Bij inademing gaat lucht via de neus en de mond → luchtpijp → vertakking naar de
bronchiën en de bronchioli → longblaasjes (alveoli).
Longblaasjes nemen zuurstof (0₂) uit het bloed op en geven koolstofdioxide (CO₂) af aan de
uitademingslucht.
Voor de verbranding van brandstoffen in de cellen is zuurstof nodig. Daar komen water,
koolstofdioxide, warmte en ‘levensenergie’ vrij. Zonder deze sterven de lichaamscellen af.
- Het watergehalte van bloedplasma is 90%. In het bloed zijn O₂ en CO₂ opgelost.
- De hoeveelheid opgelost O₂ in het bloed is de zuurstofspanning aangegeven als pO₂.
- De hoeveelheid opgelost in CO₂ in het bloed is de koolstofdioxidespanning, de pCO₂.
Een te lage pO₂ in het slagaderlijke bloed is een hypoxemie: te laag zuurstofgehalte in het
bloed. Hypoxie: wordt een gevolg van hypoxie, zuurstof tekort in de weefsels.
Een te hoge pCO₂ in het bloed veroorzaakt hypercapnie, een te lage hypocapnie.
De PCO₂ van het bloed bepaalt een belangrijk deel van de zuurgraad van het bloed.
Koolstofdioxide verbindt zich met water uit het bloed tot zuur dat uit elkaar valt in
waterstofionen en bicarbonaat. Adem je te weinig CO₂, dan stijgt PCO₂ en ontstaan er meer
waterstofionen en krijg je verzuring. → te hoge PCO₂ in het bloed - verzuring →
respiratoire acidose.
Metabole acidose → hoge hoeveelheid bicarbonaat, waardoor verzuring ontstaat.
Stoornissen in de ventilatie, gaswisseling en perfusies
Het ademhalingsproces is opgebouwd uit:
- Ventilatie: de voortdurende verversing van de lucht in de longblaasjes (alveoli).
- Gaswisseling: Hierbij wisselen de longblaasjes en de longhaarvaten zuurstof en
koolstofdioxide uit op basis van diffusie.
- Diffusie: het proces waarbij zuurstof vanuit de longblaasjes naar het bloed wordt
getransporteerd. De stof gaat van een hoge concentratie naar een lage.
- Perfusie: de bloeddoorstroming van de longen.
Respiratoire insufficiëntie
, Wanneer het niet lukt om de zuurstofspanning in het bloed via de ademhaling op
peil te houden → respiratoire insufficiëntie. De weefsels krijgen te weinig zuurstof →
hypoxie.
- Verstikking, verdrinking of wurging;
- Aandoeningen van longen en luchtwegen;
- Verstoring van de ademhalingsbewegingen door aantasting van de
ademhalingsspieren, bij verlammingen en spierziekte;
- Remming, beschadiging van het ademcentrum;
- Instabiliteit van de borstkas door ribfracturen;
- Linker Hartfalen en oedeemvorming in de longblaasjes.
Dyspneu
Betekent: Bemoeilijkte ademhaling, kortademigheid, tekort aan lucht. Dit kan komen door;
- Een gestoorde in of uitademing (inspiratoire of expiratoire dyspneu)
- Bij een gestoorde inademing bestaat er een vernauwing van de bovenste
luchtwegen. (keelholte, strottenhoofd) Door een infectie, oedeem. Bij een
ernstige vernauwing → inspiratoir stridor, een gierende ademhaling.
- Bij een gestoorde uitademing bestaat er een vernauwing in de onderste luchtwegen.
(slijmophoping of oedeem) Bij ernstige vernauwing → expiratoire stridor, een
piepende uitademing.
Onvoldoende inademen Onvoldoende uitademen
PO₂ daalt PCO₂ daalt
Onvoldoende verbranding in de →
cellen met melkzuurvorming
Metabole acidose Respiratoire acidose
PH daalt PH daalt
Oorzaken van een dyspneu
- Respiratoire insufficiëntie;
- Hartfalen;
- Verhoogde zuurstofbehoefte van het lichaam in rust bij hoge koorts bijvoorbeeld;
- Onvoldoende binding mogelijkheid van zuurstof aan het bloed bij een tekort aan
hemoglobine en of erytrocyten (bloedarmoede);
- Laag zuurstofgehalte van de inademingslucht (verblijft op grotere hoogte)
De spieren tussen je borstkas en schouders zijn hulpademhalingsspieren die
helpen om je ademhaling te verbeteren. De neusvleugel ademhaling is een
signaal van ernstige ademnood. Treedt dit op tijdens liggen → orthopneu.
Asthma cardiale → ernstige kortademigheid, cyanose (blauwe kleur), rochelende
ademhaling, ophoesten van roze schuimend sputum als gevolg van ernstige
bloedstuwing in de longen en vorming van oedeem in de longblaasjes door
hartfalen.