Week 1 4
The Legal and Institutional Preconditions for Strong Securities Markets - Bernard S. Black 4
Objectives and Principles of Securities Regulation - IOSCO (mei 2017) 5
Hoofdstuk 2: Duurzaamheid in de financiële sector 6
Hoofdstuk 3 (3.1-3.3): Banken 7
Bancaire producten 7
Opvorderbare gelden ex art. 3:5 lid 1 Wft 8
Concernfinancieringsmaatschappijen ex art. 3:2 Wft 8
Week 2 9
Hoofdstuk 11: Effecten: het uitgeven en aanbieden daarvan, de prospectusplicht 9
Effecten ex artikel 2(a) Prospectusverordening 9
Crypto 9
Uitgevende instellingen 9
Prospectusplicht 10
Hoofdstuk 19: Prospectusaansprakelijkheid 12
Vereisten – prospectusaansprakelijkheid 13
Omkering van de bewijslast – prospectusaansprakelijkheid 13
Misleidende mededeling- prospectusaansprakelijkheid 13
Overige vereisten- prospectusaansprakelijkheid 14
Procederen en prospectusaansprakelijkheid 14
Annotatie HR World Online door Raaijmakers 14
Een nieuwe Verordening voor prospectus 2.0: minder lasten, meer flexibiliteit en relevantie 15
De nieuwe Prospectusverordening en uitvoeringsregelgeving: een update 16
HR 29 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:448 over prospectusaansprakelijkheid 16
Week 3 17
Hoofdstuk 7: Beleggingsinstellingen (7.1-7.9) 17
Markttoegang 19
Verdere implicaties van AIFM-richtlijn 19
Q&A AIFM-Richtlijn AFM mei 2024 (integraal en beschikbaar via canvas) 20
Week 4, 6 en 10 21
Bescherming van beleggers in Nederland: de Fortis-case - Van der Sangen 21
Beleggersbescherming tussen Wft en NV-recht - Raaijmakers en Van der Sangen 22
H12.5: Toepasselijke voorschriften: voorbereiden & uitbrengen openbaar bod (hoofdlijnen) 22
Hoofdstuk 13: Marktmisbruik 23
Voorwetenschap ex artikel 7 MAR 23
Marktmanipulatie ex art. 12 jo 15 MAR 25
Meldingsplicht verdachte orders en transacties ex art. 16 MAR 25
Openbaarmaking van voorwetenschap 26
Week 5 27
Hoofdstuk 6: Beleggingsondernemingen 27
Beleggingsonderneming ex art. 1:1 Wft 27
Vergunningplicht 28
Doorlopende verplichtingen 28
Hoofdstuk 17: Wet giraal effectenverkeer en effectenbewaring (op hoofdlijnen) 30
Girale verhandeling van effecten 30
De invloed van de Brexit op giraal effectenverkeer en effectenbewaring 31
J. Dinant, Nieuwe regels voor marktstructuur als gevolg van MiFID II 31
1
, HvJ EU 14 juni 2017, NJ 2018/68 over het begrip beleggingsdiensten 31
Week 7 33
Hoofdstuk 10: toezicht en handhaving 33
Toezicht op financiële markten 33
Onderzoeksbevoegdheden 33
Rechten en plichten van anderen 34
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur 34
Handhaving 35
Handhavingsmaatregelen 35
Procesgang 36
Informele handhaving 36
Bijzondere interventie 37
Europees toezicht en handhaving 37
CBB 14 augustus 2018, ECLI:NL:CBB:2018:400 en 401 (feitelijk leidinggeven aan schending
openbaarmakingsverplichting en marktmanipulatie) 37
HvJ EU 20 maart 2018, ECLI:EU:C:2018:193 (C-537/16) (ne bis in idem, samenloop bestuurs- en
strafrechtelijke procedure) 38
Ne bis idem: 39
Week 8 40
Hoofdstuk 18: De civiele zorgplicht van financiële instellingen 40
Bijzondere zorgplicht 40
Bijzondere zorgplicht jegens contractanten 41
Bijzondere zorgplicht jegens derden 42
Gevolgen van een schending van de bijzondere zorgplicht 43
Hoofdstuk 19: prospectusaansprakelijkheid 43
Hoofdstuk 20: Collectieve geschillenbeslechting in de financiële sector (hoofdlijnen) 44
Annotatie Raaijmakers bij Hoge Raad World Online 44
G.J.H. van der Sangen (2013), ‘Bescherming van beleggers in Nederland: de Fortis-case’ 44
A.C.W. Pijls, ‘Misleidende berichtgeving op de beurs’ 45
Annotatie D. Busch, ‘Wettelijke aansprakelijkheidsbeperking AFM en DNB strijdig met Unierecht?’ bij
HvJ EU 4 oktober 2018, AA 2019, 59, NJ 2019/28 45
D. Busch, ‘De bijzondere zorgplicht van de bank als beleggingsadviseur’ 46
