Maart 2026
Inclusief Hoorcolleges en toepassingsopdrachten
1
,Inhoudsopgave
Probleem 1.................................................................................................................................................... 4
Leerdoel 1: Wat zijn grenzen en hoe komen deze tot stand? & Leerdoel 2: Wat beinvloedt de totstandkoming
van grenzen en hoe verlopen deze processen?....................................................................................................4
Leerdoel 3: Wat betekent de securitisering van migratie en hoe zou je dit in Nederland?..................................5
Leerdoel 4: Waarom vormen grenzen en de totstandkoming hiervan een relevant thema voor criminologen? 7
Leerdoel 5: Wat zijn de disciplines Border Criminology en Criminology of Mobility en waarom is het belangrijk
dat er verschillende stemmen in deze (en andere) criminologische disciplines aan bod komen?.....................10
Probleem 2.................................................................................................................................................. 18
Leerdoel 1: Wat is het onderscheid tussen externe en interne migratiecontroles?...........................................18
Leerdoel 2: Wat voor trends zijn er te zien bij externe migratiecontroles aan de Europese en Nederlandse
buitengrenzen en hoe worden deze vormgegeven?...........................................................................................18
Leerdoel 3: Wat voor migratieprocessen kun je onderscheiden en waardoor worden deze mede bepaald?. . .23
Leerdoel 4: Wat voor rol spelen mensensmokkelaars bij deze processen?........................................................25
Probleem 3.................................................................................................................................................. 30
Leerdoel 1: Wat voor trends zijn er te zien bij interne migratiecontroles in Nederland en hoe worden deze
vormgegeven?....................................................................................................................................................30
Leerdoel 2: Wat voor situaties van crimmigratie, responsibilisering en digitalisering ken en wat betekenden
deze voor migranten zonder verblijfsrecht?.......................................................................................................33
Leerdoel 3: Hoe leven migranten zonder verblijfsrecht en wat voor rol spelen interne migratiecontroles
hierbij?................................................................................................................................................................39
Leerdoel 4: Hoe worden interne migratiecontroles ervaren?.............................................................................43
Probleem 4.................................................................................................................................................. 47
Leerdoel 1: Wat voor (on)bedoelde effecten brengt het huidige NLse migratiebeleid met zich mee voor
migranten en samenleving?...............................................................................................................................47
Leerdoel 2: In hoeverre draagt het huidige beleid bij aan het verwezenlijke van terugkeer van migranten
zonder verblijfsrecht?.........................................................................................................................................52
Leerdoel 3: Hoe wordt het huidige beleid gelegitimeerd?.................................................................................56
Leerdoel 4: Wat voor denkrichtingen zijn er mogelijk als alternatief voor het huidige beleid?.........................60
Probleem 5.................................................................................................................................................. 63
Leerdoel 1: Wat is het verschil tussen inburgering en integratie?.....................................................................63
Leerdoel 2: Welke indicatoren worden gebruikt om integratie in Nederland te meten, en welke
veronderstellingen liggen hieraan ten grondslag?.............................................................................................65
Leerdoel 3: Welke rol speelt macht in het integratiediscours en wie bepaalt wat 'geslaagde integratie'
betekent?............................................................................................................................................................70
Leerdoel 4: Hoe ervaren mensen met een migratieachtergrond integratie?.....................................................73
Leerdoel 5: Hoe functioneert integratie als zowel insluitings- als uitsluitingsmechanisme?.............................75
Probleem 6.................................................................................................................................................. 77
Leerdoel 1: Welke verklaringen worden gegeven voor de relatie tussen immigratie en criminaliteit?.............77
2
, Is de relatie tussen immigratie en criminaliteit een correlatie of een causaal verband?...................................77
Waarom verschillen verklaringen voor criminaliteit tussen eerste- en tweedegeneratiemigranten?...............77
Leerdoel 2: Wat is de wetenschappelijke waarde van biologische en culturele verklaringen?.........................83
Leerdoel 3: Wat zijn de schadelijke gevolgen van biologische en culturele verklaringen?................................86
Leerdoel 4: Hoe verklaren structurele factoren (zoals sociaaleconomische ongelijkheid, structurele
discriminatie en selectiviteit in de strafrechtsketen) de relatie tussen immigratie en criminaliteit?................89
Probleem 7.................................................................................................................................................. 92
Leerdoel 1: Wat zijn discriminatie en racisme en welke concepten hangen hiermee samen (deviantie, stigma,
othering, intersectionaliteit en morele paniek)?................................................................................................92
Leerdoel 2: Wat is het verschil tussen interpersoonlijke en structurele discriminatie?...................................100
Leerdoel 3: Wat zijn de gevolgen van discriminatie en racisme voor individuen en groepen in de samenleving?
