Scheikunde H1/2/3
H1
Als je zout zeewater bevriest krijg je ijs zonder zout. Bij het stollen ontstaat zuiver water.
Stofeigenschappen is op macroniveau (kan je met zintuigen waarnemen)
Moleculen zijn gevormd uit combinaties van 2 of meer atomen.
Als een stof bestaat uit 1 soort bouwstenen(atomen/moleculen) dan is het een zuivere stof.
- Als deze stof alleen bestaat uit 1 soort atomen is het een element.
Bestaan de bouwstenen uit 2 of meer soorten atomen dan is het een verbinding.
- Verbinding is ook een stof waar van de moleculen uit verschillende atomen bestaat.
3 verschillende mengsel:
- Oplossing: helder mengsel van vloeistof en vaste stof (of gas)
- Suspensie:troebel mengsel van vaste stof en vloeistof(verschil dichtheid, korreltjes op grond)
- Emulsie: troebel mengsel van 2 vloeistoffen die niet mengen(verschil dichtheid, 1 vloeistof
op de bodem: tweelagensysteem) Emulgator laat deze wel mengen.
Hydrofobe staart hydrofiele kop
- Scheiden: mengsel 2 zuivere stoffen scheiden
- Filtreren: mengsel vloeibaar en vast uit elkaar halen(1. Vast(residu))(2.vloeistof(filtraat))
- Bezinken: deeltjes van vaste stof laten zinken
- Centrifigureren: mengsel ronddraaien en deeltjes vaste stof op bodem laten slingeren.
- Indampen: mengsel verhitten en 1 verdampen en opvangen(destillaat)(alleen 2 vloeistoffen)
- Extraheren: oplosmiddel toevoegen sommigen lossen daarin op(mengsel vaste stoffen)
- Adsorptie: kool toevoegen en stoffen hechten eraan(kleur, geur en smaakstoffen)
- Chromatografie: papier waar je loopvloeistof op doet en dan stoffen hechten of lossen erin op.
- chromatogram: visuele weergaven van het resultaat van papierchromatografie.
Bij een chemische reactie verdwijnen de beginstoffen en ontstaan reactieproducten.
Chemische energie: de hoeveelheid energie die is opgeslagen in een stof.
Als er energie vrijkomt: exotherm verbrandingsreacties
Als er energie bij komt: endotherm ontledingsreacties
H1
Als je zout zeewater bevriest krijg je ijs zonder zout. Bij het stollen ontstaat zuiver water.
Stofeigenschappen is op macroniveau (kan je met zintuigen waarnemen)
Moleculen zijn gevormd uit combinaties van 2 of meer atomen.
Als een stof bestaat uit 1 soort bouwstenen(atomen/moleculen) dan is het een zuivere stof.
- Als deze stof alleen bestaat uit 1 soort atomen is het een element.
Bestaan de bouwstenen uit 2 of meer soorten atomen dan is het een verbinding.
- Verbinding is ook een stof waar van de moleculen uit verschillende atomen bestaat.
3 verschillende mengsel:
- Oplossing: helder mengsel van vloeistof en vaste stof (of gas)
- Suspensie:troebel mengsel van vaste stof en vloeistof(verschil dichtheid, korreltjes op grond)
- Emulsie: troebel mengsel van 2 vloeistoffen die niet mengen(verschil dichtheid, 1 vloeistof
op de bodem: tweelagensysteem) Emulgator laat deze wel mengen.
Hydrofobe staart hydrofiele kop
- Scheiden: mengsel 2 zuivere stoffen scheiden
- Filtreren: mengsel vloeibaar en vast uit elkaar halen(1. Vast(residu))(2.vloeistof(filtraat))
- Bezinken: deeltjes van vaste stof laten zinken
- Centrifigureren: mengsel ronddraaien en deeltjes vaste stof op bodem laten slingeren.
- Indampen: mengsel verhitten en 1 verdampen en opvangen(destillaat)(alleen 2 vloeistoffen)
- Extraheren: oplosmiddel toevoegen sommigen lossen daarin op(mengsel vaste stoffen)
- Adsorptie: kool toevoegen en stoffen hechten eraan(kleur, geur en smaakstoffen)
- Chromatografie: papier waar je loopvloeistof op doet en dan stoffen hechten of lossen erin op.
- chromatogram: visuele weergaven van het resultaat van papierchromatografie.
Bij een chemische reactie verdwijnen de beginstoffen en ontstaan reactieproducten.
Chemische energie: de hoeveelheid energie die is opgeslagen in een stof.
Als er energie vrijkomt: exotherm verbrandingsreacties
Als er energie bij komt: endotherm ontledingsreacties