bovenbouw HAVO/VWO
Hoofdstuk 5: Tijd van ontdekkers en hervormers
De Renaissance
De Kerk had in de Middeleeuwen grotendeels afstand genomen van de Klassieke
Oudheid, maar rond 1350 ontstond in Italië een hernieuwde belangstelling voor deze
periode. Italië lag vol met zichtbare resten van het Romeinse Rijk en had door handel
en welvaart een stedelijke cultuur opgebouwd. Daardoor was er ruimte voor
kunstenaars, denkers en wetenschappers om zich bezig te houden met klassieke kunst,
filosofie en wetenschap. Italië werd het culturele zwaartepunt van Europa. Rond 1500
verspreidde deze Renaissance zich over de rest van Europa. Dat werd mede mogelijk
gemaakt doordat de handel in de 16e eeuw veiliger werd en doordat Europese
handelaren via de Islamitische wereld weer toegang kregen tot klassieke teksten die
daar bewaard waren gebleven.
De Renaissance veranderde veel op het gebied van kunst, wetenschap en het mens-
en wereldbeeld:
Er ontstond een nieuwe interesse in de Klassieke Oudheid, wetenschap,
anatomie en onbekende culturen.
In de (schilder)kunst kwam er aandacht voor perspectiefwerking, juiste
lichamelijke verhoudingen en realisme.
De klassieke beeldhouwkunst en architectuur werden overgenomen.
Het humanisme ontwikkelde zich. Humanisten stelden de mens centraal als een
door God geschapen wezen met verstand, waardigheid en verantwoordelijkheid.
De Renaissance leidde tot een bloei van de kunst en de wetenschap, maar ook tot
kritiek op traditie. Daarmee legde ze de basis voor ontdekkingsreizen,
wetenschappelijke vernieuwing en religieuze hervormingen.
De ontdekkingsreizen
De ontdekkingsreizen van de Portugezen
Na de Reconquista in 1249 bleef Portugal politiek stabiel en sterk gericht op handel. Er
bestonden al handelsroutes naar Azië over land, maar de Portugezen waren
genoodzaakt een overzeese handelsroute te vinden:
De Ottomanen en Arabieren beheersten de belangrijke handelsroutes en
weigerden handel met de Portugezen, waardoor de landroutes niet toegankelijk
waren.
De Portugezen werden gedreven door nieuwsgierigheid, ontdekkingsdrang en
economische belangen, zoals de handel in goud.
, De Portugezen konden het Christendom verspreiden in nieuw ontdekte
gebieden.
In 1488 bereikte Bartholomeus Diaz Kaap de Goede Hoop (zuidpunt van Zuid-Afrika) en
in 1498 bereikte Vasco da Gama India via deze nieuwe zeeroute. Daarmee hadden de
Portugezen hun doel bereikt: Europa had nu een directe zeeroute naar Azië. Onder
leiding van Vasco da Gama en zijn opvolgers bezetten de Portugezen Aziatische
kustgebieden. Ze stichtten daar factorijen, vanuit waar ze handel dreven met de
inheemse bevolking.
Spanje en de ontdekking van Amerika
In 1492 eindigde de Reconquista in Spanje, waarna Ferdinand van Aragon en Isabella
van Castille de machtigste vorsten van Spanje werden. Ze wilden net als de Portugezen
hun macht uitbreiden door middel van overzeese expansie. Hiermee konden ook de
Spankaarden:
Hun handel uitbreiden
Het Christendom verspreiden
Concurreren met de Portugezen
Christoffel Columbus geloofde dat hij India on bereiken door naar het westen te varen.
Datzelfde jaar kreeg hij van de Spaanse koning de opdracht om op ontdekkingsreis te
gaan. Alleen hij bereikte niet India, maar Amerika. Columbus had de ‘Nieuwe Wereld’
ontdekt.
Het Verdrag van Tordesillas
Uiteindelijk hadden Portugal en Spanje de gehele overzeese handel in handen. Dat
zorgde ervoor dat de twee grootmachten elkaar constant in de weg zaten. Om
conflicten te voorkomen, ondertekenden ze in 1494 het Verdrag van Tordesillas. Hierin
werd een grens getrokken in de Atlantische oceaan. Het gebied ten westen van deze
grens was van Spanje en het gebied ten oosten van deze grens was van Portugal.
De Nieuwe Wereld
De verovering van het Azteekse rijk en het Incarijk
Amerika werd al eeuwenlang bevolkt door hoogontwikkelde samenlevingen, zoals de
Azteken en de Inca’s. In 1519 trokken de Spaanse conquistador Herman Cortés en zijn
soldaten het Azteekse Rijk binnen aan de kust van Mexico. Hij wist het rijk binnen twee
jaar te veroveren. Dit was mogelijk door:
Het sluiten van bondgenootschappen met de vijanden van de Azteken.
De verwarring die ontstond toen de Azteken Herman Cortés aanzagen voor een
god.
Het technologische overwicht van Spanje: cavalerie, vuurwapens en pantser
waren niet bekend bij de Azteken.