Burgers moeten nu vanuit het participatiemodel aan de (hoge) verwachtingen van de
maatschappij voldoen en over een hoge mate van zelfsturing beschikken. Daar is echter
niet iedere burger toe in staat. Voor kwetsbare mensen, zoals verwarde personen, is het
in de complexe Nederlandse samenleving vaak moeilijk om hun leven stabiel te
organiseren. De laatste jaren is het aantal overlast gevende incidenten in Nederland
toegenomen. Ook in gemeente Y waarin organisatie X zich bevindt, is het aantal
meldingen van mensen die verwarde gedragingen vertonen en/of een bedreiging vormen
voor de openbare orde en veiligheid toegenomen. Aanleiding van dit onderzoek is dat het
team van sociaal werkers van organisatie X wijk Z gemeente Y aangeeft dat zij signalen
die wijzen op verward, gedrag niet altijd in een vroeg stadium oppakt. Daarnaast wordt er
aangegeven dat er te weinig handvatten zijn om in een zo vroeg mogelijk stadium zicht
te krijgen op deze signalen om zo escalatie van verward gedrag te voorkomen. In dit
onderzoek wordt, op basis van tien semigestructureerde interviews gehouden met zeven
sociaal werkers en drie verwarde personen binnen wijk Y, organisatie X, antwoord
gegeven op de vraag: “Welke kennis, houding en vaardigheden hebben sociaal werkers
binnen wijk Y, organisatie X nodig om in een zo vroeg mogelijk stadium zicht te krijgen op en
ondersteuning te bieden aan verwarde personen?”
Uit onderzoek blijkt dat sociaal werkers op basis van een beleidskader van de organisatie
moeten werken, waarin protocollen en signaallijsten zijn opgenomen. Er is sprake van
een bepaalde mate van handelingsvrijheid. Zij moeten, om verwarde mensen zo snel
mogelijk in beeld te krijgen, outreachend werken. Zij dienen in hun begeleiding de
verwarde persoon en zijn sociaal netwerk centraal te stellen om zo maatwerk te kunnen
bieden. Zij moeten kennis hebben van de oorzaken van het ontstaan van verwardheid en
signalen die (kunnen) wijzen op verwardheid. Het is daarbij belangrijk om samen te
werken met andere hulpverlenende instanties in de wijk om zo een verward persoon in
gezamenlijkheid te kunnen begeleiden en niet uit het oog te verliezen (Aanjaagteam,
2025).
Daarnaast moeten zij aansluiten bij en afstemmen op de eigen kracht en specifieke
achtergronden van de verwarde persoon. De taak van de sociaal werkers is om een
presente, onbevooroordeelde houding aan te nemen en transparant te werken vanuit
echtheid en eerlijkheid. Dit om de doelgroep met respect te benaderen. Zij dienen oog te
hebben voor de (emotionele) gevolgen van het verwarde gedrag voor de persoon zelf en
zijn omgeving. Daarnaast moeten zij kennis en ervaring op doen om bewust algemene
en specifieke methodes in te zetten ter ondersteuning van de begeleiding van verwarde
personen.
Aan de hand van de conclusies zijn aanbevelingen geformuleerd voor de teamcoördinator
en sociaal werkers van organisatie X.
,Voorwoord
Voor u ligt mijn onderzoeksverslag met een beschrijving van de fases van het
kwalitatieve onderzoek waarin de vraag centraal stond “Welke kennis, houding en
vaardigheden hebben sociaal werkers binnen wijk Y, organisatie X nodig om in een zo vroeg
mogelijk stadium zicht te krijgen op en ondersteuning te bieden aan verwarde personen?” Het
afstudeeronderzoek is uitgevoerd in de periode van januari tot augustus 2025 in het
kader van het afstuderen aan de opleiding Sociale Studies van Fontys Hogeschool
Eindhoven (FHSS) met als specialisatie GGZ-agoog. In het onderzoek zijn zowel de
sociaal werkers van organisatie X als verwarde personen uit wijk Y betrokken.
Graag wil ik de teamcoördinator, de sociaal werkers van organisatie X en verwarde
personen die deel hebben genomen aan de interviews bedanken. Zonder hen had ik dit
onderzoek niet uit kunnen voeren. Ook dank aan mijn medestudenten en begeleiders van
FHSS die mij regelmatig hebben voorzien van feedback. Tenslotte bedank ik mijn ouders
en vriendinnen die mij onvoorwaardelijk hebben gesteund en met wie ik soms kon
sparren.
Veel leesplezier gewenst!
.
,Inhoudsopgave
Samenvatting...................................................................................................................... 1
Voorwoord........................................................................................................................... 2
Inleiding.............................................................................................................................. 5
Hoofdstuk 1: Context en probleemschets...........................................................................7
1.1 Probleemanalyse................................................................................................... 7
1.1.1........................................................................................................... Macroniveau 7
1.1.2............................................Mesoniveau: Organisatie en belangrijke betrokkenen 10
1.1.3.................................................................Microniveau: De rol van de professional 11
1.2Probleemstelling....................................................................................................... 13
1.2.1................................................................................................. Probleemverificatie 13
1.3Onderzoeksdoelstelling............................................................................................. 13
1.4Hoofdvraag en deelvragen.......................................................................................14
1.4.1............................................................................................................ Hoofdvraag 14
1.4.2............................................................................................................. Deelvragen 14
1.5Begripsafbakening.................................................................................................... 14
Hoofdstuk 2: Theoretisch kader........................................................................................17
Hoofdstuk 3: Methodologie...............................................................................................24
3.1Onderzoekspopulatie en steekproef.........................................................................24
3.2Dataverzamelingsmethode.......................................................................................25
3.3Meetinstrument........................................................................................................ 27
3.4Data-analyse............................................................................................................ 28
Hoofdstuk 4: Resultaten.................................................................................................... 30
Hoofdstuk 5: Conclusie en aanbevelingen.........................................................................38
5.1Antwoorden deelvragen en hoofdvraag....................................................................38
5.2Aanbevelingen.......................................................................................................... 40
Hoofdstuk 6: Discussie...................................................................................................... 43
6.1Betekenis en bruikbaarheid......................................................................................43
6.2Sterkte- zwakteanalyse............................................................................................ 44
Literatuurlijst..................................................................................................................... 46
Bijlage 1, negen bouwstenen rondom verward gedrag.....................................................52
, Bijlage 2, zelfredzaamheid-matrix.....................................................................................54
Bijlage 3, topiclijst verwarde personen.............................................................................56
Bijlage 4, topiclijst voor sociaal werkers...........................................................................59
Bijlage 5, informed consent formulier...............................................................................62
Bijlage 6, codeboom sociaal werkers................................................................................63
Bijlage 7, codeboom verwarde personen..........................................................................73
Bijlage 8, voorbeeld van selectief coderen, open coderen en axiaal coderen...................79