Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Formeel & materieel strafrecht stellingen volledig uitgewerkt

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
25
Geüpload op
15-03-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit document bevat een systematische uitwerking van de stellingen die gedurende het vak formeel en materieel strafrecht zijn behandeld. Per week is de betreffende stelling uitgewerkt volgens een vaste structuur die aansluit bij de wijze waarop dergelijke vragen op het tentamen worden gesteld en beoordeeld. Elke stelling wordt eerst geplaatst binnen het relevante juridische kader, waarbij de toepasselijke wettelijke bepalingen, beginselen en relevante jurisprudentie worden besproken. Vervolgens wordt een juridische analyse van de stelling gegeven, waarbij zowel argumenten vóór als argumenten tegen de stelling worden uitgewerkt. Deze argumenten zijn gebaseerd op de voorgeschreven literatuur, jurisprudentie en andere relevante bronnen die in het kader van het vak zijn behandeld. Na deze analyse wordt een eigen standpunt ingenomen. In dit onderdeel wordt de stelling kritisch beoordeeld door de verschillende argumenten tegen elkaar af te wegen. Het eigen standpunt wordt juridisch onderbouwd en waar nodig wordt ingegaan op mogelijke bezwaren tegen dit standpunt. Op deze manier wordt geprobeerd om niet alleen de literatuur te reproduceren, maar ook een zelfstandige en kritische juridische beoordeling te formuleren. Elke uitwerking wordt afgesloten met een conclusie, waarin de belangrijkste bevindingen kort worden samengevat en duidelijk wordt gemaakt in hoeverre de stelling overtuigend is. De opzet van het document is bewust afgestemd op de structuur van de tentamenvragen, zodat de uitwerkingen kunnen dienen als voorbereiding op het tentamen. Daarbij wordt rekening gehouden met alle behandelde weken en de daarbij behorende literatuur. Eén week van het vak materieel strafrecht, namelijk week 3, is niet in het document opgenomen omdat deze week geen onderdeel vormt van de tentamenstof. Het document biedt daarmee een overzichtelijke en inhoudelijk onderbouwde voorbereiding op de tentamens van zowel formeel als materieel strafrecht, waarin de belangrijkste juridische vraagstukken uit de behandelde weken systematisch worden geanalyseerd.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Materieel

Stelling week 1 ​ ​ ​ ​

Het algemene leerstuk van het strafbaar stellen van voorbereiding zorgt ervoor dat gevaarlijke gedragingen
terecht/gerechtvaardigd kunnen worden aangepakt.

1. Juridisch kader

Het strafrecht kent naast het voltooide delict ook zogenoemde onvolkomen delictsvormen, zoals poging en voorbereiding.
Voorbereidingshandelingen zijn strafbaar gesteld in artikel 46 Sr. Dit artikel bepaalt dat voorbereiding van een misdrijf waarop
naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld strafbaar is wanneer de dader opzettelijk
voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen verwerft, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of
voorhanden heeft die bestemd zijn tot het begaan van dat misdrijf.

De strafbaarstelling van voorbereiding is ingevoerd om eerder in te kunnen grijpen tegen ernstige criminaliteit, nog voordat een
begin van uitvoering in de zin van artikel 45 Sr is bereikt. Volgens de wetsgeschiedenis ligt de rechtvaardiging daarvan in het
voorkomen van ernstige misdrijven en het bestrijden van georganiseerde of planmatige criminaliteit. Tegelijkertijd brengt deze
vroege strafbaarstelling spanning met zich mee met fundamentele beginselen van het strafrecht, zoals het ultimum
remedium-karakter van het strafrecht en het beginsel dat gedachten of intenties op zichzelf niet strafbaar zijn.

In de rechtspraak is nader ingevuld wanneer sprake is van voorbereidingshandelingen. In de zaak rond Samir A. (HR 2007,
ECLI:NL:HR:2007:AZ0213) speelde de uitleg van het criterium “kennelijk bestemd tot het begaan van het misdrijf” een
belangrijke rol. De Hoge Raad benadrukte dat bij de beoordeling van voorbereidingshandelingen niet alleen naar de objectieve
eigenschappen van de voorwerpen moet worden gekeken, maar ook naar het misdadige doel dat de verdachte met die
voorwerpen voor ogen had. De intentie van de verdachte kan dus mede bepalen of middelen als voorbereidingsmiddelen
kunnen worden aangemerkt.

2. Analyse van de stelling

Een belangrijk argument vóór de stelling is dat de strafbaarstelling van voorbereiding het mogelijk maakt om in een vroeg
stadium op te treden tegen ernstige en gevaarlijke criminaliteit. Zonder deze bepaling zou het strafrecht pas kunnen ingrijpen
wanneer een begin van uitvoering van het misdrijf heeft plaatsgevonden. In situaties waarin daders al concreet bezig zijn met
het verzamelen van middelen voor een zwaar misdrijf, zoals een aanslag of gewelddadige overval, kan dat te laat zijn. De
wetgever heeft artikel 46 Sr juist ingevoerd om te voorkomen dat de overheid moet wachten tot het gevaar zich daadwerkelijk
manifesteert.

