GENETICA EN EVOLUTIE
HOOFDSTUK 12
PARAGRAAF 1
De regulerende eiwitten die belangrijk zijn bij de genexpressie van eukaryoten kan worden verdeeld
in twee groepen:
- Transcriptiefactoren die direct regulerende DNA-sequenties (enhancers) binden
Proximale enhancers = enhancers dicht bij de promotor *
Distale enhancers = enhancers ver weg van de promotor *
Sommige general transcription factors (GTFs) binden direct DNA-regulerende sequenties
binnen promotors
- Coregulatoren die niet direct DNA-sequenties binden
Coactivators – zorgen voor een stijging van transcriptie bij binding **
Corepressors – zorgen voor een daling van transcriptie bij binding
*
**
, enkele kenmerken
van enhancers:
- Korte
sequentie
- Meerdere
elementen
zijn samen
geclusterd
Mutatie in
enhancer
kan ervoor
zorgen dat
de
promotor
niet geactiveerd wordt er vindt geen transcriptie plaats
Transcriptiefactoren binden aan enhancers en aan deze transcriptiefactoren binden weer andere
eiwitten
Transcriptiefactoren hebben verschillende domeinen:
- DNA-binding domein
- Dimerisatiedomein – vergemakkelijkt de binding tussen homodimeren (zelfde dimeren) en
heterodimeren (verschillende dimeren)
- Activatiedomein – inschakelen transcriptie
Repressiedomein – uitschakelen transcriptie
- Ligandbindend domein – bindt een ligand, verandert de structuur van een transcriptiefactor
en activeert het
PARAGRAAF 2
Enkele belangrijke structuren van chromatine zijn:
- Histonen
- Nucleusomen
HISTONEN – grote eiwitcomponenten van chromatine
Eukaryoten hebben vijf verschillende type histonen
- Core histones – H2A,H2B,H3,H4
- Linker histone – H1
Je hebt canonical histonen en variant histonen (vervangers van canonical histonen)
HOOFDSTUK 12
PARAGRAAF 1
De regulerende eiwitten die belangrijk zijn bij de genexpressie van eukaryoten kan worden verdeeld
in twee groepen:
- Transcriptiefactoren die direct regulerende DNA-sequenties (enhancers) binden
Proximale enhancers = enhancers dicht bij de promotor *
Distale enhancers = enhancers ver weg van de promotor *
Sommige general transcription factors (GTFs) binden direct DNA-regulerende sequenties
binnen promotors
- Coregulatoren die niet direct DNA-sequenties binden
Coactivators – zorgen voor een stijging van transcriptie bij binding **
Corepressors – zorgen voor een daling van transcriptie bij binding
*
**
, enkele kenmerken
van enhancers:
- Korte
sequentie
- Meerdere
elementen
zijn samen
geclusterd
Mutatie in
enhancer
kan ervoor
zorgen dat
de
promotor
niet geactiveerd wordt er vindt geen transcriptie plaats
Transcriptiefactoren binden aan enhancers en aan deze transcriptiefactoren binden weer andere
eiwitten
Transcriptiefactoren hebben verschillende domeinen:
- DNA-binding domein
- Dimerisatiedomein – vergemakkelijkt de binding tussen homodimeren (zelfde dimeren) en
heterodimeren (verschillende dimeren)
- Activatiedomein – inschakelen transcriptie
Repressiedomein – uitschakelen transcriptie
- Ligandbindend domein – bindt een ligand, verandert de structuur van een transcriptiefactor
en activeert het
PARAGRAAF 2
Enkele belangrijke structuren van chromatine zijn:
- Histonen
- Nucleusomen
HISTONEN – grote eiwitcomponenten van chromatine
Eukaryoten hebben vijf verschillende type histonen
- Core histones – H2A,H2B,H3,H4
- Linker histone – H1
Je hebt canonical histonen en variant histonen (vervangers van canonical histonen)