Week 1 Strafbaar feit en legaliteit
Introductie van het Nederlandse strafrecht
Het begon in de middeleeuwen, er was geen strafrecht. De
familie/gemeenschap strafte zelf waarbij vaak een boete werd opgelegd.
Het eerste geschreven strafrecht wetboek had een algemeen wetboek
(constitutio criminalis carolina, Karel V). Dit kwam tijdens de staatsmacht,
waarbij één iemand de macht had.
Vervolgens tijdens de verlichting schreef Beccaria een boek over misdaad
en straffen. Hierbij ontstond het legaliteitsbeginsel. Een straf moet
rechtvaardig zijn en geen wraak om foltering of willekeur te voorkomen.
In het begin van de 17e eeuw had de het Franse rijk veel invloed op
Nederland. Het Franse code pénal werd ingevoerd in 1811, wat werd
gezien als de basis van het Nederlandse strafrecht. In 1886 werd het
wetboek van strafrecht ingevoerd, op basis van de Franse.
Het Nederlandse strafrecht houdt zich bezig met het straffen van personen
die een strafbaar feit hebben gepleegd
Het strafrecht is het systeem en straffen zijn een instrument binnen het
strafrecht
Definitie van een strafbaar feit
1. Menselijke gedraging > het moet gaan om iets menselijks (dieren
zijn niet strafbaar) en het moet gaan om een gedraging (ideeën,
gedachten en intenties zijn niet strafbaar, hierbij hoort het
daadstrafrecht)
2. Wettelijke delictsomschrijving > legaliteitsbeginsel
3. Verwijtbaarheid > valt de gedraging aan de persoon te verwijten?
(Schuldbeginsel, geen straf zonder schuld)
4. Wederrechtelijkheid > is het in strijd met de wet? (Onrechtbeginsel,
onrechtmatig gedrag moet worden gestraft)
Binnen een delictsomschrijving zijn bestanddelen en elementen.
Bestanddelen zijn omschreven in de delictsomschrijving. Elementen horen
altijd aanwezig te zijn.
Een strafbepaling heeft een delictsomschrijving, een kwalificatie-
aanduiding en een strafbedreiging (zie bijv. art. 287 Sr doodslag).
Er zijn verschillende soorten delictsomschrijvingen:
- Misdrijven en overtredingen (bij misdrijven is medeplichtigheid
mogelijk)
- Doleuze en culpoze misdrijven: opzet of culpa (schuld) als
bestanddeel
‘Wordt als schuldig aan’ in delictsomschrijving is geen culpoos delict!
- Commissie en omissiedelict: handelen of juist niet handelen
- Formele en materiele delicten: formeel zit op de gedraging en
materieel op het gevolg
- Oneigenlijke omissiedelict: door het nalaten kan een gevolg ontstaan
,Binnen de delictsomschrijving zijn er twee bestanddelen:
- Subjectief bestanddeel: zit op de geestesgesteldheid van de dader
- Objectief bestanddeel: gedraging, gevolg en omstandigheden van
het geval
Beslissingschema van art. 350 Sv
Vraag 1. Bewijs tenlastelegging
Vraag 2a. kwalificatie
Vraag 2b. strafbaar feit > zit op wederrechtelijkheid
Vraag 3. Strafbaarheid van de dader > is het te verwijten aan de dader?
Bij het ontbreken van de wederrechtelijkheid als bestanddeel dan heeft het
vrijspraak als uitspraak, als het als element is aan te merken dan is het
Ovar.
Strafrechtelijk legaliteitsbeginsel (art. 1 Sr)
- Nullum crimen sine lege > lex scripta en lex certa
- Nulla poena sine lege > geen andere straf dan wet schrijft
- Nulla poena sine lege preavia > verbod op terugwerkende kracht
- Verbod op te extensieve interpretatie inclusief analogieverbod
Interpretatie van de rechter
Interpretatiemethoden:
- Grammaticaal: taalkundig redeneren wat de wetgever bedoelt
- Wetshistorisch: hoe is de wet tot stand gekomen?
- Wet systematisch: wat bedoelt de wet ermee?
- Teleologisch: leidt de uitleg van de rechter tot de bedoeling van de
wetgever?
, Week 2 de subjectieve zijde van het delict: opzet en culpa
Binnen een strafbaar feit zijn bestanddelen en elementen. Bestanddelen
zijn onderdelen van een delictsomschrijving en elementen behoren altijd
aanwezig te zijn.
Binnen de wederrechtelijkheid kan het bestaan uit bestanddelen als zowel
elementen:
- Bestanddeel (subjectief): opzet en culpa > zit op de
geestesgesteldheid van de dader. Als dit niet bewezenverklaard kan
worden, leidt het tot vrijspraak.
- Element (objectief): acht altijd aanwezig te zijn > gedraging,
omstandigheden van het geval. Als dit niet bewezen kan worden
verklaard leidt het tot OVAR.
Doleuze en culpoze misdrijven zijn hierbij van belang
Opzet: willens en wetens de verboden gedraging verrichten
Je weet waar je mee bezig bent, en je wilt dit ook. Binnen opzet zijn er
verschillende verschijningsvormen:
- Opzet als bestanddeel in de delictsomschrijving
- Ingeblikt: bijv. mishandeling, verzetten, verbergen etc.
- Overige: bijv. ‘oogmerk’, ‘wetende dat’ etc.
Bij opzet zijn er drie gradaties:
1. Opzet als bedoeling: je hebt echt de bedoeling om de gedraging uit
te voeren
2. Opzet met noodzakelijkheidsbewustzijn: een andere gedraging als
uitkomst, dan wat de verdachte als doel voor ogen had (ontploffing
schip, mensen overlijden).
3. Voorwaardelijk opzet (ondergrens van opzet):
Voorwaardelijk opzet is zich willens en wetens bewust aanvaarden van de
aanmerkelijke kans op de verwerkelijking van het strafbare feit (HR
Spookrijder). Er zijn drie componenten om te bepalen of er sprake is van
voorwaardelijk opzet:
1. Risico: de kans op het strafbare gevolg moet objectief zijn op grond
van algemene ervaringsregels. Het moet gaan om een reële, niet
onwaarschijnlijke mogelijkheid.
2. Kennis: weet de verdachte of had hij dit moeten weten?
3. Aanvaarden: verklaring verdachte, getuigen (HR Spookrijder) of aard
en gedraging naar uiterlijke verschijningsvorm. Vergelijk het ook met
een gemiddeld mens (HR Porsche). Als laatste zijn contra-indicaties
van belang (HR Porsche).
Kleurloos opzet: je hoeft geen opzet te hebben om de wet te overtreden,
het gaat op de opzet van het gedrag.