich vooral richten op één onderwerp.




4

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
6

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
April 19, 2021
Number of pages
44
Written in
2020/2021
Type
SUMMARY

Subjects

$6.58
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
verabeerepoot

Get to know the seller

Seller avatar
verabeerepoot
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
5 year
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions