Samenvatting
Gezondheidsgedrag: interactie tussen individu en
omgeving (Open Universiteit, PB2712)
Bijbehorende literatuur toegevoegd in het donkerblauw
Inhoud
Thema 1: Gedrag en Omgeving................................................................................................................ 2
Studietaak 1.1 ..................................................................................................................................... 2
Studietaak 1.2 ..................................................................................................................................... 4
Studietaak 1.3 ..................................................................................................................................... 6
Thema 2: De obesogene omgeving .......................................................................................................... 8
Studietaak 2.1 ..................................................................................................................................... 8
Thema 3: Individu en omgeving ............................................................................................................. 13
Studietaak 3.1 ................................................................................................................................... 13
Studietaak 3.2 ................................................................................................................................... 16
Studietaak 3.3 ................................................................................................................................... 18
Thema 4: Sociale gezondheid ................................................................................................................ 21
Studietaak 4.1 ................................................................................................................................... 21
Studietaak 4.2 ................................................................................................................................... 23
Studietaak 4.3 ................................................................................................................................... 23
Thema 5: Gezonde omgeving ................................................................................................................ 26
Studietaak 5.1 ................................................................................................................................... 26
Studietaak 5.2 ................................................................................................................................... 28
Studietaak 5.3 ................................................................................................................................... 30
Bronnen ................................................................................................................................................. 33
, Stuvia: saen
Thema 1: Gedrag en Omgeving
Studietaak 1.1
Gezondheidsgedrag is gedrag dat invloed heeft op de gezondheid (bijv. roken, gezond eten,
gehoorbescherming en onveilige seks).
We proberen gezondheidsgedrag te verklaren a.d.h.v. determinanten. Dit zijn factoren die gedrag of
gezondheid kunnen beïnvloeden:
• Individuele determinanten: determinanten die bij het individu liggen. Denk aan: kennis, eigen-
effectiviteit (=ervaren gedragscontrole), motivatie, ervaren sociale norm en attitude. Vroeger lag
de focus vooral op individuele determinanten. Een voorbeeld is de Theorie van Gepland Gedrag.
Theorie van Gepland Gedrag (Ajzen, 1991)
Gedrag wordt vooral bepaald door de intentie om het uit te voeren. Die intentie wordt beïnvloed
door attitude, subjectieve norm en eigen-effectiviteit. Gezondheid wordt gezien als het resultaat van
individueel gedrag; het individu draagt daarbij de verantwoordelijkheid.
• Omgevingsdeterminanten: dit zijn determinanten die buiten het individu liggen. De omgeving is
alle ruimte buiten de persoon, deze kan als externe prikkel dienen om het gedrag van het individu
te bepalen. Het individu heeft zelf weinig invloed op de omgevingsdeterminanten.
Er zijn 4 typen omgevingsdeterminanten/omgevingstypen:
1. Fysieke omgeving alles wat beschikbaar en zichtbaar is, zoals voorzieningen en informatie.
Voorbeeld: fietspaden, een fruitmand op tafel, sigaretten in huis.
2. Sociaal-culturele normen, waarden en attitudes binnen micro- of macro-omgevingen.
omgeving – Micro: een gezondheidsgericht gezinsklimaat, sociale invloeden.
– Macro: Nederland als “fietscultuur”; beïnvloed door maatschappelijke
trends en (sociale) media.
3. Politieke Formeel en informeel beleid, regels en wetgeving die gedrag sturen.
omgeving – Micro: schoolregels, gemeentebeleid, gezinsafspraken.
– Macro: rook- en alcoholwetgeving, basisverzekeringsvergoedingen.
4. Economische Kosten en financiële mogelijkheden die gedrag beïnvloeden. Gezond
omgeving gedrag kan geld kosten (bijv. sportschool, zonnebrandprijs). De omgeving
hangt vaak samen met politieke keuzes.
De omgeving kan ook worden ingedeeld in 3 omgevingsniveaus:
Micro-omgeving Meso-omgeving Macro-omgeving
Omgeving De kleine en directe De bredere context van de Grote, overkoepelende
omgeving. De setting is micro-omgeving. Definitie systemen.
afgebakend. Het gedrag vanuit systeemperspectief:
vindt hier plaats de interactie tussen micro-
(behavioural setting) omgevingen
Voorbeeld Gezin, school, werk of Aanwezigheid winkels, Voedingsindustrie,
sportclub. bosrijke omgeving, mate van gezondheidszorg en beleid.
hechting binnen familie + Wetten, accijnzen,
relaties tussen omgevingen. etiketten.
, Stuvia: saen
Kenmerk Klein en beïnvloedbaar Maakt gezond of ongezond Geen duidelijke grenzen,
door individuen. Mensen gedrag makkelijker of weinig beïnvloedbaar door
komen met een moeilijker. individuen; beïnvloedt wel
specifiek doel bijeen. micro en meso.
Invloed op Directe invloed. Bieden een context waarin Op afstand, o.a. via
gedrag Bijvoorbeeld: fruit in het gedrag makkelijker of wetgeving, beleid en
huis en rokende ouders. minder makkelijk kan productinformatie.
plaatsvinden. Ze hebben
geen directe invloed.
Voorbeelden van ecologische modellen
Het kernconcept van ecologische modellen/ ecologische benadering is dat gezondheidsgedrag
door factoren in meerdere niveaus (omgevingsdeterminanten) wordt beïnvloed.
1. Het Rainbow Model (Dahlgren & Whitehead, 1991)
Het Rainbow Model omschrijft op een holistische wijze de invloed van verschillende factoren op de
gezondheid.
Uitleg
Het model bevat meerdere lagen:
• Het individu in het midden; individuele
factoren worden erkend.
• Laag leefstijlfactoren
• Drie lagen omgevingsdeterminanten:
➢ Sociale omgeving: sociale netwerk.
➢ Leef-werkomstandigheden
➢ Bredere socio-economische, culturele
en omgevingsomstandigheden.
De lagen zijn niet van elkaar gescheiden maar juist verbonden. De interactie tussen de lagen
benadrukt het belang van een integrale aanpak van gezondheidsbevordering.
2. Lalonde's Health Field Concept (Lalonde, 1974)
Het Lalonde's Health Field Concept
identificeert 4 categorieën factoren die
invloed hebben op de gezondheid:
• De omgeving: factoren waar het
individu zelf weinig invloed op heeft.
Incl. fysieke en sociale omgeving.
• Leefstijl: eigen gedragskeuzes
• Biologische factoren: bijv. genetische aanleg
• De gezondheidszorg: de beschikbaarheid, kwaliteit en relaties die men heeft met degene die zorg
beiden.
Met dit model lag er meer nadruk op preventie, gezondheidsbevordering en het creëren van een
gezonde omgeving.
, Stuvia: saen
3. ANGELO-framework (Analysis Grid for Environments Linked to Obesity) (Swinburn et al, 1991)
Achtergrond:
Er is een stijgende prevalentie van obesitas en traditionele interventies zijn niet effectief omdat
mensen voortdurend worden blootgesteld aan omgevingen die hoge energie-inname en lage fysieke
activiteit (energieverbruik) stimuleren. Obesitas wordt bepaald door biologische, gedragsmatige én
omgevingsfactoren. Dit benadrukt het belang van omgevingsinterventies.
Het ANGELO-raamwerk is een ecologisch model, waarin obesitas als evenwichtspunt (settling
point) staat. Het omschrijft obesogene (gewichtstoename bevorderende) en leptogene (slankheid
bevorderende) aspecten van de omgeving.
Het raamwerk:
Het raamwerk helpt bij het classificeren en prioriteren van obesogene en leptogene elementen in de
omgeving. Omgevingsfactoren worden verdeeld op basis van: schaalniveau (micro, meso, macro) en
op type omgeving (fysiek, economisch, politiek en sociaal-cultureel). Voeding en fysieke activiteit
vormen binnen elke omgeving de mediatoren.