Daarnaast is in de wetsgeschiedenis benadrukt dat voorbereidingshandelingen een duidelijk naar buiten getreden criminele
intentie moeten bevatten. Het gaat dus niet om het bestraffen van louter gedachten of plannen, maar om concrete gedragingen
die wijzen op een vast voornemen om een ernstig misdrijf te plegen. De combinatie van een subjectief element (opzet) en een
objectief element (het voorhanden hebben of vervaardigen van middelen) zorgt ervoor dat alleen situaties met een
aantoonbaar risico voor de rechtsorde strafbaar zijn.

Een derde argument vóór de stelling is dat het voorbereidingsleerstuk aansluit bij de bescherming van belangrijke
rechtsgoederen. Bij ernstige misdrijven zoals terrorisme of zware geweldsdelicten kan het maatschappelijk belang vereisen dat
al in een vroeg stadium wordt ingegrepen. De strafbaarstelling van voorbereiding vergroot de preventieve werking van het
strafrecht en kan voorkomen dat gevaarlijke plannen daadwerkelijk tot uitvoering komen.

Tegen de stelling pleit echter dat de strafbaarstelling van voorbereiding het strafrecht ver naar voren in de tijd verschuift.
Hierdoor ontstaat het risico dat personen worden gestraft voor gedrag dat nog relatief ver verwijderd is van het daadwerkelijke

,misdrijf. In dat geval kan het strafrecht verschuiven richting een systeem waarin intenties of plannen centraal staan, terwijl het
klassieke strafrecht juist uitgaat van concrete gedragingen.

Daarnaast bestaat het gevaar dat de grenzen van strafbare voorbereiding te ruim worden geïnterpreteerd. Veel voorwerpen die
in artikel 46 Sr worden genoemd, zoals informatiedragers of alledaagse middelen, hebben op zichzelf een neutrale functie.
Wanneer de strafbaarheid sterk afhankelijk wordt van de intentie van de verdachte, kan dat spanning opleveren met het
legaliteitsbeginsel en het vereiste van rechtszekerheid. Burgers moeten kunnen voorzien welk gedrag strafbaar is.

Ten slotte kan worden betoogd dat de nadruk op subjectieve intentie het risico van een “intentiestrafrecht” vergroot. De
wetgever heeft juist geprobeerd dat te voorkomen door objectieve voorwaarden in artikel 46 Sr op te nemen. Wanneer de
intentie van de verdachte te zwaar wordt gewogen, kan de grens tussen strafbare voorbereiding en niet-strafbare
gedachtevorming vervagen.

3. Eigen positie

Naar mijn oordeel is het algemene leerstuk van strafbare voorbereiding in beginsel gerechtvaardigd, maar alleen onder strikte
voorwaarden. Het sterkste argument vóór deze strafbaarstelling is dat de overheid bij zeer ernstige misdrijven niet hoeft te
wachten tot een begin van uitvoering is bereikt. Juist bij delicten als terrorisme, zware geweldsmisdrijven of georganiseerde
criminaliteit kan zo’n afwachtende houding moeilijk worden verdedigd, omdat de maatschappelijke schade dan mogelijk al
onomkeerbaar is.

Toch volgt daaruit niet dat elke vroege interventie ook strafrechtelijk gerechtvaardigd is. Het grootste bezwaar tegen artikel 46
Sr is dat het strafrecht hierdoor gevaarlijk dicht in de buurt komt van een intentiestrafrecht. Dat risico is reëel, juist omdat veel
voorbereidingsmiddelen op zichzelf neutraal of alledaags zijn. Daarom vind ik dat de legitimiteit van strafbare voorbereiding
volledig staat of valt met een terughoudende toepassing. De criminele intentie mag niet doorslaggevend zijn zonder dat die
intentie zich ook heeft geobjectiveerd in concrete, naar buiten gerichte handelingen die ondubbelzinnig op een ernstig misdrijf
wijzen.

Mijn standpunt is daarom dat artikel 46 Sr niet moet worden opgevat als een ruim preventie-instrument, maar als een
uitzonderingsmechanisme voor gevallen waarin het gevaar zich al voldoende heeft geconcretiseerd. De strafwaardigheid ligt dus
niet in het enkele plan, maar in de combinatie van een ernstig voorgenomen misdrijf en objectief vaststelbare
voorbereidingshandelingen. Juist daar moet de grens streng worden bewaakt.

