Wereldoriëntatie 2
Aardrijkskunde
Student: M.P.J. Derksen
Studentnummer: 1213357
Datum: 28-01-2025
Versie: 1
Module: EN-PD-WO2.D.20_2526
Hogeschool Windesheim, Zwolle, Nederland
Inhoudsopgave
,Inleiding................................................................................... 2
Theoretische verdieping............................................................3
Pre- en misconcepten......................................................................3
Betekenisvol onderwijs....................................................................3
Onderzoekend en ontwerpend leren.................................................4
BIM-model in aardrijkskunde............................................................4
Lesontwerp en thema................................................................5
Mijn beginsituatie............................................................................5
Thema............................................................................................5
Lesontwerp.....................................................................................5
Inhoudelijke verdieping...................................................................6
Beeldvormers..................................................................................7
Pre- en misconcepten in de les.........................................................8
Evaluatie.................................................................................. 9
Bronvermelding......................................................................10
Bijlagen.................................................................................... 0
Bijlage 1: Lesontwerp......................................................................0
Bijlage 2: Bronnenbladen.................................................................0
Bijlage 3: Werkblad.........................................................................9
Bijlage 4: Bewijs van uitvoering......................................................11
,Inleiding
Dit schooljaar werk ik op X – X in X. Ik geef les aan groep 7, waar relatief
veel variatie zit in afkomst. Binnen de school wordt voor wereldoriëntatie
de methode Blink gebruikt. Deze methode biedt de mogelijkheid om
meerdere vakken te integreren met wereldoriëntatie, maar hier maakt de
Regenboog (nog) geen gebruik van.
Binnen wereldoriëntatie 1 en 2 ben ik veel bezig geweest met
wereldoriëntatie, meer dan ik in het hele afgelopen jaar bezig ben
geweest. Dit heeft mij laten zien dat het een heel belangrijk deel is van
onderwijs, maar vooral dat er veel manier zijn om het te geven en vooral
betekenisvol te maken voor de leerlingen. Ik wil het in het vervolg ook
graag blijven geven, geïntegreerd in de thema’s van Blink, gezien dit mooi
past bij de leerlingen.
In dit verslag wordt een lesontwerp voor wereldoriëntatie (aardrijkskunde)
uitgewerkt, waarin betekenisvol en onderzoekend leren centraal staat.
Eerst wordt de theoretische onderbouwing besproken, met aandacht voor
begripsvorming, pre- en misconcepten, ontwikkelingseducatie en het BIM-
model. Daarna wordt het lesontwerp toegelicht, waarin leerlingen het
dagelijks leven in Kenia vergelijken met Nederland op het gebied van
water, wonen en voedsel. Tot slot evalueer ik het lesontwerp en reflecteer
ik op het leerproces en de opbrengsten voor zowel de leerlingen als voor
mijzelf.
, Theoretische verdieping
In mijn lesontwerp is betekenisvol leren belangrijk. Leerlingen bouwen hier
kennis op die verder gaat dan het leren en onthouden van feiten (Smits,
2020). Effectief aardrijkskundeonderwijs richt in het specifiek zich niet op
het ontwikkelen van samenhangende geografische begrippen en
denkvaardigheden. Zo leren leerlingen situaties en verschijnselen te
begrijpen en verbanden te zien. Aardrijkskunde helpt leerlingen zo een
eigentijds wereldbeeld te ontwikkelen en inzicht te krijgen in de
wisselwerking tussen mens en omgeving (Van den Berg et al., 2009)
Een onderdeel van aardrijkskundeonderwijs is ontwikkelingseducatie. Dit
is een actief leerproces waarin het doel is om leerlingen bewust te maken
van mondiale vraagstukken, zoals armoede, ongelijkheid en
mensenrechten. Dit doen zij met de bijbehorende oorzaken en gevolgen.
Ontwikkelingseducatie stimuleert leerlingen om verbanden te leggen
tussen hun eigen leefwereld en die van anderen. Het onderwijs is niet top-
down, maar nodigt uit tot kritisch denken en reflectie op eigen waarden en
handelen (Van der Hel, 2006).