Type
Omgevingsniveau Fysiek Economisch Politiek Sociaal-cultureel
Plaats Micro - Tuinen - Financiële - Stimuleren van - Cultureel belang
- Werkplek- en zekerheid/ traditionele van voedsel +
woonomstandigheden onzekerheid activiteiten bijv. Gemeenschaps-
dans leiders
Ruimte Meso - Recreatie- en - Kosten van - Beleid voor -Sociale steun en
sportfaciliteiten voeding lichamelijke steun vanuit
- Veilige wandelpaden - Kosten van opvoeding gemeenschap
- Beschikbaarheid van recreatie en
lokaal voedsel sport
Macro - Beschikbaarheid van - Beleid voor
bussen- en bushaltes kwaliteit/etikettering
van geïmporteerd
voedsel
Studietaak 1.2
Ecologische modellen leggen de nadruk op de rol van de omgeving. Ecologische modellen hebben 4
kenmerken:
• Er zijn meerdere typen van omgevingsinvloeden op gedrag: fysiek, sociaal, economisch en
politiek
• Er zijn meerdere niveaus van omgevingsinvloeden op gedrag: o.a. intra- en interpersoonlijk,
organisatorisch, maatschappelijk en beleid; in andere modellen aangeduid als
micro/meso/macro.
• Er is interactie tussen typen en niveaus van omgevingsinvloeden: omgevingsinvloeden werken
niet los van elkaar; niveaus en typen kunnen elkaar versterken of verzwakken.
• Er is directe invloed van omgeving op gedrag: omgevingen kunnen gedrag automatisch uitlokken,
zonder bewuste keuzes (bijv. een kapotte lift zorgt ervoor dat mensen de trap nemen of door
imitatiegedrag = onbewust nadoen).
CHILE: an evidence-based preschool intervention for obesity prevention (Davis et al., 2013)
, Stuvia: saen
In het artikel van Davis et al. (2013) wordt gesproken over de CHILE (Child Health Initiative for
Lifelong Eating and Exercise) interventie. Deze is gebaseerd op een socio-ecologisch model en
bevat 6 componenten:
1. Voedings- en bewegingslessen.
2. Docentenprofessionalisering: gericht op het vergroten van kennis, vaardigheden en eigen-
effectiviteit.
3. Aanbevelingen voor voedselvoorzieningen op school
4. Ouderbetrokkenheid: materiaal voor de ouders en evenementen voor de familie.
5. Deelname van lokale supermarkten: CHILE-schap met recepten e.d.
6. Betrokkenheid van lokale gezondheidsprofessionals: CHILE promoten.
Terugkoppeling aan de kenmerken van ecologische modellen:
• Meerdere typen van omgevingsinvloeden → fysiek (groente en fruit beschikbaar), sociaal
(docentenprofessionalisering en betrekken ouders en gezondheidsprofessionals), politiek
(beleid over voedselvoorziening).
• Meerdere niveaus van omgevingsinvloeden → intrapersoonlijk (curriculum), interpersoonlijk
(docentenprofessionalisering), organisatie (voedselvoorziening).
• Interactie tussen typen/niveaus → er is een verscheidenheid aan componenten waarbij
rekening wordt gehouden met interactie.
• Directe invloed van omgeving op gedrag → de interventie past de omgeving van kinderen aan
waardoor gezond eten en bewegen direct wordt gestimuleerd.
Duale systeemmodellen
Duale systeemmodellen zijn gedragsverklaringmodellen, die stellen dat gedrag voorkomt uit twee
processen die met elkaar op een continuüm liggen. In de praktijk ligt gedrag meestal ergens tussen
deze twee:
• Een beredeneerd, bewust systeem (systeem 1).
• Een automatisch, impulsief systeem (systeem 2)
Deze modellen erkennen zowel de directe effecten van de omgeving als cognitieve processen
erkennen. Waar ecologische modellen vooral laten zien dát de omgeving gedrag beïnvloedt, laten
duale-systeemmodellen zien hoe die invloed tot stand komt. Onderzoek laat zien dat
omgevingsaanpassingen effectiever zijn wanneer ze inspelen op automatisch gedrag.
Gedrag
Systeem 1: Automatische systeem Systeem 2: Beredeneerde systeem
Automatisch remmen in verkeer Stoppen met roken
• Snel • Onbewust • Traag • Intentioneel
• Gebaseerd op • Weinig • Gebaseerd op • Veel mentale
gewoontes, mentale afwegingen, inspanning
routines, inspanning overtuigingen & • Bewust
context • Impulsief plannen.
Voorbeeld duale-systeemmodellen
1. Reflectieve Impulsive Model (RIM)