Leerdoel 1: oorzaken van het ontstaan van een agrarische samenleving en het hofstelsel
Ontstaan van een agrarische samenleving:
De neergang van het West Romeinse Rijk.
⮕ Lokale edelen probeerden de macht te grijpen, wat voor onrust zorgde.
⮕ Reizen werd moeilijk, dus ontstond er lokale ruilhandel.
⇨ Stedelingen werder armer, dus verdween specialistische ambachtskennis.
⇨ Middeleeuwers werden zelfvoorzienend (autarkie).
Oorzaken van het hofstelsel:
Er was geen sterk Romeins leger meer.
⮕ Boeren zochten veiligheid op een domein (grondgebied van een heer).
Hofstelsel:
Leerdoel 2: verschillende boeren en hun sociaal-economische posities:
Vrije boeren:
- Eigen land
- Macht over eigen goederen
, - Volgen de heer in strijdt maar betalen eigen militaire uitrusting.
Horigen:
- Eigen land maar moeten een deel van de opbrengst afstaan
- Mogen het domein niet verlaten
- Toestemming om te trouwen
- Herendiensten verrichten
- GEEN militaire strijd.
Lijfeigenen:
- Knechten van de heer.
Leerdoel 3: de middeleeuwse standen
1) Geestelijkheid
2) Adel (bestuurders, krijgsheren & rechters)
3) Boeren
Leerdoel 4: beschrijving en opkomst van het feodale stelsel
Ontstaan en werking van het feodale stelsel:
⮕ Karel Martel
⇨ Militairen legden een eed af en werden zijn vazal, in ruil voor levensonderhoud.
⮕ Er was weinig geld in omloop.
⇨ Martel gaf zijn mannen boerderijen te leen.
⮕ Koppelde dit leenstelsel aan het bestuur.
Feodale stelsel: