Student: M.P.J. Derksen
Studentnummer: 1213357
Datum: 12-11-2024
Versie: 2
Module: EN-PD-SC.D.20
Docent: Lin de Jong
Hogeschool Windesheim, Zwolle, Nederland
Inhoudsopgave
Eigen schriftontwikkeling....................................................................................... 2
Schriftvaardigheid op de basisschool.....................................................................4
Beginsituatie op de Kring....................................................................................... 5
Groep 1 en 2....................................................................................................... 5
Groep 4............................................................................................................... 6
, Groep 8............................................................................................................... 6
Lesontwerp............................................................................................................ 7
Schrift op het digibord........................................................................................... 9
Verbonden schrift met steunlijnen....................................................................10
Verbonden schrift zonder steunlijnen...............................................................11
Onverbonden schrift met steunlijnen................................................................12
Onverbonden schrift zonder steunlijnen...........................................................13
Conclusie op mijn eigen handschrift.................................................................14
Feedback op het schrift van een collega...........................................................15
Digitale vormgeving............................................................................................. 16
Literatuurlijst....................................................................................................... 17
Bijlagen................................................................................................................ 18
Bijlage 1: 12 opdrachten uit H1, 2, 3................................................................18
Bijlage 2: 20 opdrachten uit H4........................................................................25
Bijlage 3: Typvaardigheid..................................................................................40
1
,Eigen schriftontwikkeling
Mijn handschrift is, zoals ik het zelf zou omschrijven, goed leesbaar. Daar houdt
het voor mij ook op. Ik schrijf vaak haastig dingen op, waardoor ik niet netjes op
de lijn blijf schrijven of dezelfde letters een andere vorm krijgen. Ik merk dat dit
ook kan komen omdat ik gedurende mijn HBO- en WO-studie eigenlijk amper heb
geschreven. Tijdens mijn start in het onderwijs ben ik weer begonnen met
schrijven en wil ik ook graag mijn handschrift verbeteren.
In mijn aanloop tot zij-instromer heb ik als onderwijsassistent gewerkt in groep 4.
Hier kwam ik erachter dat ik eigenlijk niet meer wist hoe ik verbonden moest
schrijven. Dit gerealiseerd ben ik begonnen mee te doen met leerlingen, in mijn
eigen schrift van ‘pennenstreken’. Gaandeweg wordt mijn schrift beter, gezien
het vaker doen effect heeft in mijn ogen, maar ik wil graag de theorie koppelen
aan mijn schrift. De geraadpleegde theorie van dit stuk komt uit het werkboek
‘van schrift naar schrijven’ (Kooijman, 2019). Hier zie ik dat er drie belangrijke
punten zijn binnen handschrift. Proces, Materiaal en Vorm.
Het materiaal omvat de externe invloeden van het handschrift. Ik heb, toen ik
ben begonnen met het zij-instroom traject, van mijn oom en tante een pennenset
gekregen van Lamy. Dit zijn balpennen, die ik zelf ook het fijnste vind schrijven.
Deze gebruik ik voor al mijn schrijfwerk, behalve tijdens het nakijken; dit doe ik
met gekleurde pennen. Verder ben ik met zithouding erg secuur. Ik heb op mijn
stage van het HBO een cursus gehad hierover en dit pas ik nog steeds toe.
Bureau en bureaustoel op de juiste hoogte, rechte rug. Ik schrijf conform de
literatuur qua grootte (Kooijman, 2019), rompgrootte tussen de drie of twee
millimeter, echter varieert mijn handschrift meer van grootte dan gewenst. Dit
verschilt naar mijn idee per dag, waar ik op schrijf of wat ik moet opschrijven.
Het proces heeft betrekking tot de houding, positie en traject van de schrijver. Ik
gebruik een dynamische driepuntsgreep met oppositie. Dit is in Nederland de
standaard (Kooijman, 2019). Deze pengreep wordt door de literatuur extensief
uitgelegd. Deze greep heb ik ook gebruikt tijdens het maken van het werkboek,
gezien dit de Nederlandse standaard is. De houding van mijn hand is ook
conform de literatuur de meest standaard houding. Mijn pols ligt tussen pronatie
en suspinatie: intermediar. Ik ben niet helemaal tevreden met mijn handschrift,
maar als ik naar de theorie kijk zou het niet aan mijn proces moeten liggen. Met
typen heb ik geen enkele moeite. Ik typ ongeveer 80 woorden per minuut met
96% correctheid. Dit staat in bijlage 3.
De vorm, is in mijn ogen ook een resultaat van de voorgaande twee
kernbegrippen, iets waar ik wel in kan verbeteren. Mijn handschrift is
onverbonden, hier komt naar mijn idee de variatie vandaan zoals ik noemde bij
materiaal. Ik merk dat vooral dat mijn ‘t’ soms met een rechte verticale lijn is en
soms met een gebogen lijn, zoals in dit lettertype te zien is. Hoewel ik wil dat
mijn handschrift zeker makkelijk leesbaar is, heb ik niet veel moeite besteed aan
netjes schrijven. Dit is ook iets waar ik graag wat aan wil gaan doen, zoals eerder
benoemd. De opmaak van mijn notities is wel iets wat ik in de afgelopen jaren
heb verfijnd. Bullet points, kopteksten in hoofdletters schrijven en dezelfde
2
, structuur op een pagina aanhouden. Voor mijn studie was dit ook nodig, om
informatie ook goed terug te kunnen lezen.
3
Studentnummer: 1213357
Datum: 12-11-2024
Versie: 2
Module: EN-PD-SC.D.20
Docent: Lin de Jong
Hogeschool Windesheim, Zwolle, Nederland
Inhoudsopgave
Eigen schriftontwikkeling....................................................................................... 2
Schriftvaardigheid op de basisschool.....................................................................4
Beginsituatie op de Kring....................................................................................... 5
Groep 1 en 2....................................................................................................... 5
Groep 4............................................................................................................... 6
, Groep 8............................................................................................................... 6
Lesontwerp............................................................................................................ 7
Schrift op het digibord........................................................................................... 9
Verbonden schrift met steunlijnen....................................................................10
Verbonden schrift zonder steunlijnen...............................................................11
Onverbonden schrift met steunlijnen................................................................12
Onverbonden schrift zonder steunlijnen...........................................................13
Conclusie op mijn eigen handschrift.................................................................14
Feedback op het schrift van een collega...........................................................15
Digitale vormgeving............................................................................................. 16
Literatuurlijst....................................................................................................... 17
Bijlagen................................................................................................................ 18
Bijlage 1: 12 opdrachten uit H1, 2, 3................................................................18
Bijlage 2: 20 opdrachten uit H4........................................................................25
Bijlage 3: Typvaardigheid..................................................................................40
1
,Eigen schriftontwikkeling
Mijn handschrift is, zoals ik het zelf zou omschrijven, goed leesbaar. Daar houdt
het voor mij ook op. Ik schrijf vaak haastig dingen op, waardoor ik niet netjes op
de lijn blijf schrijven of dezelfde letters een andere vorm krijgen. Ik merk dat dit
ook kan komen omdat ik gedurende mijn HBO- en WO-studie eigenlijk amper heb
geschreven. Tijdens mijn start in het onderwijs ben ik weer begonnen met
schrijven en wil ik ook graag mijn handschrift verbeteren.
In mijn aanloop tot zij-instromer heb ik als onderwijsassistent gewerkt in groep 4.
Hier kwam ik erachter dat ik eigenlijk niet meer wist hoe ik verbonden moest
schrijven. Dit gerealiseerd ben ik begonnen mee te doen met leerlingen, in mijn
eigen schrift van ‘pennenstreken’. Gaandeweg wordt mijn schrift beter, gezien
het vaker doen effect heeft in mijn ogen, maar ik wil graag de theorie koppelen
aan mijn schrift. De geraadpleegde theorie van dit stuk komt uit het werkboek
‘van schrift naar schrijven’ (Kooijman, 2019). Hier zie ik dat er drie belangrijke
punten zijn binnen handschrift. Proces, Materiaal en Vorm.
Het materiaal omvat de externe invloeden van het handschrift. Ik heb, toen ik
ben begonnen met het zij-instroom traject, van mijn oom en tante een pennenset
gekregen van Lamy. Dit zijn balpennen, die ik zelf ook het fijnste vind schrijven.
Deze gebruik ik voor al mijn schrijfwerk, behalve tijdens het nakijken; dit doe ik
met gekleurde pennen. Verder ben ik met zithouding erg secuur. Ik heb op mijn
stage van het HBO een cursus gehad hierover en dit pas ik nog steeds toe.
Bureau en bureaustoel op de juiste hoogte, rechte rug. Ik schrijf conform de
literatuur qua grootte (Kooijman, 2019), rompgrootte tussen de drie of twee
millimeter, echter varieert mijn handschrift meer van grootte dan gewenst. Dit
verschilt naar mijn idee per dag, waar ik op schrijf of wat ik moet opschrijven.
Het proces heeft betrekking tot de houding, positie en traject van de schrijver. Ik
gebruik een dynamische driepuntsgreep met oppositie. Dit is in Nederland de
standaard (Kooijman, 2019). Deze pengreep wordt door de literatuur extensief
uitgelegd. Deze greep heb ik ook gebruikt tijdens het maken van het werkboek,
gezien dit de Nederlandse standaard is. De houding van mijn hand is ook
conform de literatuur de meest standaard houding. Mijn pols ligt tussen pronatie
en suspinatie: intermediar. Ik ben niet helemaal tevreden met mijn handschrift,
maar als ik naar de theorie kijk zou het niet aan mijn proces moeten liggen. Met
typen heb ik geen enkele moeite. Ik typ ongeveer 80 woorden per minuut met
96% correctheid. Dit staat in bijlage 3.
De vorm, is in mijn ogen ook een resultaat van de voorgaande twee
kernbegrippen, iets waar ik wel in kan verbeteren. Mijn handschrift is
onverbonden, hier komt naar mijn idee de variatie vandaan zoals ik noemde bij
materiaal. Ik merk dat vooral dat mijn ‘t’ soms met een rechte verticale lijn is en
soms met een gebogen lijn, zoals in dit lettertype te zien is. Hoewel ik wil dat
mijn handschrift zeker makkelijk leesbaar is, heb ik niet veel moeite besteed aan
netjes schrijven. Dit is ook iets waar ik graag wat aan wil gaan doen, zoals eerder
benoemd. De opmaak van mijn notities is wel iets wat ik in de afgelopen jaren
heb verfijnd. Bullet points, kopteksten in hoofdletters schrijven en dezelfde
2
, structuur op een pagina aanhouden. Voor mijn studie was dit ook nodig, om
informatie ook goed terug te kunnen lezen.
3