Scheikunde
Hoofdstuk 2 – Bouwstenen van stoffen.
Paragraaf 1 – Periodiek systeem
Alles wat je kunt waarnemen is op macroniveau. Atoommodel van Rutherford -> positief geladen
atoomkern (protonen p+ en neutronen n0), negatief geladen elektronenwolk.
Het aantal protonen bepaalt welke atoomsoort het is -> atoomnummer. Aantal neutronen is soms
gelijk, maar meestal iets groter. Aantal protonen + aantal neutronen= massagetal. Aantal protonen is
gelijk aan het aantal elektronen.
Isotopen hebben hetzelfde atoomnummer maar ander aantal neutronen en massagetal (noteer als
Cu-63 en Cu-65).
In het atoommodel van Bohr heb je elektronenschillen. Verdeling van de elektronen over de schillen
-> elektronenconfiguratie.
Schil K L M N O P Q
Maximale 2 8 18 32 32 32 32
verdeling
Belangrijke groepen periodiek systeem:
Groep 1 -> alkalimetalen. (1 elektron buitenste schil)
Groep 2 -> aardalkalimetalen. (2 elektronen)
Groep 17 -> halogenen. (7 elektronen)
Groep 18 -> edelgassen. (8 elektronen)
Paragraaf 2 – Ionen
Positieve ionen
Een atoom kan 1 of meer elektronen uit de buitenste schil afstaan -> positieve lading kern is groter
dan negatieve lading elektronen -> positief ion. Notatie -> lading rechtsboven symbool.
Negatieve ionen
Een atoom kan 1 of meer elektronen in de buitenste schil opnemen -> negatieve lading elektronen
hoger dan positieve lading kern -> negatief ion.
Lading van een ion (aantal elektronen opnemen en afgeven) -> elektrovalentie. Metaalionen zijn
altijd positief. Niet-metaalionen zijn meestal negatief. Elektronen in de buitenste schil -> valentie-
elektronen betrokken bij het vormen en verbreken van bindingen tussen atomen. Atoom soorten
hebben gemeenschappelijke chemische eigenschappen omdat ze hetzelfde aantal valentie-
elektronen hebben.
Groep 18 zijn heel stabiel (reageren nauwelijks met andere atomen). Octetregel/edelgasconfiguratie
-> atomen streven door het opnemen, afstaan en delen van elektronen naar een achtomringing.
Paragraaf 3 – Massa’s van bouwstenen
Massa van protonen, neutronen en elektronen gebruik je de atomaire massa-eenheid (u). 1,00 u =
1.66 x 10-27 kg. Atoommassa (A) wordt uitgedrukt in u. Het massagetal is het aantal kerndeeltjes.
Hoofdstuk 2 – Bouwstenen van stoffen.
Paragraaf 1 – Periodiek systeem
Alles wat je kunt waarnemen is op macroniveau. Atoommodel van Rutherford -> positief geladen
atoomkern (protonen p+ en neutronen n0), negatief geladen elektronenwolk.
Het aantal protonen bepaalt welke atoomsoort het is -> atoomnummer. Aantal neutronen is soms
gelijk, maar meestal iets groter. Aantal protonen + aantal neutronen= massagetal. Aantal protonen is
gelijk aan het aantal elektronen.
Isotopen hebben hetzelfde atoomnummer maar ander aantal neutronen en massagetal (noteer als
Cu-63 en Cu-65).
In het atoommodel van Bohr heb je elektronenschillen. Verdeling van de elektronen over de schillen
-> elektronenconfiguratie.
Schil K L M N O P Q
Maximale 2 8 18 32 32 32 32
verdeling
Belangrijke groepen periodiek systeem:
Groep 1 -> alkalimetalen. (1 elektron buitenste schil)
Groep 2 -> aardalkalimetalen. (2 elektronen)
Groep 17 -> halogenen. (7 elektronen)
Groep 18 -> edelgassen. (8 elektronen)
Paragraaf 2 – Ionen
Positieve ionen
Een atoom kan 1 of meer elektronen uit de buitenste schil afstaan -> positieve lading kern is groter
dan negatieve lading elektronen -> positief ion. Notatie -> lading rechtsboven symbool.
Negatieve ionen
Een atoom kan 1 of meer elektronen in de buitenste schil opnemen -> negatieve lading elektronen
hoger dan positieve lading kern -> negatief ion.
Lading van een ion (aantal elektronen opnemen en afgeven) -> elektrovalentie. Metaalionen zijn
altijd positief. Niet-metaalionen zijn meestal negatief. Elektronen in de buitenste schil -> valentie-
elektronen betrokken bij het vormen en verbreken van bindingen tussen atomen. Atoom soorten
hebben gemeenschappelijke chemische eigenschappen omdat ze hetzelfde aantal valentie-
elektronen hebben.
Groep 18 zijn heel stabiel (reageren nauwelijks met andere atomen). Octetregel/edelgasconfiguratie
-> atomen streven door het opnemen, afstaan en delen van elektronen naar een achtomringing.
Paragraaf 3 – Massa’s van bouwstenen
Massa van protonen, neutronen en elektronen gebruik je de atomaire massa-eenheid (u). 1,00 u =
1.66 x 10-27 kg. Atoommassa (A) wordt uitgedrukt in u. Het massagetal is het aantal kerndeeltjes.