Vaak zie of hoor je dat er nog wel eens misverstanden zijn ronde doen over (hoog)begaafdheid.
Er wordt vaak gedacht dat deze kinderen een lui leventje leven op school en dat hun ouders
maar gelukkig mogen zijn dat ze zo’n kind in huis hebben. Wat we in de praktijk vaak zien, is dat
kinderen die (hoog)begaafd zijn, vaak juist heel kwetsbaar zijn en de juiste begeleiding en begrip
missen op school, maar ook thuis. Het is geen luxeprobleem. De laatste jaren is
(hoog)begaafdheid steeds meer in de belangstelling komen te staan (Kieboom T. , 2023) en zien
we dat steeds meer leerkrachten de problematiek (h)erkennen. Toch zegt Kieboom (Kieboom T.
, 2023) ook dat er nog veel onwetendheid is onder de leerkrachten en dat er nog misverstanden
heersen, waardoor we als leerkracht (hoog)begaafdheid niet altijd op tijd herkennen.
Het bovenstaande stukje sluit aan bij het probleem dat op de X-school te zien is. De laatste jaren
staat (hoog)begaafdheid in de belangstelling van de school en wordt er gekeken naar hoe er het
beste invulling aan kan worden gegeven binnen de school en hoe er een doorlopende lijn
gecreëerd kan worden tussen de verschillende leerjaren. Er kan ook hier geconcludeerd worden
dat de leerkrachten de problematiek steeds meer erkennen of herkennen, maar vooral door
tijdgebrek niet altijd weten hoe ze hier op de juiste manier invulling aan moeten geven of
aandacht aan moeten besteden.
De afgelopen jaren is de school hier ook al mee bezig en vandaaruit hebben zij mij gevraagd of
ik mijn onderzoek ook op de (hoog)begaafdheid wil richten. Omdat ik vorig jaar nagedacht heb
om stage te gaan lopen op een hoogbegaafdheidsschool om mijn vaardigheden te verbreden en
de uitdaging op te zoeken, heb ik mij op dit gebied dus al eerder georiënteerd en trok dit gelijk
mijn aandacht en was ik bereid om mijn onderzoek op dit gebied uit te voeren. Omdat er dus
vaak nog onwetendheid en tijdgebrek is en (hoog)begaafdheid niet altijd op tijd herkend wordt,
krijgen veel kinderen misschien niet de begeleiding of de juiste aandacht waar zij behoefte aan
hebben. Om hier als leerkracht zo goed mogelijk op aan te sluiten en dit de juiste plek te geven
in zijn of haar onderwijs wil ik mij tijdens het onderzoek focussen op de behoefte die de
(hoog)begaafde kinderen hebben op de X-school om vanuit hier te kijken hoe er met het
onderwijsaanbod het beste aangesloten kan worden bij de behoeftes die de kinderen zelf
hebben. Vanuit dit onderzoek kan ik de resultaten delen met de collega’s op de school en
aanbevelingen doen, maar deze resultaten en aanbevelingen ook meenemen ter verbetering
van mijn eigen onderwijs tijdens de eindstage die op deze school zal plaatsvinden in groep 6
vanaf februari 2025 en in mijn werk in de toekomst.
Dit is een praktijkprobleem dat mijn interesseert, maar is ook iets wat onder mijn collega’s op
de X-school leeft. Dit onderzoek is belangrijk voor het verbeteren van het onderwijs aan mijn
leerlingen, maar het heeft ook voor mijn beroepsmatig functioneren prioriteit om mij te
verdiepen in dit praktijkprobleem. Door met dit praktijkprobleem aan de slag te gaan, wil ik mij
verder ontwikkelen tot startbekwame leerkracht en wil ik leren hoe ik in de toekomst op tijd en
op de juiste manier kan handelen wanneer ik in situaties terecht kom waar (hoog)begaafdheid
een rol speelt. Met dit onderzoek wil ik een positieve bijdrage leveren aan het oplossen van het
praktijkprobleem op de X-school te X.