Pre- en misconcepten
Leerlingen brengen in aardrijkskundelessen vaak pre- en misconcepten
mee. Dit zijn logische, maar niet altijd juiste aannames over geografische
verschijnselen. Voorbeelden van deze ideeën zijn: “Alle woestijnen zijn
heet”, “Er is sneeuw, dus geen opwarming van de aarde” of “Mensen in
Afrika zijn arm”. Deze ideeën zijn begrijpelijk vanuit de belevingswereld
van kinderen, maar zijn niet waar (Boersma et al., 2009).
Onderzoek toont aan dat misconcepten hardnekkig kunnen zijn. Zelfs na
een instructie blijven leerlingen sommige ideeën naast wetenschappelijke
verklaringen gebruiken. Daarom is het onvoldoende om deze
misconcepten alleen te corrigeren met uitleg. Effectief
aardrijkskundeonderwijs confronteert deze leerlingen met hun eigen
denkbeelden en ze hen aan tot heroverweging door middel van
onderzoek, vergelijking en discussie (Leraar24, z.d.).
Om dit uit te voeren is het vereist om voorkennis op te halen in een les.
Hierdoor kunnen leerlingen verwoorden wat zij denken en kan de
leerkracht inzien hoe zij redeneren. De voorkennis vormt ook het startpunt
voor het verdiepen van begrip en het stellen van vragen.
Betekenisvol onderwijs
Betekenisvol aardrijkskundeonderwijs sluit aan bij herkenbare situaties uit
de leefwereld van leerlingen. Thema’s als wonen, klimaat, voedsel,
mobiliteit of water zijn concrete aanknopingspunten om geografische
processen te onderzoeken. Juist doordat leerlingen hier al beelden en
meningen over hebben, ontstaat er een kans om nieuwe kennis te
vergelijken met hun eigen ideeën (Van Galen & Oosterwaal, z.d.).
Aardrijkskunde
Student: M.P.J. Derksen
Studentnummer: 1213357
Datum: 28-01-2025
Versie: 1
Module: EN-PD-WO2.D.20_2526
Hogeschool Windesheim, Zwolle, Nederland
Inhoudsopgave
,Inleiding................................................................................... 2
Theoretische verdieping............................................................3
Pre- en misconcepten......................................................................3
Betekenisvol onderwijs....................................................................3
Onderzoekend en ontwerpend leren.................................................4
BIM-model in aardrijkskunde............................................................4
Lesontwerp en thema................................................................5
Mijn beginsituatie............................................................................5
Thema............................................................................................5
Lesontwerp.....................................................................................5
Inhoudelijke verdieping...................................................................6
Beeldvormers..................................................................................7
Pre- en misconcepten in de les.........................................................8
Evaluatie.................................................................................. 9
Bronvermelding......................................................................10
Bijlagen.................................................................................... 0
Bijlage 1: Lesontwerp......................................................................0
Bijlage 2: Bronnenbladen.................................................................0
Bijlage 3: Werkblad.........................................................................9
Bijlage 4: Bewijs van uitvoering......................................................11
,Inleiding
Dit schooljaar werk ik op X – X in X. Ik geef les aan groep 7, waar relatief
veel variatie zit in afkomst. Binnen de school wordt voor wereldoriëntatie
de methode Blink gebruikt. Deze methode biedt de mogelijkheid om
meerdere vakken te integreren met wereldoriëntatie, maar hier maakt de
Regenboog (nog) geen gebruik van.
Binnen wereldoriëntatie 1 en 2 ben ik veel bezig geweest met
wereldoriëntatie, meer dan ik in het hele afgelopen jaar bezig ben
geweest. Dit heeft mij laten zien dat het een heel belangrijk deel is van
onderwijs, maar vooral dat er veel manier zijn om het te geven en vooral
betekenisvol te maken voor de leerlingen. Ik wil het in het vervolg ook
graag blijven geven, geïntegreerd in de thema’s van Blink, gezien dit mooi
past bij de leerlingen.