..........................................................................................................................................................................103
Leerdoel 4: Welke rol speelt de bias van onderzoekers in wetenschappelijk onderzoek en waarom is reflectie
hierop belangrijk bij onderzoek naar gemarginaliseerde groepen?................................................................103
Probleem 8................................................................................................................................................ 107
Leerdoel 1: Wat is kolonialisme?......................................................................................................................107
Leerdoel 2: Hoe hangen kolonialisme en migratie met elkaar samen?...........................................................107
Leerdoel 3: Hoe hangen kolonialisme en hedendaagse ongelijkheden met elkaar samen?............................109
Leerdoel 4: Hoe hangen kolonialisme en de criminologie (als discipline) met elkaar samen?........................114
Leerdoel 5: Welke verbanden zijn er tussen kolonialisme en de thema's uit eerdere weken (migratiemotieven,
migratiecontrole, integratie, criminaliteit en discriminatie)?..........................................................................116
Hoorcollege............................................................................................................................................... 118
Week 1: Grenzen & Criminologie......................................................................................................................118
Week 2: Extern vreemdelingentoezicht & Gastcollege Oroub el Abed............................................................119
Week 3: Intern vreemdelingentoezicht............................................................................................................130
Week 4: Effecten en legitimering van het migratiebeleid & Gastcollege Saïed el Karim.................................135
Week 5: Inburgering en integratie & Gastcollege Jaco Dagevos.....................................................................138
Week 6: Immigratie & Criminaliteit: relatie, cijfers en interpretatie................................................................144
Week 7: Racisme & discriminatie.....................................................................................................................156
Week 8:.............................................................................................................................................................159
3
, Probleem 1
Leerdoel 1: Wat zijn grenzen en hoe komen deze tot stand? & Leerdoel 2: Wat beinvloedt de
totstandkoming van grenzen en hoe verlopen deze processen?
Staring, R. & Van Swaaningen, R. (2021). Borders, mobilities, and governance in transnational perspective.
Het artikel betoogt dat grenzen vandaag de dag niet meer alleen fysieke lijnen aan de rand van de staat zijn, maar zijn
veranderd in mobiele, verspreide en transnationale systemen van controle. Migratie en mobiliteit worden niet alleen aan
de grens tegengehouden, maar overal gemanaged: vóór vertrek, onderweg, bij aankomst én binnen het land. Dat gebeurt
via een netwerk van overheden, politie, private actoren en internationale organisaties. Grenscontrole is daardoor geen vast
territoriaal punt meer, maar een vorm van governance die zich verplaatst met mobiliteit zelf.
Kort gezegd: grenzen zijn niet verdwenen, maar verplaatst, vermenigvuldigd en geïnternaliseerd.
1. Van territoriale grens naar mobiele grens
Traditioneel werd de grens gezien als:
- Een vaste lijn,
- Territoriaal,
- Controle bij binnenkomst of vertrek.
Het artikel laat zien dat dit model achterhaald is. In de praktijk:
- Vinden controles plaats op luchthavens ver van de grens,
- Worden visa al in het land van herkomst beoordeeld,
- Worden databanken en risicoprofielen gebruikt,
- Vinden binnenlandse identiteitscontroles plaats.
De grens is dus gedecentraliseerd en verspreid geraakt. Gevolg: de grens “reist mee” met de migrant.
2. Mobilities als uitgangspunt
Ipv migratie als probleem te zien, vertrekt het artikel vanuit het bredere concept mobilities: de constante beweging van
mensen, goederen, informatie en kapitaal. Globalisering heeft deze mobiliteit vergroot. Staten staan daarom voor een
paradox: ze willen open grenzen voor handel en economie, maar gesloten grenzen voor ongewenste personen.
Beleid probeert dus niet mobiliteit te stoppen, maar selectief te filteren. Dit leidt tot gewenste mobiliteit (toeristen, expats,
zakenreizigers) en ongewenste mobiliteit (irreguliere migranten, asielzoekers, criminelen).
Grensbeleid draait om sorteren en differentiëren, niet om volledig afsluiten.
3. Governance in plaats van government
Het artikel gebruikt het begrip governance: grenscontrole wordt niet langer uitgevoerd door één staat die van bovenaf alles
aanstuurt, maar door een netwerk van verschillende publieke en private actoren die samen beleid maken en uitvoeren. Het
gaat om samenwerking tussen overheden, internationale organisaties, bedrijven en andere partijen, vaak over
landsgrenzen heen, waardoor sturing plaatsvindt via gedeelde verantwoordelijkheden en hybride vormen van controle, ipv
via één centrale autoriteit. Voorbeelden:
- Internationale politienetwerken
- EU-agentschappen (zoals Frontex)
- Luchtvaartmaatschappijen die documenten controleren
- Private beveiligingsbedrijven
- Technologiebedrijven (databanken, biometrie)
Grenscontrole wordt zo een gedeelde verantwoordelijkheid, verspreid over meerdere niveaus en organisaties
4. Externalisering van grenzen
Een belangrijk mechanisme is externalisering. Dat betekent dat controle wordt verplaatst naar landen buiten Europa en
plaatsvindt vóórdat mensen überhaupt vertrekken. Voorbeelden zijn:
- Visa-eisen
- Carrier sanctions (luchtvaartmaatschappijen die boetes krijgen als ze iemand zonder papieren meenemen)
- Samenwerkingen met transitlanden
- Detentie- of opvangkampen buiten Europa
Doel: migranten tegenhouden vóór ze juridisch toegang krijgen tot Europese bescherming. Hierdoor wordt
verantwoordelijkheid uitbesteed en verschoven.
5. Technologie en risicobeheer
Grenzen worden steeds meer technologisch. Controle gebeurt via databanken, biometrie (vingerafdrukken,
gezichtsherkenning), profiling, risicoclassificaties of informatiedeling tussen instanties. Hierdoor verschuift de logica van
fysieke controle → digitale surveillance en van reactief → preventief. Mensen worden niet gecontroleerd op wat ze hebben
gedaan, maar op wat ze mogelijk zouden kunnen doen. Dit is typisch risicogovernance. Het systeem sorteert:
4