Wallinga, ‘De bijzondere zorgplicht: de loper van het verbintenissenrecht op financieel gebied?’ 46
K.J.O. Jansen, ‘De eigen verantwoordelijkheid van de financiële consument’ 47
HR 28 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1046 over prejudiciële vragen dwaling renteswapcontracten
(aanbevolen en beschikbaar via Canvas) 47
Week 9 (AFM) 48
Hoofdstuk 1.3-1.6 48
Hoofdstuk 8: Financiëledienstverleners 48
Week 12 50
Hoofdstuk 16: MiCAR: Regulering van cryptoactiva (hoofdlijnen) 50
MiCAR 50
Week 11 en 13 - feedback en responsie 52
Hoofdstuk 4: Betaaldienstverleners (hoofdlijnen) 52
Collecting payment service providers (collecting PSPs) 52
Vergunning-regime 54
Hoofdstuk 14: Crowdfunding (hoofdlijnen) 54
2
,Week 1
The Legal and Institutional Preconditions for Strong Securities Markets - Bernard S. Black
→ in de colleges worden de belangrijkste punten van dit artikel besproken
Dit artikel onderzoekt welke juridische en institutionele voorwaarden nodig zijn om sterke
effectenmarkten, en in het bijzonder aandelenmarkten, duurzaam te ontwikkelen. Black stelt dat
ondanks de wereldwijde populariteit van aandelenmarkten slechts enkele landen erin zijn geslaagd een
robuust institutioneel systeem te creëren waarin bedrijven daadwerkelijk goedkoop en betrouwbaar
kapitaal kunnen aantrekken via aandelenuitgifte. De meeste landen beschikken wel over wetten die
formeel lijken op die van succesvolle markteconomieën, maar missen de diepere infrastructuur die
maakt dat deze regels in de praktijk functioneren. De kern van zijn betoog is dat twee fundamentele
problemen moeten worden opgelost voordat een aandelenmarkt kan floreren: informatievoorziening
en bescherming tegen zelfverrijking.
1. Betrouwbare en volledige informatievoorziening – Minderheidsaandeelhouders moeten goede
en tijdige informatie krijgen over de waarde van een onderneming. Veel landen mislukken
precies op dit punt, omdat boekhoudstandaarden laag zijn, accountants afhankelijk zijn van
hun cliënten, of openbaarmakingsregels vaag blijven. Black benadrukt dat het probleem van
informatie-asymmetrie niet eenvoudig kan worden weggepoetst met wettelijke
disclosure-verplichtingen: er moet een hele keten van professionele, reputatiegebonden
actoren bestaan die deze verplichtingen geloofwaardig maken. In de Verenigde Staten en het
Verenigd Koninkrijk ontstond dit pas toen accountants, investeringsbanken, advocaten en
analisten een eigen reputatiebelang ontwikkelden dat hen prikkelde tot zorgvuldigheid en
betrouwbaarheid. Wanneer deze reputatiemechanismen ontbreken, zoals in veel
postcommunistische landen in de jaren negentig, ontstaat een ‘lemons’-probleem: niet de
beste maar de slechtste bedrijven trekken naar de markt en investeerders worden steeds
terughoudender.
2. Bescherming tegen zelfverrijking van insiders – Aandeelhouders moeten erop kunnen
vertrouwen dat managers en controlerende aandeelhouders hen niet benadelen door
zelfdealing, fraude of diefstal. Black maakt duidelijk dat het risico op diefstal door managers,
controlerende aandeelhouders of politiek verbonden insiders veel groter is dan het vaak
besproken fenomeen van insider trading. Onder self-dealing verstaat hij een breed scala aan
praktijken: het doorsluizen van waarde naar gelieerde ondernemingen, het verkopen van
activa tegen te lage prijzen aan insiders, het verkrijgen van persoonlijke voordelen via het
bedrijf, of het manipuleren van governanceprocessen om controle te behouden. In landen
waar controle geconcentreerd is, zoals in grote delen van Azië, Latijns-Amerika en
Oost-Europa, is zelfverrijking de regel eerder dan de uitzondering. Het gevolg is dat
minderheidsaandeelhouders structureel worden benadeeld en daarom een risicopremie eisen
die aandelenmarkten klein en ondiep houdt.
