Levensbeschouwing
“Levensbeschouwing is het geheel
aan impliciete en expliciete
overtuigingen, opvattingen en beelden
aangaande de mens en de wereld
waardoor de alledaagse verschijnselen
worden verklaard en betekenis krijgen.
Daardoor krijgt het leven een
structuur
en wordt de basis gelegd voor
een samenleving.”
- Jef de schepper, 2007
Student: M.P.J. Derksen
Studentnummer: 1213357
Datum: 01/07/2025
Versie: 2
Module: EN-PD-LEV.D.20_2425
Docent: Ineke van Ruler-Oosterkamp
Hogeschool Windesheim, Zwolle, Nederland
,Inhoud
Inleiding.......................................................................................................2
Themakeuze.................................................................................................3
Integratie van thema’s..............................................................................3
Literatuurkeuze.........................................................................................4
Koppeling met doelgroep..........................................................................5
Lessenserie..................................................................................................7
Theoretische verantwoording...................................................................7
Koppeling met het hermeneutisch-communicatief model.........................9
Reflectie.....................................................................................................10
Bronvermelding..........................................................................................14
Bijlagen......................................................................................................16
Bijlage 1: Lesvoorbereidingen.................................................................16
Bijlage 2: Gekwantificeerde sociomatrix.................................................26
Bijlage 3: Werkbladen.............................................................................27
Les 1:...................................................................................................28
Les 2:...................................................................................................30
Les 3:...................................................................................................32
1
,Inleiding
Levensbeschouwing is een breed begrip, breder bijvoorbeeld dan ‘het hebben
van normen en waarden’. De definitie volgens Jef de Schepper (2007) is
‘Aandacht besteden aan de zin van dingen en gebeurtenissen met gevoel,
verstand en verbeelding. Je levensbeschouwing is het (voorlopige) resultaat
daarvan: de betekenis die het leven voor je heeft’.
Levensbeschouwing bestaat uit verschillende domeinen. Zo gaat het over dingen,
andere mensen, de maatschappij, geschiedenis, ikzelf en het geheel. Binnen
deze domeinen zijn ook verschillende aspecten; ervaringen, opvattingen,
rituelen, sociale verbanden, moraal of beelden. Al dit samen vormt de basis voor
het leven beschouwen (De Schepper, 2007).
Levensbeschouwing is voor mij het nadenken over wat het leven waardevol
maakt. Iedereen heeft een levensbeschouwing, maar niet iedereen heeft een
gelovige invulling voor levensbeschouwing. Ik werk op een Protestants-
Christelijke school, hoewel ik zelf niet gelovig ben, vind ik het belangrijk dat ikzelf
en de kinderen die ik lesgeef leren over verschillende overtuigingen en respectvol
met elkaar omgaan. Ik vind het belangrijk dat zowel ikzelf als anderen een
nieuwsgierige houding ontwikkelingen naar de ander, zodat we kennis over
elkaar hebben om elkaar te begrijpen en verschillen vieren in plaats van
benadrukken. Ik vind het belangrijk om na te denken over vragen als: Wat is goed
en slecht? Hoe ga je met anderen om? Wat is het doel in mijn leven? Deze
levensvragen kunnen vanuit zowel religieus als niet-religieus ingevuld worden,
waardoor ik als professional rekening houdt met verschillende
levensbeschouwelijke perspectieven.
In het onderwijs is levensbeschouwing een cruciaal onderdeel. Het zit in elke les,
elke pauze en alles daaromheen. Voor leerkrachten is levensbeschouwing
belangrijk. Ze maakt je tot een boeiend persoon en helpt je om kinderen
doordachte keuzes te laten maken. Ze vormt mede je visie op onderwijs en helpt
keuzes te maken. De concrete vaardigheden die door de literatuur worden
beschouwd als ontwikkelde levensbeschouwelijke identiteit (De Schepper, 2007),
staan hieronder weergegeven.
- Een (min of meer) samenhangend geheel hebben van overtuigingen,
opvattingen en beelden aangaande mensen en wereld,
- met behulp hiervan zin, betekenis en waarde geven aan levenservaringen,
- vanuit die zingeving je leven ordent en richt,
- daarover met anderen kunnen communiceren.
Deze punten ga ik binnen de drie lessen in mijn lessenserie verder uitwerken tot
een waarde- en betekenisvolle lessenserie voor mijn klas. Daarnaast ga ik mijzelf
verder ontwikkelen op het vakgebied van levensbeschouwing.
2
, Themakeuze
De thema’s eerlijkheid, vriendschap en omgaan met verschillen sluiten aan bij
kerndoel 37 van SLO (z.d.): ‘anderen begrijpen’. Binnen groep 4 speelt dit een
centrale rol in de sociaal-emotionele en levensbeschouwelijke ontwikkeling. In
mijn klas zie ik dat eerlijkheid in alledaagse situaties onder druk kan staan:
kinderen geven elkaar bijvoorbeeld de schuld, willen een gum niet delen of
maken oneerlijke teams bij het voetbal. Hoewel dit kleine gebeurtenissen lijken,
zeggen ze veel over de ontwikkelingsfase van de leeftijdsgroep.
