Inhoudsopgave
Toetscasus 1 (therapeut, behandeling); Cortex – Lopen buitenshuis.......................................................................................... 2
Toetscasus 2 (therapeut, behandeling); Basale kernen – Bedmobiliteit.....................................................................................5
Toetscasus 3 (therapeut, behandeling); Cortex – ADL vaardigheden.......................................................................................... 8
Toetscasus 4 (therapeut, behandeling); LONG........................................................................................................................ 11
Toetscasus 5 (therapeut, behandeling); sPAV.......................................................................................................................... 14
Toetscasus 6 (therapeut, behandeling); Onco – Melanoom..................................................................................................... 17
,Toetscasus 1 (therapeut, behandeling); Cortex – Lopen
buitenshuis
Gegevens uit het onderzoek:
Hulpvraag: Ik wil graag weer zelfstandig buiten lopen in het park.
Dhr/Mevr. El Mahout woont met partner in een eengezinswoning. De patiënt heeft altijd graag gewandeld
in het park nabij hun huis. Sinds hij/zij met pensioen ging met 65 jaar, deed de patiënt dit vrijwel dagelijks.
De paden in het park zijn oneffen en niet bestraat. De patiënt is bang om te vallen omdat hij/zij moeite
heeft met het optillen van zijn linkervoet en regelmatig struikelt. Het struikelen neemt toe als hij/zij afgeleid
wordt. De patiënt heeft snel een vermoeid gevoel in de benen en zit graag halverwege het park even op
een bankje. Spontaan neurologisch herstel is niet meer te verwachten.
Aandoening/Ziektebeeld:
Cortex laesie rechts, 6 mnd geleden
Volgens Lopen:
patiënt Moeite met lopen in het park
FUNCTIES/ANATOMISCHE ACTIVITEITEN PARTICIPATIE
EIGENSCHAPPEN
Volgens Kracht: Lopen:
therapeut Voetheffers en knie- FAC 4 (geen loophulpmiddel)
extensoren links: MRC 4 10MLT: 14 sec (0,7 m/s)
Balans:
POMA: 24
Volgens
patiënt
PERSOONLIJKE FACTOREN OMGEVINGSFACTOREN
Volgens Getrouwd, 2 volwassen uitwonende zoons. Woont in eengezinswoning, slaapt op de
therapeut Helpt thuis zo veel mogelijk in het huishouden. 1e verdieping
Is bang om te vallen en is angstig om nieuwe
activiteiten te ondernemen.
, Onderzoeksgegevens:
Kracht; MRC 4 = beweging van het gewricht tegen enige weerstand in
Balans; POMA 24 = een score < 26 wijst op een probleem bij balans (hoe lager, hoe slechter)
o Score 19-24: verhoogd valrisico
Lopen; FAC 4 = kan zelfstandig lopen op vlakken ondergrond, maar heeft hulp nodig bij traplopen,
hellingen of oneffen ondergrond
Lopen; 10MLT 14 sec = > 13sec, dus meneer is niet snel genoeg om de straat over te steken
Behandeldoelen:
1. Loophulpmiddel inzetten voor meer balans en een veiliger gevoel
2. De kracht van de voetheffers (m. tibialis anterior) en knie-extensoren (m. quadriceps) links
vergroten (MRC 4 MRC 5)
3. De loopsnelheid vergroten (door efficiënter te lopen), zodat mevrouw veilig de straat over kan
steken ( < 13 seconden)
4. De balans verbeteren (dynamisch maar afhankelijk van score POMA), zodat mevrouw zich zekerder
voelt tijdens het lopen
Behandeling
Status praesens
Vragen waar ze aan willen werken
Agenda maken
Kijken hoe het nu gaat
Dingen aanpassen
Hoe vind je dit?
Behandeldoel 1: loophulpmiddel voor meer balans en een veiliger gevoel
Zorg voor weinig belasting van het werkgeheugen en weinig verbale instructies.
Voordoen in deelhandelingen, waardoor de patiënt niet zoveel hoeft te onthouden. Veel herhalen!
Eerst vragen of patiënt hiervoor open staat!
Geeft aan dat ze bang is om te vallen tijdens een rondje door het park en dat dit erger is bij afleiding.
Daarom verstandig om met een eifel te gaan lopen. Zorgt voor minder nadenken en meer houvast tijdens
het lopen. Goed idee?
1. Oefenen met het lopen met eifel op effen ondergrond, zodat patiënt gewend raakt (zou qua balans
geen probleem moeten zijn; FAC 4). Therapeut loopt mee aan aangedane zijde en in het ritme van
patiënt
o Eifel: aan niet-aangedane zijde
o Zet de poot stevig neer, zet vervolgens het aangedane been op dezelfde hoogte als de poot.
Tot slot sluit het goede been aan tot dezelfde hoogte
2. Lopen met eifel en afleiding: praten met/tegen de patiënt
3. Lopen met eifel op parcours (matjes, slingeren, opstapjes etc.): kijken of FAC omhooggaat met
gebruik van hulpmiddel in latere behandeling
o Ondergrond aanpassen (grond in het park)
o Voorwerpen neerleggen (bomen, bankjes) en hierom slalommen
o Steps neerleggen (stoepranden)
Behandeldoel 2: kracht voetheffers en knie-extensoren
Parameters:
2-3 keer per week
1-3 sets
10-15 herhalingen