4. Conclusie

Het algemene leerstuk van strafbare voorbereiding maakt het mogelijk om al vóór een begin van uitvoering in te grijpen tegen
ernstige en gevaarlijke criminaliteit. In die zin kan het bijdragen aan een effectieve bescherming van belangrijke rechtsgoederen.
Tegelijkertijd brengt deze vroege strafbaarstelling risico’s met zich mee voor rechtszekerheid en het beginsel dat gedachten niet
strafbaar zijn. Het voorbereidingsleerstuk is daarom gerechtvaardigd, maar alleen wanneer het strikt wordt toegepast en de
strafbaarheid wordt gebaseerd op concrete gedragingen die duidelijk wijzen op een crimineel doel.

, Stelling week 2

In de memorie van toelichting stelt de wetgever het volgende (p. 4):

“Doel van het wetsvoorstel is een adequate en herkenbare strafrechtelijke reactie mogelijk te maken op seksueel
grensoverschrijdend gedrag dat in de hedendaagse en digitaliserende samenleving als strafwaardig wordt ervaren. Als
gevolg hiervan wordt de (online) veiligheid van eenieder in Nederland vergroot. Met een actueel wettelijk kader dat
aansluit bij de maatschappelijke realiteit worden slachtoffers beter beschermd. Zij kunnen in meer situaties aangifte
doen. Politie en OM zullen meer mogelijkheden hebben om op te treden tegen strafbaar gedrag. Bij constatering van
een strafbaar feit kunnen opsporing en vervolging plaatsvinden. En bij bewezenverklaring kan een passende straf of
maatregel worden opgelegd. Daarnaast geeft het wetsvoorstel een duidelijk signaal af aan (potentiële) daders dat
seksueel grensoverschrijdend gedrag niet acceptabel is en streng wordt bestraft. Daarmee gaat van dit wetsvoorstel
ook een onmiskenbare normerende en preventieve werking uit.”

1. Juridisch kader

Het wetsvoorstel seksuele misdrijven wijzigt de strafbaarstellingen van aanranding en verkrachting ingrijpend. De huidige
artikelen 242 en 246 Sr zijn gebaseerd op het criterium dat de verdachte het slachtoffer dwingt tot seksuele handelingen. In de
nieuwe regeling (artikelen 240–244 Sr) staat centraal of de wil van het slachtoffer ontbreekt ten aanzien van het seksuele
contact.

De wet introduceert daarnaast een onderscheid tussen schuldvarianten en opzetvarianten. Zo worden schuldaanranding (art.
240 Sr) en schuldverkrachting (art. 242 Sr) strafbaar wanneer iemand ernstige reden heeft om te vermoeden dat de wil bij de
ander ontbreekt. Bij opzetaanranding en opzetverkrachting (art. 241 en 243 Sr) gaat het om situaties waarin de dader de
ontbrekende wil bewust negeert of voor lief neemt.

Artikel 244 Sr verduidelijkt wanneer in ieder geval sprake is van een ontbrekende wil, bijvoorbeeld bij lichamelijke of geestelijke
onmacht. Daarnaast kan volgens de memorie van toelichting ook misleiding, zoals stealthing of misleiding over de identiteit van
de sekspartner, onder omstandigheden leiden tot de conclusie dat de wil ontbreekt.

De wetgever beoogt hiermee aan te sluiten bij internationale verplichtingen, met name artikel 36 van het Verdrag van Istanbul,
dat vereist dat seksuele handelingen zonder vrijwillige instemming strafbaar zijn. Het wetsvoorstel verschuift daarom het accent
van het doorbreken van de wil naar het ontbreken van een positieve wilsuiting.

2. Analyse van de stelling

Argumenten vóór de stelling

Een eerste argument is dat het nieuwe wettelijke kader beter aansluit bij hedendaagse maatschappelijke opvattingen over
seksuele autonomie en consent. Onder het huidige recht moet vaak worden bewezen dat sprake was van dwang, geweld of
bedreiging. Dat bewijs is in veel situaties moeilijk te leveren, terwijl slachtoffers wel degelijk grensoverschrijdend gedrag
ervaren. Door het criterium van de ontbrekende wil centraal te stellen, kunnen meer vormen van seksueel misbruik
strafrechtelijk worden aangepakt.

Een tweede argument is dat slachtoffers hierdoor beter worden beschermd. Omdat het bewijs van dwang niet langer
noodzakelijk is, kunnen slachtoffers in meer situaties aangifte doen en kan het OM gemakkelijker vervolgen. Dit sluit aan bij de
bedoeling van de wetgever om een effectievere strafrechtelijke reactie mogelijk te maken.

Een derde argument betreft de normerende functie van het strafrecht. Door expliciet vast te leggen dat seks zonder vrijwillige
instemming strafbaar is, geeft de wet een duidelijke maatschappelijke boodschap af. Dit kan bijdragen aan bewustwording over
seksuele grenzen en daarmee mogelijk een preventieve werking hebben.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
15 maart 2026
Aantal pagina's
25
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$12.18
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
AcademicFiles Vrije Universiteit Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
16
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
14
Laatst verkocht
2 maanden geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen