- economische groei (groei bestedingen + groei productiecapaciteit) wordt gemeten aan
hand van ontwikkeling van reële bbp
↳ groei van aantal goederen/ diensten dat in land gedurende jaar wordt
geproduceerd, de groei in volume.
- niet alleen bestedingen belangrijk, ook grootte en inrichting winkelpand van belang, maar
ook de kwaliteit van ondernemerschap belangrijk.
- productiecapaciteit: wat onderneming max met beschikbare productiefactoren kan
produceren
↳ grotere/ betere opgeleide beroepsbevolking vergroot productiecapaciteit
↳ grotere productiecapaciteit mogelijk voor verdere groei productie
↳ productiecapaciteit betreft aanbodkant en structurele kant economie
- afhankelijk grootte van vraag neemt productie toe/ af → wordt
productiecapaciteit bijna volledig benut, is bezettingsgraad relatief hoog
(stagnerende vraag, bezettingsgraad relatief laag)
↳ bezettingsgraad = productie x 100%
productiecapaciteit
- gemiddelde groei productie over langere periode → structurele ontwikkeling/
trendmatige groei/ trend
↳ bepaald door ontwikkeling productiefactoren: arbeid, kapitaal, natuur en
ondernemerschap (groeifactoren) → gaat om kwantiteit en kwaliteit van
productiefactoren
- betere kwaliteit van beroepsbevolking → hogere arbeidsproductiviteit
↳ arbeidsproductiviteit = productie per werknemer in bepaalde tijd
→ bepaald door: scholing vd beroepsbevolking, specialisatie, ervaring/know-
how en gezondheid → hoe hoger deze factoren hoe hoger de productiviteit
- arbeidsproductiviteit bepaalt mede concurrentiepositie NL bedrijven, deze is
van belang want onze economie zeer sterk afhankelijk van buitenland
↳ concurrentiepositie afhankelijk van prijs waarvoor bedrijven producten op
wereldmarkt kan aanbieden → hoe lager productiekosten hoe lager de prijs is
hoe sterker concurrentiepositie
→ productiekosten loonkosten/ arbeidsproductiviteit belangrijk,
loonkosten per product afhankelijk van loonkosten per werknemer en
arbeidsproductiviteit
- wig: verschil tussen loonkosten en nettoloon (besteedbaar loon) te groot
↳ werkgevers-/ werknemerspremies + directe belasting
→ ondernemingen veel hogere loonkosten betalen dan nettoloon
→ door hoge wig kan arbeid dalen en ontstaat werkloosheid + kan nationale
concurrentiepositie verslechteren.
- factoren kwantiteit: omvang/ samenstelling bevolking, participatiegraad, wetgeving/
leerplichtleeftijd/ pensioenleeftijd
- potentiële beroepsbevolking/ beroepsgeschikte bevolking = op arbeidsmarkt
mensen tussen 15 en AOW-leeftijd
↳ arbeidsongeschikte = niet iedereen van potentiële beroepsbevolking biedt
zich aan
↳ beroepsbevolking = iedereen die zich wel aanbiedt (werkenden & werklozen)