,Inhoud
Hoofdstuk 1. Probleemanalyse.......................................................................................................4
Hoofdstuk 2. Theoretisch kader......................................................................................................6
2.1. Passend onderwijs................................................................................................................6
2.2. Hoogintelligent of hoogbegaafd...........................................................................................8
2.2.1. Intelligentieonderzoek.................................................................................................10
2.3. Dabrowski & Piechowski....................................................................................................11
2.3.1. De vijf overexcitabilities...............................................................................................11
2.4. Onderzoek in Nederland....................................................................................................15
2.4.1. POINT 013....................................................................................................................16
Hoofdstuk 3. Probleemstelling......................................................................................................18
Hoofdstuk 4. Onderzoeksaanpak..................................................................................................20
4.1 Het tijdpad..........................................................................................................................24
4.2 Het onderzoeksinstrument..................................................................................................27
5.1 Wat is passend onderwijs?..................................................................................................28
5.2 Wat is er in de literatuur te vinden over hoogintelligent zijn en hoogbegaafdheid?..........28
5.3 Hoe ervaren de (hoog)begaafde kinderen op de X-school het onderwijs bij hen op school
momenteel?..............................................................................................................................30
5.4 Waar lopen de leerkrachten van de X-school momenteel tegenaan op het gebied van
(hoog)begaafdheidonderwijs?...................................................................................................32
Hoofdstuk 6. Conclusies, aanbevelingen en discussie..................................................................33
Hoofdstuk 8. Bibliografie..............................................................................................................46
Bijlage I. Verschillen in uitingen tussen hoogintelligent en hoogbegaafd.................................47
Bijlage II. Leerlingenlijst gesignaleerde kinderen van de plusbus.............................................48
Bijlage III. Enquête onder de kinderen......................................................................................49
Bijlage IV. Enquête met de verschillende deelonderwerpen.....................................................51
Bijlage V. Uitkomsten enquêtes................................................................................................53
Bijlage VI. Telefonisch contact X (X)..........................................................................................63
Bijlage VII. Telefonisch contact X (X).........................................................................................65
, Hoofdstuk 1. Probleemanalyse
Vanuit de school is in het kader van de schoolontwikkeling gevraagd om met dit onderzoek aan
te sluiten bij het onderzoeksprogramma waar de school al een aantal jaar mee bezig is. Er is
gevraagd om het onderzoek te richten op het (hoog)begaafdheidonderwijs binnen de school.
Daarbinnen werd de vrijheid gegeven om te kiezen welk stukje specifiek onderzocht zou worden
voor het onderzoek, met de voorwaarde dat het vooral belangrijk was dat met het onderzoek
gewerkt wordt aan de eigen professionele ontwikkeling. Om het praktijkprobleem dat zich
voordoet op de X-school nauwkeurig te kunnen beschrijven en de relevantie en bruikbaarheid
van het onderzoek voor de beroepspraktijk duidelijk te maken, wordt het praktijkprobleem in
het vervolg van dit hoofdstuk beschreven aan de hand van de 5xW + H-methode (Migchelbrink,
2008). De vragen van de 5xW + H-methode zijn:
Wat is het probleem?
Waar doet het probleem zich voor?
Wie heeft er met het probleem te maken?
Wanneer doet het probleem zich voor?
Waarom is het een probleem?
Hoe is het probleem ontstaan?
Tijdens een lezing op een inspiratie dag waar een aantal leerkrachten van de X-school bij
aanwezig waren een aantal jaren geleden, kwam voor hen de behoefte om meer voor
(hoog)begaafde kinderen te kunnen betekenen. Na deze dag zouden we kunnen zeggen dat het
probleem is ontstaan, de bewustwording van het meer willen betekenen en aandacht geven aan
deze groep kinderen. Vanuit hier is de X tien jaar geleden ontstaan, maar de X-school wil binnen
de eigen school meer aandacht besteden aan deze groep kinderen, iedere dag.
Op de X-school te X wordt momenteel gekeken naar hoe er een doorlopende lijn door de school
gevormd kan worden om de juiste leerstofaanbod aan (hoog)begaafde kinderen aan te bieden.
Tien jaar geleden is de X opgezet vanuit de X-school waar inmiddels meerdere scholen in en
rondom X kinderen naar door kunnen sturen, zodat zij één dag in de twee weken samen met
andere (hoog)begaafde kinderen van de groepen vier tot en met acht les hebben op hun eigen
niveau. Het probleem waar de X-school mee zit, is dat de kinderen niet één dag in de twee
weken (hoog)begaafd zijn, maar iedere dag en ook op die andere dagen het juiste aanbod
moeten ontvangen. Deze kinderen krijgen nu in hun eigen groep wel plustaken en opdrachten
op niveau die verplicht gemaakt moeten worden, maar de leerkrachten weten van elkaar niet
wat ze doen en door tijdgebrek weten ze vaak niet hoe ze de juiste invulling moeten geven of
welk materiaal ze aan moeten bieden, waardoor niet iedere leerkracht hier evenveel aandacht
aan besteedt en de doorlopende lijn op de school dus mist.
De vraag over de invulling van het leerstofaanbod aan (hoog)begaafd komt vanuit verschillende
leerkrachten binnen de school. In iedere klas zitten kinderen die hiervoor in aanmerking komen
wat op een aantal komt van vijfentwintig kinderen schoolbreed. Uit gesprekken met alle
leerkrachten van de groep één tot en met acht die in de laatste maanden van 2025
plaatsgevonden hebben met de leerkracht die zich bezighoudt met het onderwijs rondom
(hoog)begaafdheid, is gebleken dat er grote verschillen te zien zijn in de invulling van de
leerstofaanbod voor (hoog)begaafde kinderen in de verschillende klassen en de houding van de
leerkracht hiertegenover. Niet alle leerkrachten pakken dit even sterk op en weten door