Daarnaast is er sprake van onbegrip voor kinderen die ‘anders’ zijn, bijvoorbeeld
qua gedrag of interesses. Dit blijkt zowel uit dagelijkse observaties als uit het
sociomatrix (bijlage 2). Leren omgaan met verschillen is dan ook essentieel.
Volgens Kopmels (2023) is dit een kerncomponent van levensbeschouwelijk leren.
Door kinderen zich bewust te laten worden van verschillen en hierover het
gesprek aan te gaan, wordt niet alleen burgerschapsvorming bevorderd, maar
wordt ook een veilig pedagogisch klimaat ondersteund.
Om aan te sluiten bij de ontwikkelingsfase van groep 4 (7-9 jaar), maak ik gebruik
van de indeling van Jef de Schepper (2007). Kinderen bevinden zich in de
mythisch-letterlijke fase van levensbeschouwing, waarin verhalen betekenis
geven aan het leven. Symbolische verhalen worden vaak letterlijk opgevat en
gescheiden van de eigen leefwereld. Verhalen zijn daarom een krachtig middel
om betekenisvol met levensvragen om te gaan.
Integratie van thema’s
De gekozen thema’s geven de kans om met kinderen in gesprek te gaan over hoe
zij zichzelf en anderen zien, wat eerlijkheid en vriendschap voor hen betekenen,
en hoe zij omgaan met verschillen. Hierbij gebruik ik een narratieve aanpak zoals
aanbevolen door Kopmels (2023): kinderen leren betekenis geven door verhalen
te horen én zelf verhalen te vertellen. Zo worden de lessen herkenbaar en
betekenisvol. De lessen worden opgebouwd volgens de leidraad van Kopmels
(2023):
Verkennen – via een ervaringsgerichte werkvorm
Verrijken – door inbreng van een verhaal
Verdiepen – via een klassengesprek over betekenis
Verwerken – in een creatieve opdracht of reflectie
Daarnaast wordt rekening gehouden met behoeften van de doelgroep, zoals het
belang van herkenbare situaties, visuele ondersteuning, ruimte voor spel en
verbeelding. De zes basisvaardigheden voor levensbeschouwelijke ontwikkeling
(De Schepper, 2007) vormen de inhoudelijke basis voor deze lessen:
Waarnemen: Kinderen ontwikkelen meer realisme. Ze kunnen zich nog niet in
overtuigingen, maar wel in gevoelens van anderen verplaatsen. Waarneming van
schoonheid en empathie kan gestimuleerd worden via alledaagse verwondering
en sociale interactie.
3
“Levensbeschouwing is het geheel
aan impliciete en expliciete
overtuigingen, opvattingen en beelden
aangaande de mens en de wereld
waardoor de alledaagse verschijnselen
worden verklaard en betekenis krijgen.
Daardoor krijgt het leven een
structuur
en wordt de basis gelegd voor
een samenleving.”
- Jef de schepper, 2007
Student: M.P.J. Derksen
Studentnummer: 1213357
Datum: 01/07/2025
Versie: 2
Module: EN-PD-LEV.D.20_2425
Docent: Ineke van Ruler-Oosterkamp
Hogeschool Windesheim, Zwolle, Nederland
,Inhoud
Inleiding.......................................................................................................2
Themakeuze.................................................................................................3
Integratie van thema’s..............................................................................3
Literatuurkeuze.........................................................................................4
Koppeling met doelgroep..........................................................................5
Lessenserie..................................................................................................7
Theoretische verantwoording...................................................................7
Koppeling met het hermeneutisch-communicatief model.........................9
Reflectie.....................................................................................................10
Bronvermelding..........................................................................................14
Bijlagen......................................................................................................16
Bijlage 1: Lesvoorbereidingen.................................................................16
Bijlage 2: Gekwantificeerde sociomatrix.................................................26
Bijlage 3: Werkbladen.............................................................................27
Les 1:...................................................................................................28
Les 2:...................................................................................................30
Les 3:...................................................................................................32
1
,Inleiding
Levensbeschouwing is een breed begrip, breder bijvoorbeeld dan ‘het hebben
van normen en waarden’. De definitie volgens Jef de Schepper (2007) is
‘Aandacht besteden aan de zin van dingen en gebeurtenissen met gevoel,
verstand en verbeelding. Je levensbeschouwing is het (voorlopige) resultaat
daarvan: de betekenis die het leven voor je heeft’.
Levensbeschouwing bestaat uit verschillende domeinen. Zo gaat het over dingen,
andere mensen, de maatschappij, geschiedenis, ikzelf en het geheel. Binnen
deze domeinen zijn ook verschillende aspecten; ervaringen, opvattingen,
rituelen, sociale verbanden, moraal of beelden. Al dit samen vormt de basis voor
het leven beschouwen (De Schepper, 2007).