In dit verslag wordt een lesontwerp voor wereldoriëntatie (aardrijkskunde)
uitgewerkt, waarin betekenisvol en onderzoekend leren centraal staat.
Eerst wordt de theoretische onderbouwing besproken, met aandacht voor
begripsvorming, pre- en misconcepten, ontwikkelingseducatie en het BIM-
model. Daarna wordt het lesontwerp toegelicht, waarin leerlingen het
dagelijks leven in Kenia vergelijken met Nederland op het gebied van
water, wonen en voedsel. Tot slot evalueer ik het lesontwerp en reflecteer
ik op het leerproces en de opbrengsten voor zowel de leerlingen als voor
mijzelf.
, Theoretische verdieping
In mijn lesontwerp is betekenisvol leren belangrijk. Leerlingen bouwen hier
kennis op die verder gaat dan het leren en onthouden van feiten (Smits,
2020). Effectief aardrijkskundeonderwijs richt in het specifiek zich niet op
het ontwikkelen van samenhangende geografische begrippen en
denkvaardigheden. Zo leren leerlingen situaties en verschijnselen te
begrijpen en verbanden te zien. Aardrijkskunde helpt leerlingen zo een
eigentijds wereldbeeld te ontwikkelen en inzicht te krijgen in de
wisselwerking tussen mens en omgeving (Van den Berg et al., 2009)
Een onderdeel van aardrijkskundeonderwijs is ontwikkelingseducatie. Dit
is een actief leerproces waarin het doel is om leerlingen bewust te maken
van mondiale vraagstukken, zoals armoede, ongelijkheid en
mensenrechten. Dit doen zij met de bijbehorende oorzaken en gevolgen.
Ontwikkelingseducatie stimuleert leerlingen om verbanden te leggen
tussen hun eigen leefwereld en die van anderen. Het onderwijs is niet top-
down, maar nodigt uit tot kritisch denken en reflectie op eigen waarden en
handelen (Van der Hel, 2006).
Pre- en misconcepten
Leerlingen brengen in aardrijkskundelessen vaak pre- en misconcepten
mee. Dit zijn logische, maar niet altijd juiste aannames over geografische
verschijnselen. Voorbeelden van deze ideeën zijn: “Alle woestijnen zijn
heet”, “Er is sneeuw, dus geen opwarming van de aarde” of “Mensen in
Afrika zijn arm”. Deze ideeën zijn begrijpelijk vanuit de belevingswereld
van kinderen, maar zijn niet waar (Boersma et al., 2009).
Onderzoek toont aan dat misconcepten hardnekkig kunnen zijn. Zelfs na
een instructie blijven leerlingen sommige ideeën naast wetenschappelijke
verklaringen gebruiken. Daarom is het onvoldoende om deze
misconcepten alleen te corrigeren met uitleg. Effectief
aardrijkskundeonderwijs confronteert deze leerlingen met hun eigen
denkbeelden en ze hen aan tot heroverweging door middel van
onderzoek, vergelijking en discussie (Leraar24, z.d.).
Om dit uit te voeren is het vereist om voorkennis op te halen in een les.
Hierdoor kunnen leerlingen verwoorden wat zij denken en kan de
leerkracht inzien hoe zij redeneren. De voorkennis vormt ook het startpunt
voor het verdiepen van begrip en het stellen van vragen.
Betekenisvol onderwijs
Betekenisvol aardrijkskundeonderwijs sluit aan bij herkenbare situaties uit
de leefwereld van leerlingen. Thema’s als wonen, klimaat, voedsel,
mobiliteit of water zijn concrete aanknopingspunten om geografische
processen te onderzoeken. Juist doordat leerlingen hier al beelden en
meningen over hebben, ontstaat er een kans om nieuwe kennis te
vergelijken met hun eigen ideeën (Van Galen & Oosterwaal, z.d.).