Black beschrijft een netwerk van onderling verbonden instituties die deze doelen ondersteunen:
● Transparante boekhoud- en openbaarmakingsregels, ondersteund door een professionele
accountantsstandaard. Deze regels worden pas effectief wanneer zij worden ondersteund door
een professionele accountantsstandaard waarin onafhankelijke controle, aansprakelijkheid en
reputatieverlies reële dreigingen vormen.
3
, ● Reputatie-intermediairs zoals accountants, banken en advocaten functioneren als
geloofwaardigheidsbronnen, maar alleen wanneer er een systeem bestaat waarin zij
daadwerkelijk gestraft kunnen worden voor nalatigheid of misleiding. In sommige landen zijn
deze intermediairs te afhankelijk van individuele cliënten of van de staat, waardoor hun rol als
onafhankelijk reputatiemechanisme ineffectief wordt.
● Effectieve toezichthouders en gespecialiseerde rechters die snel en eerlijk kunnen ingrijpen.
Black benadrukt dat een toezichthouder niet alleen krachtige formele bevoegdheden moet
hebben, maar vooral onafhankelijk, deskundig en politiek beschermd moet zijn. De
Amerikaanse SEC functioneert in zijn analyse als internationale benchmark, omdat zij kan
optreden zonder toestemming van politieke actoren en beschikt over gespecialiseerde
expertise die normale rechtbanken vaak missen. Even belangrijk is een rechtssysteem dat snel
en eerlijk kan handelen, complexe financiële geschillen begrijpt en niet vatbaar is voor
corruptie. Veel landen benaderen deze vereiste te simplistisch door nieuwe corporate
governance wetten aan te nemen zonder de noodzakelijke investering in juridische
infrastructuur. Volgens Black zijn het uiteindelijk niet de geschreven regels die vertrouwen
creëren, maar de geloofwaardige dreiging dat schendingen worden opgespoord en bestraft.
● Procedureregels zoals collectieve acties en ontdekking van bewijs (discovery) een centrale rol
spelen in de bescherming van kleine beleggers. Zonder deze instrumenten hebben
minderheidsaandeelhouders
Hij benadrukt dat het niet genoeg is om alleen goede wetten te schrijven: lokale handhaving en een
cultuur van naleving zijn cruciaal, maar moeilijk te “importeren”. Landen die proberen snel
kapitaalmarkten te creëren (zoals Rusland en Tsjechië in de jaren ’90) falen vaak omdat de
institutionele basis ontbreekt.
Empirisch bewijs toont een sterke correlatie tussen goede beleggersbescherming en grotere, meer
liquide aandelenmarkten, wat op zijn beurt economische groei ondersteunt. Dit kan leiden tot een
"sterke markten evenwicht", waarbij vertrouwen hogere prijzen en meer emissies aantrekt, en een
positieve spiraal van groei ontstaat. Omgekeerd kan een "citroen-evenwicht" ontstaan waarin zwakke
bescherming lage waarderingen veroorzaakt en goede bedrijven ontmoedigt om aandelen uit te geven.
Black concludeert dat hervormingen in kleine stapjes moeten plaatsvinden, met prioriteit voor: goede
openbaarmakingsregels, sterke handhaving en onafhankelijke instituties (rechters, toezichthouders).
Pas daarna kan aandacht worden besteed aan meer geavanceerde governance-vraagstukken zoals
raadssamenstelling of aandeelhoudersactivisme.
Objectives and Principles of Securities Regulation - IOSCO (mei 2017)
Dit document bevat 38 principes voor effectenregulering, gegroepeerd in tien categorieën. Het doel is
om een wereldwijd referentiekader te bieden voor robuuste effectenmarkten. De drie
hoofddoelstellingen zijn:
1. Bescherming van beleggers
2. Zorgen voor eerlijke, efficiënte en transparante markten
3. Beperken van systeemrisico’s
Hoofdpunten per categorie:
4