Toepassing van het rationeel optimisme en ‘Verlicht denken’
Rationeel optimisme: op basis van controleerbare kennis een positief toekomstbeeld
hebben.
Verlichting: voortzetting van de Wetenschappelijke revolutie. Mensen benaderen de wereld
vanuit hun verstand. Ze onderbouwen met feiten, niet met de bijbel.
Verlichte denkers
- Voltaire: Deïsme (God heeft de wereld gemaakt maar bemoeit zich niet meer)
- Montesquieu: Trias Politica (tegen absolutisme, macht moet worden verspreid over
drie overheidsorganen: Wetgevende Macht, Uitvoerende Macht, Rechtsprekende
Macht)
- John Locke: grondwet (ieder mens moet basisrechten hebben, de overheid moet
deze beschermen)
- Rousseau: volkssoevereiniteit/afschaffing standenmaatschappij (de overheid moet
de wil van het volk uitvoeren)
- Adam Smith: vrijemarkteconomie (de overheid moet de economie vrijlaten, geen
mercantilisme)
Voortbestaan van het ancien regime
Ancien regime: oude bestuur, absolutisme
Absolutisme: de vorst heeft alle politieke macht
Absolute verlichte vorst: de vorst heeft wel alle macht, maar hij gebruikt zijn macht om voor
het volk te zorgen (bijvoorbeeld grondwet invoeren)
Alles voor het volk, niets door het volk
Democratische revoluties in westerse landen
Franse Revolutie in 1789
- Absolute vorst
- Alleen adel en geestelijken mochten stemmen
- Door Verlichting (volkssoevereiniteit) wilde rijke burgerij inspraak
- Opstand tegen koning, koning verliest
- Gevolgen
o Invoering grondwet
o Afschaffing standenmaatschappij
o Spreiding macht (Trias Politica)
- Democratie van korte duur
o Napoleon greep de macht in 1799
Amerikaanse Revolutie in 1775
- Absolute Engelse vorst + koloniale staat
- Koloniën mochten niet stemmen
- Burgers betaalden hoge belastingen en wilden inspraak
- Boston Tea Party
- Opstand tegen koning, koning verliest
, o Grondwet
o Onafhankelijkheidsverklaring (4 juli 1776)
o Spreiding macht (Trias Politica)
Uitbouw van Europese overheersing
Abolitionisme: tegen slavernij en slavenhandel, ontstaan door Verlichte ideeën over
gelijkheid
Trans-Atlantische slavenhandel: slaven werden vanuit Afrika naar Amerika gebracht om op
plantages te werken.
Slavenhandel werd pas in de 19e eeuw afgeschaft.
Burgers en stoommachines
Politiek-maatschappelijke stromingen, emancipatiebewegingen,
democratisering
Liberalisme
- Vrijheid
- Reactie op absolutisme
- Overheid bemoeit zich niet
Socialisme
- Gelijkheid
- Reactie op armoede door industrialisatie
- Overheid beschermt arbeiders tegen uitbuiting
Confessionalisme
- Religie
- Reactie op andere stromingen, bang dat mensen geloof zouden verlaten
- Schoolstrijd
Feminisme
- Vrouwen
- Reactie op democratisering waar alleen mannen van profiteerden
- Vrouwenkiesrecht, economische zelfstandigheid
Nationalisme
- Volk, land
- Reactie op Congres van Wenen
- Bescherming taal en cultuur eigen land
Industriële Revolutie
Industrialisatie: ontstaan van een samenleving waarin productie gebaseerd is op machines,
en die dus veel sneller gaat.
1. De Industriële Revolutie begon in Engeland
2. Boeren gingen moderniseren