Levensbeschouwing is voor mij het nadenken over wat het leven waardevol
maakt. Iedereen heeft een levensbeschouwing, maar niet iedereen heeft een
gelovige invulling voor levensbeschouwing. Ik werk op een Protestants-
Christelijke school, hoewel ik zelf niet gelovig ben, vind ik het belangrijk dat ikzelf
en de kinderen die ik lesgeef leren over verschillende overtuigingen en respectvol
met elkaar omgaan. Ik vind het belangrijk dat zowel ikzelf als anderen een
nieuwsgierige houding ontwikkelingen naar de ander, zodat we kennis over
elkaar hebben om elkaar te begrijpen en verschillen vieren in plaats van
benadrukken. Ik vind het belangrijk om na te denken over vragen als: Wat is goed
en slecht? Hoe ga je met anderen om? Wat is het doel in mijn leven? Deze
levensvragen kunnen vanuit zowel religieus als niet-religieus ingevuld worden,
waardoor ik als professional rekening houdt met verschillende
levensbeschouwelijke perspectieven.
In het onderwijs is levensbeschouwing een cruciaal onderdeel. Het zit in elke les,
elke pauze en alles daaromheen. Voor leerkrachten is levensbeschouwing
belangrijk. Ze maakt je tot een boeiend persoon en helpt je om kinderen
doordachte keuzes te laten maken. Ze vormt mede je visie op onderwijs en helpt
keuzes te maken. De concrete vaardigheden die door de literatuur worden
beschouwd als ontwikkelde levensbeschouwelijke identiteit (De Schepper, 2007),
staan hieronder weergegeven.
- Een (min of meer) samenhangend geheel hebben van overtuigingen,
opvattingen en beelden aangaande mensen en wereld,
- met behulp hiervan zin, betekenis en waarde geven aan levenservaringen,
- vanuit die zingeving je leven ordent en richt,
- daarover met anderen kunnen communiceren.
Deze punten ga ik binnen de drie lessen in mijn lessenserie verder uitwerken tot
een waarde- en betekenisvolle lessenserie voor mijn klas. Daarnaast ga ik mijzelf
verder ontwikkelen op het vakgebied van levensbeschouwing.
2
, Themakeuze
De thema’s eerlijkheid, vriendschap en omgaan met verschillen sluiten aan bij
kerndoel 37 van SLO (z.d.): ‘anderen begrijpen’. Binnen groep 4 speelt dit een
centrale rol in de sociaal-emotionele en levensbeschouwelijke ontwikkeling. In
mijn klas zie ik dat eerlijkheid in alledaagse situaties onder druk kan staan:
kinderen geven elkaar bijvoorbeeld de schuld, willen een gum niet delen of
maken oneerlijke teams bij het voetbal. Hoewel dit kleine gebeurtenissen lijken,
zeggen ze veel over de ontwikkelingsfase van de leeftijdsgroep.
Daarnaast is er sprake van onbegrip voor kinderen die ‘anders’ zijn, bijvoorbeeld
qua gedrag of interesses. Dit blijkt zowel uit dagelijkse observaties als uit het
sociomatrix (bijlage 2). Leren omgaan met verschillen is dan ook essentieel.
Volgens Kopmels (2023) is dit een kerncomponent van levensbeschouwelijk leren.
Door kinderen zich bewust te laten worden van verschillen en hierover het
gesprek aan te gaan, wordt niet alleen burgerschapsvorming bevorderd, maar
wordt ook een veilig pedagogisch klimaat ondersteund.
Om aan te sluiten bij de ontwikkelingsfase van groep 4 (7-9 jaar), maak ik gebruik
van de indeling van Jef de Schepper (2007). Kinderen bevinden zich in de
mythisch-letterlijke fase van levensbeschouwing, waarin verhalen betekenis
geven aan het leven. Symbolische verhalen worden vaak letterlijk opgevat en
gescheiden van de eigen leefwereld. Verhalen zijn daarom een krachtig middel
om betekenisvol met levensvragen om te gaan.
Integratie van thema’s
De gekozen thema’s geven de kans om met kinderen in gesprek te gaan over hoe
zij zichzelf en anderen zien, wat eerlijkheid en vriendschap voor hen betekenen,
en hoe zij omgaan met verschillen. Hierbij gebruik ik een narratieve aanpak zoals
aanbevolen door Kopmels (2023): kinderen leren betekenis geven door verhalen
te horen én zelf verhalen te vertellen. Zo worden de lessen herkenbaar en
betekenisvol. De lessen worden opgebouwd volgens de leidraad van Kopmels
(2023):
Verkennen – via een ervaringsgerichte werkvorm
Verrijken – door inbreng van een verhaal
Verdiepen – via een klassengesprek over betekenis
Verwerken – in een creatieve opdracht of reflectie
Daarnaast wordt rekening gehouden met behoeften van de doelgroep, zoals het
belang van herkenbare situaties, visuele ondersteuning, ruimte voor spel en
verbeelding. De zes basisvaardigheden voor levensbeschouwelijke ontwikkeling
(De Schepper, 2007) vormen de inhoudelijke basis voor deze lessen:
Waarnemen: Kinderen ontwikkelen meer realisme. Ze kunnen zich nog niet in
overtuigingen, maar wel in gevoelens van anderen verplaatsen. Waarneming van
schoonheid en empathie kan gestimuleerd worden via alledaagse verwondering
en sociale interactie.
3